Inleiding

Als u ooit een synagoge of een dienst in een kerk hebt bezocht, hebt u waarschijnlijk wekelijks de Schrift horen voorlezen. In de synagogen wordt elke week een parashah gelezen. Elke parasha heeft een naam die afkomstig is van het eerste belangrijke woord in die lezing. Bijvoorbeeld, het openingsvers van Genesis luidt: Bereshit barah Elohim, "In het begin schiep (letterlijk: baarde) God. . . ." Daarom is de eerste parasha op de Hebreeuwse kalender Bereshit , wat Genesis 1:1–6:8 omvat  .
Hoewel de term parasha Hebreeuws is voor ‘exacte verklaring’, betekent het ‘een deel van de [Torah]’. De eerste lezing van het Joodse jaar heet dus ‘Parashat Bereshit’

 

De delen van de Parasha

Elke parasha heeft traditioneel twee delen: het Torah-gedeelte en de Haftarah-lezing. Veel messiaanse gelovigen en gemeenten voegen een derde Schriftgedeelte toe: een gedeelte uit de B'rit Hadashah 0f het Nieuwe of ook wel het Tweede Testament.

 

Thora

Het gedeelte uit de Thora, of ook wel de ‘Torah-portie’ of het Thora-gedeelte is de basis van de parasha. De Thora wordt door het jodendom in totaal in vierenvijftig gedeelten of ‘porties’ verdeeld’ en in de loop van een jaar gelezen. Op die manier worden de eerste vijf boeken van Mozes in een jaar gelezen.
Vanwege de toevoeging van speciale feestdaglezingen, waarop de reguliere Thora-gedeelte niet wordt gelezen, en een Hebreeuwse kalender van vijftig weken, combineren sommige sabbatten twee delen. De lengte van elke Torah-lezing is afhankelijk van de week, maar omvat meestal drie tot zes hoofdstukken. Parashat Vayikra omvat bijvoorbeeld
Leviticus 1:1–5:26. Tzav, de volgende parasha, beslaat alleen Leviticus 6:1–8:36.
De jaarlijkse Torah-cyclus begint in de maanden september of oktober opnieuw, kort na de Joodse feestdagen. Simchat Torah ("vreugde van de wet") is de feestdag die het einde van de leescyclus van een jaar markeert en het begin van een andere. Zodra de ene cyclus eindigt, begint de volgende. Het maakt niet uit hoe vaak iemand de Torah heeft gelezen, er zijn altijd meer rijkdommen te ontdekken in Gods Woord.
Deze eindeloze cyclus van het doornemen van de Torah spreekt over de centrale rol ervan in het Jodendom. Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium vormen de basis.
De bovenstaande boeken worden in het vervolg van de Schrift verder ontvouwd in de plannen van Adonai met deze schepping.

Denk aan de schepping, het probleem van de zonde, Gods verbond met Abraham, de bevrijding uit Egypte of de vestiging van Israël in het land. Deze thema's beginnen in de Thora, maar ze echoën als het ware door de hele Bijbel heen.


Haftara

Tijdens de wekelijkse lezing is er eveneens sprake van het Haftarah-gedeelte, wat een passage uit de Profeten betekent. De parasha-kalender gaat niet door alle profetische boeken heen. Haftara-lezingen zijn veel kleiner dan het Torah-gedeelte, meestal slechts een hoofdstuk of minder. Delen uit de boeken van de Profeten hebben over het algemeen betrekking op de Torah-passage die de betreffende week wordt gelezen.
Zowel de Torah- als de Haftarah-lezingen zijn vastgesteld. Dat wil zeggen, hetzelfde fragment uit de Profeten volgt altijd hetzelfde fragment uit de
Thora.

 

B'rit Hadashah

Veel messiaanse gemeenten nemen ook een fragment op uit de B'rit Hadashah, of het Nieuwe Testament. Deze toevoeging is uniek voor de messiaanse Joodse gemeenschap. Het lezen van het Nieuwe Testament naast de Thora en de Profeten doet een cruciale bewering: zowel de Hebreeuwse Geschriften (of het Oude Testament) als het Nieuwe Testament staan op gelijke voet. Niet alleen is elk deel van de Bijbel Gods Woord, maar al deze geschriften wijzen op en verkondigen een consistente boodschap: Jezus/Yeshua is de Messias. We horen Hem Zelf zeggen in Johannes 5:39; “U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.”

 

Geschiedenis van de Parasha

Het openbaar voorlezen van de Schrift is volgens bronnen mogelijk ontstaan tijdens de ballingschap van Israël.

Yeshua ging regelmatig naar de synagoge. (Luk. 4:16) Lucas biedt een inkijkje in een sabbatdienst uit de eerste eeuw. Hij las een passage uit de rol van Jesaja en gaf kort commentaar op de tekst. “Hij ging op de sabbat de synagoge binnen en stond op om te lezen. En het boek van de profeet Jesaja werd Hem overhandigd. En Hij opende het boek en vond de plaats waar geschreven stond: 'De Geest van de Heere is op Mij.” (Lucas 4:16-18).

Het boek Handelingen geeft mogelijk ook een heenwijzing naar de parasha. In Handelingen 13 vers 15 lezen we namelijk: En na het voorlezen van de Wet en van de Profeten lieten de hoofden van de synagoge tegen hen zeggen...In Handelingenperiode lezen we in hoofdstuk 15:21: “Want Mozes heeft van oude tijden af in elke stad mensen die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.” Echter, in de latere brieven van onder andere Paulus lezen we hier niet (meer) van. Het is onduidelijk wanneer de moderne parashah-kalender precies is ontstaan. De praktijk van het lezen van de Schrift in de synagoge is echter oud.

 

De Parasha en jij

Het volgen van de parasha-kalender is een goede manier voor het bestuderen van de Bijbel. Door op deze manier de Bijbel te bestuderen leren we verbanden zien tussen Schriftgedeelten uit zowel de eerste vijf boeken van Mozes, als de profeten, als de boeken van het Nieuwe Testament.

Zoals gezegd horen we Yeshua/Jezus Zelf zeggen in Johannes 5:39; “U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.”

Met 'de Schriften', doelde Hij vanzelfsprekend op de toenmalige geschriften uit het Oude Testament, immers het Nieuwe Testament was nog niet geschreven.

Hij erkende en respecteerde het goddelijke gezag van de Schriften, en bevestigde dat die van Hem getuigden. Om enkele voorbeelden hiervan te noemen:
a. Mozes ‘heeft over Mij geschreven’ (Joh. 5:46);
b. Abraham ‘verheugde zich erop dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en zich verblijd’ (Joh. 8:56);
c. David zelf noemde de Christus zijn ‘Heer’, hoe is Hij dan zijn Zoon? (Matt. 22:45; Mark. 12:37; Luk. 20:44).


Christus citeerde met grote regelmaat uit het geschreven Woord van God. Hij verwees in totaal naar ongeveer twintig personen uit het Oude Testament en citeerde uit negentien verschillende boeken. Hoe vaak zei Hij niet: ‘Er staat geschreven’, ‘de Schriften getuigen van Mij’, ‘de Schriften moeten vervuld worden’, ‘Hebt u niet gelezen’, etc. Tegen de sadduceeën, die de opstanding loochenden, zei Hij: ‘U dwaalt, daar u de Schriften niet kent, noch de kracht van God’ (Matt. 22:29). Hij citeerde daarbij uit Exodus 3:6, waar staat dat God de God is van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. God is niet een God van doden, maar van levenden! Terecht stond de menigte versteld over Zijn leer.

Bijbellezen is Yeshua/Jezus ontdekken. Sindsdien is dat de manier waarop we heel de Bijbel lezen: Hem tegenkomen, op elke bladzijde, telkens weer. Het gaat niet om geschiedenis, cultuur, wetenschap, normen en waarden, de wet – maar om Hem. Jezus heeft die manier van Bijbellezen Zelf ingesteld, niet alleen voor Hemzelf, maar voor al zijn volgelingen, en ook voor ons.

De hele Bijbel ademt Yeshua/Jezus uit. Alles in Gods boek wijst naar Hem. “De geest van de profetie is het getuigenis van Jezus (Op. 19:10, NBG ’51).

Wanneer wordt Bijbellezen het beste voedsel voor je ziel? Als je Hem erin tegenkomt. Het is God te doen is om Yeshua/Jezus en jou, door heel de Bijbel heen.

Telkens als je in de Bijbel, op welk onverwacht moment ook, Hem ontdekt, wekt dat geloof op. Je hart gaat branden, net als bij die twee Emmaüsgangers.

Ik wens je veel ‘branduren’ toe!