Psalm 128 -1-
Psalm 128 -2-
Psalm 128 -3-
Psalm 128 -4-
Psalm 128 -5-
Psalm 128 -6-
Psalm 128 -7-
Psalm 128 -8-
Psalm 128 -9-
Psalm 128 -10-
Psalm 128 -11-
Psalm 128 -12-
Psalm 128 -13-
Psalm 128 -14-
Psalm 128 -15-
Psalm 128 -16-
Psalm 128 -17-
Psalm 128: Tekst Herziene Staten Vertaling
Zegen voor het gezin
1Een pelgrimslied.
Welzalig is eenieder die de HEERE vreest,
die in Zijn wegen gaat.
2Want u zult eten van de inspanning van uw handen;
welzalig zult u zijn en het zal u goed gaan.
3Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis,
uw kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen
rondom uw tafel.
4Zie, zo zal zeker de man gezegend worden
die de HEERE vreest.
5De HEERE zal u zegenen vanuit Sion;
u zult het goede van Jeruzalem zien,
al de dagen van uw leven.
6U zult de kinderen van uw kinderen zien.
Vrede over Israël!
Psalm 128 -1-: Over de Bron gesproken
Over de Bron gesproken
In deze aflevering maken we een begin met deze Psalm. Psalm 128. En in de voorbereiding werd ik herinnerd aan een paar maanden geleden. Waarin ik een reis maakte met mijn kleinzoon Aron naar Israel. Het beloofde land. We maakten in korte tijd een rondreis van noord tot zuid. Ik wilde hem graag de plekken laten zien waar Jezus gelopen had en het evangelie, de blijde, de goede boodschap verkondigd heeft. Aron is dertien jaar. En op maandagochtend gingen we naar Jeruzalem om getuige te zijn van de bar mitwa vieringen van de zonen van dertien jaar>
Een gestage stroom families paradeerde over de stenen en trappen die het pad markeerden naar de Westelijke Muur in de Oude Stad van Jeruzalem. Ik zat vlakbij terwijl ze zongen, dansten en instrumenten bespeelden. Ze vierden het leven - de bar mitswa van hun zonen.
En het tafereel maakte me klein. Heel klein. Dat ik hier met mijn kleinzoon getuige van mocht zijn. Daaraan werd ik vanmorgen herinnerd bij het lezen van Psalm 128>
Terwijl ik toekeek, verwonderde ik me over de bezienswaardigheden en geluiden van deze grote stad lang geleden, toen trouwe families de feesten en aanbidding in de tempel kwamen vieren. Jong en oud, rijk en arm, ze kwamen uit alle richtingen samen totdat ze de rotsachtige paden en stoffige wegen op weg naar Jeruzalem overstroomden. Toen ze de glorieuze tempel naderden, werd de menigte van individuen één natie onder God.
Ongetwijfeld praatten, kampeerden en zongen ze - hun liedjes weergalmden gevoelens, zegeningen en hoop. De muziek deed meer dan de stilte opzwepen; het bereidde harten voor op aanbidding en leerde de volgende generatie over de Bron van overvloedig leven. Ze waren op weg om de Almachtige te ontmoeten.
Psalm 128 spreekt over familie, geloof en overvloedige zegeningen. De opening zet de toon: “Gezegend is een ieder die de HEERE, JHWH vreest” (v. 1). Dit is het verlangen van de mensheid: een rijk gezegend leven hebben. Maar hoe? Het leven is vaak hard en de omstandigheden moeilijk.
De rest van het vers geeft het antwoord: wandel ‘in Zijn wegen’. Mensen die de Heer vereren en op Zijn pad blijven, zullen een regen van zegen ervaren.
Het lied persoonlijker omdat het overgaat van het aanspreken van "iedereen" (v. 1) naar het aanspreken van "jij" (v. 2):
Als je de arbeid van je handen eet, zul je gelukkig zijn en het zal je goed gaan. Je vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok in het hart van uw huis, uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel. Zie, zo zal de man gezegend worden die de HEERE vreest (vv. 2-4).
Wat je hebt en wat je eet, komt voort uit de kracht van je handen. Genieten van. God geeft deze kracht en maakt je leven voorspoedig.
Het lied daagde ook oude Joodse pelgrims uit om Gods goede hand in hun leven te herkennen (vers 4). Met elke stap kwamen ze dichter bij Degene die in het Heilige der Heiligen in Sion woonde.
Zegeningen kunnen niet worden verborgen of opgepot. Ze overstromen de beker van man, vrouw en familie en strekken zich uit tot Jeruzalem en heel Israël (vv. 5-6). Dus de gelukzaligheid van de natie was direct gerelateerd aan de geestelijke gezondheid van de mannen, vrouwen, jongens en meisjes wier nabijheid tot de Heer de mensen om hen heen beïnvloedde.
De zegeningen van gehoorzaamheid zijn beschikbaar voor allen wiens voeten het pad van God betreden, en ze duren 'alle dagen van uw leven' (vs. 5). De erfenis reikt zelfs verder dan de volgende generatie en heeft invloed op de kleinkinderen, die tere 'olijfplanten' die zich rond de tafels van de kinderen zullen verzamelen.
De psalm sluit af met een vrolijke kreet: "Vrede zij met Israël!" Toen de oude pelgrims hun gezang beëindigden, was Jeruzalem nabij; en hun genadige God wachtte.
Ook op ons. Daar in Jeruzalem op mijn kleinzoon Aron en mij.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -2-: Over een dilemma gesproken
Over een dilemma gesproken
Weet u, als voorbereiding op deze Psalm ben ik uren en urenlang op zoek geweest naar een verklaring. De gevonden verklaringen kwamen kort samengevat op het volgende neer:
In de Psalm wordt ons geleerd dat de enige manier om die zegening te krijgen die ons gezin comfortabel zal maken, is door te leven in de vreze van God en in gehoorzaamheid aan Hem. Degenen die dit in het algemeen doen, zullen gezegend worden:
I. Zij zullen welvarend en succesvol zijn in hun werk ( v. 2 ).
II. Hun familiebetrekkingen zullen aangenaam zijn ( v. 3 ).
III. Zij zullen leven om te zien hoe hun gezinnen worden grootgebracht ( vers 6 ).
IV. Zij zullen de voldoening hebben de kerk van God in een bloeiende toestand te zien ( vers 5, 6 ).
We moeten deze psalm zingen in het vaste geloof van deze waarheid, dat religie en vroomheid de beste vrienden zijn van uiterlijke voorspoed, God de lof geven dat het zo is en dat we het zo hebben gevonden, en onszelf en anderen ermee aanmoedigen.
Verder blijkt deze psalm een geliefde Psalm te zijn bij het voltrekken van her kerkelijk huwelijk, mede omdat de psalm eveneens in heet huwelijksformulier wordt geciteerd.
U moet weten dat ik lang geworsteld heb met al deze verklaringen, maar uiteindelijk tot de conclusie gekomen ben, dat alle verklaringen hoe mooi en rooskleurig ook, in de tijd waarin wij leven geen hout snijden.
Alle goed bedoelingen van de uitleggers ten spijt, maar alle prachtige beloften die gedaan worden in de psalm blijken in heden in verleden en heden in lang niet alle levens van de gelovigen uit te komen.
Hoeveel oprechte gelovigen in het eerste- en tweede testament hebben wanneer zij en wij op hun leven terug zien een maatschappelijk succesvolleven geleid? Hoeveel oprechte gelovigen hebben kinderen uit de hand van de Heere ontvangen die een andere weg gegaan zijn. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de koningen die in de weg van de Heere gingen en die hun kinderen in de weg van Baal zagen gaan? En ik moet denken aan David, de man naar Gods hart nota bene wiens zoon Absalom hem naar het leven stond. Hoeveel oprechte gelovige vrouwen in het eerste en tweede testament waren er niet die geen kinderen uit de hand van de Heere ontvingen? En ik zou dit rijtje nog veel en veel langer kunnen maken.
En dan de tijd waarin wij leven? Kijk eens om u heen. Mensen die oprecht de Heere dienen. Hebben zij zonder uitzondering een maatschappelijk en geweldig gezinsleven? Hoeveel voorgangers zijn er niet, Gods instrumenten in deze wereld, wiens kinderen een totaal andere weg gaan? En denk eens aan al die miljoenen en miljoenen vervolgde christenen die elke dag maar weer, soms een leven lang geslagen, gemarteld en soms zelfs gedood worden. Uitsluitend omdat zij hun hoop en vertrouwen op hun Verlosser niet willen en kunnen verloochenen? Laat Hij hen bij wijze van spreken in de kou staan?
Nee, ik geloof er persoonlijk niets van dat we door te leven in de vreze van de Heere, we Hem hartelijk liefhebben en in gehoorzaamheid aan Hem leven we al deze aardse zegeningen ontvangen zullen.
En dan vervolgt de dichter van de Psalm: u zult het goede van Jeruzalem zien,
al de dagen van uw leven. In de afgelopen duizenden jaren is dat nou niet bepaald de zegen geweest die Israel c.q. de Joden hebben ontvangen. In plaats daarvan werden zij veelal verdrongen naar de rand van de samenleving of erger nog in plaats van Jeruzalem werden zij nog niet zo lang geleden afgevoerd naar de rokende ovens van de vernietigingskampen. Dat is heel wat anders dan Jeruzalem.
En dan vervolgt Psalm 128: Vrede over Israel. Mijn vraag is: Wanneer is er vrede over Jeruzalem geweest in de afgelopen 2000 jaar en langer?
Inderdaad, nagenoeg altijd is Israel sinds de land belofte altijd betwist gebied geweest. Behalve in de tijd onder koning Salomo.
Weet u hoe Job zijn leven samenvat?
Nee, ik neig meer naar de woorden van Jezus tijdens zijn omwandeling op aarde die hij richtte aan zijn volgelingen: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.
Is het Woord van God dan niet waar? Spiegelt hij Israel en u en mij iets voor wat Hij niet waar maakt? Dat laatste kan natuurlijk niet, want Hij is een Waarmaker van Zijn Woord. Num. 23:19 God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen en niet doen, of spreken en niet bestendig maken? Nee hoor. Gods Woord is Waarheid.
Ik zei het zojuist al: Uitsluitend was er in de periode het Koningschap van Salomo sprake van vrede voor Israel. En zouden we juist daarom niet deze Psalm niet in de tijd van het Vrederijk moeten plaatsen. Wanneer de meerdere Salomo, de werkelijke Vredevorst het in Jerusalem en op deze aarde voor het zeggen heeft?
Als de twee stammen hersteld zullen zijn in het land, zowel het overblijfsel dat uit Jeruzalem is gevlucht als het overblijfsel in de stad dat verlost is, dan is het volk nog niet compleet. De tien stammen moeten in het land terug zijn. Er moeten twaalf stammen in het land hersteld worden. Dat wordt opnieuw in de drie psalmen, Psalmen 126-128, voorgesteld.
God doet de gevangenen terugkeren naar het land (Dt 30:3). Zij die terugkeren, zullen het ervaren als een droom die werkelijkheid is geworden (vers 1). De tranen zijn gevloeid vanwege het lot van de twee en de tien stammen. Nu brengt God een keer in de gevangenschap van de tien stammen. Dan wordt het nieuwe verbond gesloten. Er wordt nieuw leven gezaaid. Nu kunnen zij eindelijk lachen en juichen.
Dat is mogelijk omdat de Heer Jezus tranen heeft geweend. Hij heeft de tarwekorrel gezaaid en komt terug met gejubel, dragende zijn twaalf schoven. Hij vergadert Zijn volk tot één. Dat is de grondslag voor de terugkeer van de tien stammen.
Dit negende “pelgrimslied” bezingt het geluk van “eenieder die de HEERE vreest, die in Zijn wegen gaat” (vers 1). Zo worden de Israëlieten in het vrederijk beschreven.
Nee, we moeten niet op de zaak vooruit lopen in de tijd waarin wij leven, want het beste komt nog. Dat blijkt wel uit deze 128ste psalm.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -3-: Over straatarm en steenrijk gesproken
Over straatarm en steenrijk gesproken
Nee, we gaan het vandaag niet hebben over het televisieprogramma. Den mensen die daarin gefilmd worden zijn straatarm of steenrijk. Beiden tegelijk gaat niet. Maar in het geloof kan je straatarm en steenrijk zijn. In ieder geval ben je wanneer je je vertrouwen op Hem gesteld heb steenrijk.
Dit negende “pelgrimslied” bezingt het geluk van “eenieder die de HEERE vreest, die in Zijn wegen gaat” (vers 1). Deze openingswoorden vormen de basis van geluk. We zouden dit kunnen vertalen met: "Gelukkig zijn de eerbiedigen." Zo worden de Israëlieten in het Messiaanse vrederijk beschreven. Wie in zijn oprechtheid wandelt, vreest de HEERE, maar wie van zijn wegen afwijkt, veracht Hem, lezen we in Spreuken 14 vers 2.
De vreze des Heren is geen angst - althans niet voor de gelovige - maar het is eerder de houding die spreekt van diep geraakt zijn door wie God is.
Het “welzalig” dat daaraan verbonden is, is het hoogste geluk, het ware en blijvende geluk. Het is de vervulling van de priesterlijke zegen voor Zijn volk:
De HEERE zegene u
en behoede u!
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten
en zij u genadig!
26De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u
en geve u vrede!
27Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen.
In Psalm 127 is de Israëliet welzalig vanwege de zegen van kinderen. Hier in Psalm 128 is hij welzalig vanwege de zegen in zijn werk en in zijn gezin.
Het geluk bestaat dan ook niet uit voorbijgaande dingen als geld en goederen, aanzien en macht, maar het ontvangen van de blijvende zegen van de HEERE in het werk en in het gezin, zoals die in het Messiaanse tijdperk zal worden genoten. Dit is de volle oudtestamentische zegen. We lezen namelijk in Deuteronomium 12:
1En het zal gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, nauwgezet gehoorzaam bent, door al Zijn geboden, die ik u heden gebied, nauwlettend in acht te nemen, dat de HEERE, uw God, u dan een plaats zal geven hoog boven alle volken van de aarde.
2En al deze zegeningen zullen over u komen en u bereiken, wanneer u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam bent:
3Gezegend zult u zijn in de stad, en gezegend zult u zijn op het veld.
4Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee.
5Gezegend zal zijn uw korf en uw baktrog.
6Gezegend zult u zijn bij uw komen, gezegend zult u zijn bij uw weggaan.
7De HEERE zal geven dat uw vijanden die u aanvallen, door u verslagen worden; over één weg zullen zij tegen u uittrekken, maar over zeven wegen zullen zij voor u wegvluchten.
8De HEERE zal de zegen over u gebieden in uw schuren en in alles wat u ter hand neemt. Hij zal u zegenen in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.
9De HEERE zal u voor Zichzelf bevestigen Deut. 7:6tot een heilig volk, zoals Hij u gezworen heeft, als u de geboden van de HEERE, uw God, in acht neemt en in Zijn wegen gaat.
10En alle volken van de aarde zullen zien dat de Naam van de HEERE over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u bevreesd zijn.
11Deut. 30:9En de HEERE zal u een overvloed ten goede geven, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee en in de vrucht van uw land, in het land dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
12De HEERE zal voor u Zijn rijke schatkamer, de hemel, openen, door uw land regen te geven op zijn tijd en door al het werk van uw handen te zegenen. U zult aan vele volken Deut. 15:6uitlenen, maar u zult zelf niet hoeven te lenen.
13De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt,
14en als u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter andere goden aan te gaan en die te dienen.
In het eerste vers van Psalm 128 lezen we de belofte: Welzalig is eenieder die de HEERE vreest. Zonder uitzondering. Geen kleine lettertjes. En we lezen dan o ver allerlei aardse zegeningen die zij zullen ontvangen. We lezen over zegen op de inspanning van de handen, dat het leven voorspoedig, goed, tov zal gaan, dat de vrouw als een vruchtbare wijnstok zal zijn en dat de kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen en de kleinkinderen gezien zullen worden. Allemaal aardse zegeningen. Maar wel voorbestemd voor de Messiaanse tijd. In de tijd waarin wij leven ligt dat toch echt anders.
In de brief van Paulus aan de gelovigen in Christus Jezus die in Efeze zijn schrijft hij: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus. Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in het hemelse in Christus, in de Messias.
Weet u, dat voelt misschien anders, maar het is zeker niet minder. Wat de gelovige in deze tijd hebben nu reeds genade en vrede met God onze Vader, de Vader van de Heere Jezus Christus ontvangen. Wij hoeven niet meer op het Messiaanse tijdperk te wachten voor alle zegeningen, maar hebben deze zegeningen nu reeds ontvangen want lezen we: De God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Jeshua haMessiach, Die heeft ons gezegend met alle geestelijke zegen in het hemelse in Christus, in de Messias. Lieve mensen, al zijn we straat en straat arm, en bezitten we nul komma nul op deze aarde, we zijn steen- en steenrijk. Straatarm en toch steenrijk.
Zullen we de schatkamer eens openen? Wanneer we ons vertrouwen op Hem gesteld hebben, we Hem lief hebben gekregen in ons leven en geloven in het verlossingswerk van de Messias in ons persoonlijk leven, dan hebben we reeds nu al in ons leven
1. Genade en vrede van en met God, Adonai, ontvangen (Efeze 1 vers 2)
2. Dan heeft Hij u gezegend met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus. (Efeze 1 vers 3)
3. Dan heeft Hij u vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren, Efeze 1 vers 4
4. Dan heeft Hij u voorbestemd om als Zijn kind aangenomen te worden, Efeze 1 vers 5.
5. Dan heeft u in Hem de verlossing, door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de overtredingen, Efeze 1 vers 7
6. Dan beschikt u over de rijkdom van Zijn genade, die Hij u overvloedig geschonken heeft, in alle wijsheid en bedachtzaamheid, Efeze 1 vers 8.
7 Dan heeft Hij u het geheimenis van Zijn wil bekend gemaakt, namelijk om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is, Efeze 1 vers 9 en 10.
8. In Hem bent u ook een erfdeel geworden, u, die daartoe voorbestemd bent, Efeze 1 vers 11. En dat allemaal opdat u tot lof van Zijn heerlijkheid zou zijn, wij, u de al eerder uw hoop op Christus gevestigd had.
9. In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte, Efeze 1 vers 13.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -4-: Over zegen gesproken
Over zegen gesproken
De Schrijver van de Psalm zegt:
Welzalig is eenieder die de HEERE vreest,
die in Zijn wegen gaat.
2Want u zult eten van de inspanning van uw handen;
welzalig zult u zijn en het zal u goed gaan.
Het woord “want” (vers 2) geeft aan dat nu volgt waaruit de ‘welzaligheid’ van het vrezen van de HEERE en het gaan in Zijn wegen bestaat. Het eerste wat de Godvrezende wordt toegezegd, is dat hij zal “eten van de inspanning” van zijn handen. Iets vergelijkbaars vinden we in Jesaja 3 vers 10 waar we lezen: Zeg de rechtvaardige dat het hem goed zal gaan, dat hij de vrucht van zijn daden zal eten.
De HEERE zal zijn werk zegenen. Dit is een enorm verschil met de man die hard werkt, maar zonder rekening te houden met God. Want in hetzelfde hoofdstuk van Jesaja 3 lezen we in het daarop volgende vers, vers 11:
Wee de goddeloze, het zal hem slecht vergaan, want wat zijn handen verdienen, zal hem aangedaan worden, dat wil zeggen, het zal hem slecht vergaan. Het oordeel als het loon over de zonde is door hemzelf verdiend.
Paulus zegt het de Romeinen in hoofdstuk 6 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
Iets vergelijkbaars vinden we hier in Psalm 128.
Nog even terug naar het woordje ‘want’ uit vers 2:
Welzalig is eenieder die de HEERE vreest,
die in Zijn wegen gaat.
2Want u zult eten van de inspanning van uw handen;
welzalig zult u zijn en het zal u goed gaan.
3Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis,
uw kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen
rondom uw tafel.
4Zie, zo zal zeker de man gezegend worden
die de HEERE vreest.
5De HEERE zal u zegenen vanuit Sion;
u zult het goede van Jeruzalem zien,
al de dagen van uw leven.
6U zult de kinderen van uw kinderen zien.
Vrede over Israël!
Een ander woord voor welzalig is ‘gelukkig’. En we zien een opgaande lijn in wat de gelovige in het Messiaanse vrederijk wanneer hij of zij, eenieder zegt vers 1, zal ontvangen die de HEERE vreest. We nemen ze even kort door:
1. Eten van de inspanningen van uw handen. Zegen op het werk.
2. Het zal hen goed, tov gaan.
3. De rouw van de man zal zijn als een vruchtbare wijnstok
4. De kinderen als olijfbomen
En van de persoonlijke zegen, stroomt Godszegen dus naar vrouw en gezin, naar de stad, nar Sion en uiteindelijk zich over het hele land Israel verspreiden.
Dan kunnen we werkelijk, zoals de dichter zegt, wel concluderen dat het goed zal gaan wanneer Zijn sjalom, zijn vrede vanuit gezinnen die God zullen vrezen, vrede, sjalom over Israel zullen brengen.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -5-: Over ons denken gesproken
Over ons denken gesproken
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok… Wat een beeldende taal in het Hebreeuws. Wat een vergelijking. Even voor de mannen onder ons: Heeft u ooit wel eens tegen uw vrouw gezegd: Je bent een vruchtbare wijnstok binnen in ons huis? Eerlijk zijn hoor. Ik eerlijk gezegd nooit.
Vanmorgen wil ik even iets met u delen over de beeldende taal van het Hebreeuws. De Hebreeuwse taal is een rijke, beeldende taal en letters en woorden in de bijbel worden niet toevallig gebruikt. De huidige Hebreeuwse letters zijn ontstaan uit pictogrammen (afbeeldingen). In de tijd van onze bijbelse voorouders werden niet de huidige Hebreeuwse letters gebruikt, maar die pictogrammen. De letter A (de alef) komt voort uit een pictogram van een os en staat onder andere voor kracht. De letter B (de beet) komt voort uit een pictogram van een tent of een huis en staat ook voor huis. Beet is ook het Hebreeuwse woord voor huis.
De bijbel begint in Genesis 1 met de tweee letter van het Hebreeuwse alfabeth, de beet. Waarom begint de bijbel met de Hebreeuwse beet, dus huis? Het lijkt erop dat JHWH vanaf het allereerste begin al duidelijk wil maken dat het huis belangrijk is, dat alles om het huis draait. Je zou kunnen zeggen dat de bijbel op deze manier begint: HUIS! En dan vervolgt met de rest van de tekst.
Waarom is huis zo belangrijk? Dit kan verwijzen naar het feit dat JHWH onder ons wil wonen, dat Hij Zijn huis onder ons wil bouwen. Dat het Hem dus gaat om relatie met ons. En dat is een mooie gedachte en helemaal waar. Maar als je weet waar de geestelijke betekenis van het woord huis in de bijbel naar verwijst, dan wordt de betekenis nog zoveel rijker en dieper.
Het begrip huis in de bijbel verwijst naar ons denken. Het feest van de ongezuurde broden verwijst bijvoorbeeld naar dit huis, naar ons denken. Tijdens het feest van de ongezuurde broden moeten we het zuurdeeg uit onze huizen (ons denken dus) wegdoen (Exodus 12:15).
Zuurdeeg verwijst in de bijbel naar zonde, naar de leugens en dwalingen in ons denken (de gedachtenspinsels van ons hart volgens Genesis 6:5). Jesjoea vergeleek het onderricht van de Farizeeën en de Saduceeën in Mattheüs 16:6-12 met zuurdeeg, omdat het dwaling was.
In de gelijkenis van de dwaze en de wijze man uit Lukas 6 bouwt de wijze man zijn huis op de rots. Rots verwijst in de bijbel naar Jesjoea de Messias. In 1 korinthe 10 vers 4 bijvoorbeeld lezen we:
En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan, en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben, en allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus.
We zijn volgens deze gelijkenis dus wijs als we ons huis, ons denken dus, bouwen op Hem. Als we ons denken dus vullen met de diepere waarheid en wijsheid van Zijn onderwijs. Dat is het proces waar de apostel Paulus naar verwijst in Efeziërs 4:23 waar hij spreekt over de oude- en de nieuwe mens. En voor het verband lee ik vanaf vers 17:
17Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,
18verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.
19Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven.
20Maar u hebt Christus zo niet leren kennen,
21als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in Jezus is,
22namelijk dat u, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens aflegt, die te gronde gaat door de misleidende begeerten,
23en dat u vernieuwd wordt in de geest van uw denken,
24en u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Als we beseffen dat de diepere geestelijke betekenis van het begrip huis in het Woord verwijst naar ons denken, maar óók naar Zijn denken, en we vervolgens zien dat JHWH het zo heeft geleid dat Zijn Woord begint met de Hebreeuwse letter beet, dat huis betekent, wat kunnen we daar dan uit afleiden?
We zouden dan kunnen zeggen dat de bijbel op deze manier begint: DENKEN! Het lijkt erop dat JHWH ons er boven alles op wil wijzen hoe belangrijk ons denken is. En Zijn denken, waar we ons denken mee moeten vullen zodat we gelijkvormig worden aan Zijn beeld.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -6-: Over de wijnstok gesproken
Over de wijnstok gesproken
De voorgaande keer waren we blijven steken bij vers 3 van de Psalm, waarin we lazen:
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis,
En we maakten vervolgens een uitstapje naar de Hebreeuwse taal als beeldende taal.
Telkens komt in de pelgrimsliederen naar voren dat God het leven van de Godvrezende juist in de sfeer van zijn gezin zegent (vers 3). Dit is de vervulling van de zegen die God bij de schepping van Adam en Eva heeft toegezegd. We lezen daarvan in Genesis 1 vers 27 en 28:
En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
En weet u, wat God Zich voorgenomen heeft, al gaan er duizenden jaren overheen, dat zal Hij ook waarmaken. Hij vergeet het niet, schuift het niet terzijde, maar eens, eens, zal Zijn Woord gerealiseerd, vervuld worden.
De grote zegening van het gezin komt tot uitdrukking in de wijnstok en de olijfboom. Het tijdperk van Salomo en het vrederijk worden door deze twee bomen gekenmerkt. In 1 Koningen 4 lezen we over de welvaart tijdens de regering van Koning Salomo.
20Juda en Israël waren met velen, zo talrijk als het zand dat aan de zee is. Zij aten en dronken en waren blij.
21Salomo heerste over alle koninkrijken van de rivier de Eufraat tot het land van de Filistijnen en tot aan de grens van Egypte. Zij brachten geschenken en dienden Salomo al de dagen van zijn leven.
22 Het voedsel van Salomo voor één dag was: dertig kor4:22 Een kor is vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter. meelbloem en zestig kor meel,
23tien vetgemeste runderen, twintig weiderunderen en honderd schapen, naast de herten, gazellen, reebokken en gemeste vogels.
24Want hij heerste over al het land aan deze zijde van de rivier, vanaf Tifsah tot aan Gaza, over alle koningen aan deze zijde van de rivier, en hij had vrede aan al zijn zijden, van rondom.
25En Juda en Israël woonden onbezorgd, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, van Dan tot Berseba, al de dagen van Salomo.
En weet u, ook hierin vinden we weer een patroon, want het stopt echt niet bij de aardse Salomo hoor, want binnenkort zal de meerdere Salomo, de werkelijk vreedzame Zijn rijk van Vrede met een hoofdletter vestigen.
In Micha 4 lezen we over de toekomstige heerlijkheid van Jeruzalem
1Het zal echter in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE
vast zal staan als de hoogste van de bergen, Letterlijk: in het hoofd van de bergen.
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.
2Vele heidenvolken zullen op weg gaan
en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE,
naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen,
en zullen wij Zijn paden bewandelen.
Want uit Sion zal de wet uitgaan
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.
3Hij zal oordelen tussen vele volken
en machtige heidenvolken vonnissen, tot ver weg.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen.
Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.
4Maar zij zullen zitten,
ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom,
niemand zal ze schrik aanjagen,
want de mond van de HEERE van de legermachten heeft het gesproken.
De wijnstok en de olijf zijn in de Hebreeuwse taal veel voorkomende beelden van vruchtbaarheid en van een gelukkige, bloeiende staat.
Een van de meest gewenste en meest gewaardeerde zegeningen in het Oosten was een groot aantal nakomelingen, en dit, in het geval van Abraham, Izaäk en Jacob, was een van de belangrijkste zegeningen die God aan hen beloofde - een nageslacht dat in aantal zou moeten lijken op de zand van de zee of de sterren van de hemel.
De wijnstok is een zwakke en tere boom, die gestut en ondersteund moet worden; en is vaak bevestigd aan de zijkanten van een huis, waarop hier wordt gezinspeeld; waaraan het zich hecht, en waarop het oploopt, en veel vrucht draagt; het wordt op deze manier gebruikt om de afhankelijkheid van het vrouwelijk geslacht uit te drukken. Misschien passen deze woorden niet meer helemaal in onze tijd van emancipatie, maar Petrus is heel duidelijk in 1 Petrus 3 vers 7: Mannen, leef verstandig met je vrouw, als met broos vaatwerk, bewijs haar eer, omdat zij mede-erfgenaam is van de genade.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -7-: Over de wijnstok en de ranken gesproken
Over de wijnstok en de ranken gesproken
De voorgaande keer hebben we met elkaar stilgestaan bij het beeld van de vrouw die door de dichter van de psalm vergeleken wordt met het beeld van een vruchtbare wijnstok. En natuurlijk mogen we de psalm op het gezinsleven betrekken. Maar tegelijkertijd spreekt de dichter van de psalm over Israel. De psalm eindigt namelijk met de uitroep: Vrede/ shalom over Israel! En spreekt over Sion en Jeruzalem.
En daarom doe ik maar eens de suggestie dat deze Psalm een profetie is over Israel. En dan komen de woorden in een ander daglicht te staan. De vrouw, Israel zal zijn als een vruchtbare wijnstok en de kinderen, het bolk Israel zal zijn als olijfbomen. Zie zo zeker zal de Man met een hoofdletter gezegend worden. Want Hij is de Man die zonder enig mankeren de HEERE vreest.
Ik geef het u in overweging, om zo eens naar deze psalm te kijken en de woorden te overwegen.
En dan ontkomen we er ook in het licht van het onderwerp niet aan om na te denken over de ware wijnstok waarover en in Johannes 15 lezen.
Johannes 15 wordt graag aangehaald bij onderwerpen over geestelijke vrucht, vrucht dragen, etc. Wie de ware Wijnstok is, mag duidelijk zijn, maar wie zijn de ranken?
Eerst iet over de wijngaard. In Johannes 15 zegt de Here Jezus: "Ik ben de ware Wijnstok". In Jesaja 5 vinden we een lied over een wijngaard: "Welnu, de wijngaard van de HERE der heerscharen is het huis Israëls, en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft..." (vs. 7). De mannen van Juda worden hier dus gezien als de wijnstokken, van wie de HEERE vrucht verwachtte. Deze vrucht is echter niet nationaal gekomen. Evenals de vijgenboom droeg de wijnstok geen vrucht.
Nog verder terug, in Genesis 49, komen we opnieuw terecht bij de wijnstok, c.q. de wijngaard, ook nu weer in verbinding met Juda. De laatste woorden van Jakob over Juda zijn een profetie met betrekking tot de komende Messias. Hij zou komen om te heersen als Silo (vs. 10), en vers 11 zegt: "Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong zijner ezelin aan de wingerd...".
Vele jaren later kwam de 'Zoon van Juda' tot Zijn volk. Hij, die genoemd wordt de "Leeuw uit de stam Juda" kwam in vernedering te midden van Zijn volk, in de wijngaard... om vrucht te dragen voor God.
In het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie lezen we: "Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch allen die Hem hebben aangenomen, hun heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden..." (vs. 11,12).
Hij kwam tot het Zijne, nl. Israël, doch de Joden hebben Hem niet aangenomen, dat wil zeggen, niet allemaal. Velen waren (en bleven) ongelovig, hoewel de Heere Jezus er door tekenen en wonderen alles aan deed om te laten zien, dat Hij de beloofde Messias was, de Redder van Zijn volk. Welnu, dat is de achtergrond van Johannes 15.
De Here Jezus is de ware Wijnstok, de ware Man van Juda. Hij is de Zoon, d.i. de Erfgenaam. Hij kwam in de Naam van de hemelse Vader en was gezonden om Zijn volk te verlossen (vgl. ook Matt. 21:33 ev., Gal. 4:4,5, Joh. 8:30-35). De Joden zijn de ranken, degenen die met Hem verbonden waren, omdat zijn tot het uitverkoren volk behoorden. Zij waren "de Zijnen".
Echter, de Here God wilde, dat "de Zijnen" vrucht zouden dragen en daarvoor is het nodig, dat zij geloven. Dat ze wederom geboren zouden worden als kinderen van God (Joh. 3). En dat kon en kan uitsluitend in de verbinding met de Verlosser, de Heere Jezus. En dán alleen, in een levende relatie met de Messias, zouden zij deel kunnen hebben aan de heilsbeloften voor Israël en vrucht kunnen dragen voor God.
Daarom klinkt ook een ernstige waarschuwing in dit verband: "Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen...". Dit is ongeveer hetzelfde als wat al in hoofdstuk 3:18 wordt gezegd: "Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God".
Anders gezegd: Vruchtbaar zijn, kan alleen maar door het geloof, "want zonder geloof is het onmogelijk Gode welgevallig te zijn" (Hebr. 11:6).
Later, na de uitstorting van de Heilige Geest, houdt Petrus een toespraak tot het volk, de "mannen van Israël". Hij roept hen op tot "berouw en bekering", en laat dat ook vergezeld gaan van een ernstige waarschuwing: "...en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid". Hij zegt dus precies hetzelfde als de Heere Jezus/Jeshua, alleen in andere woorden. Petrus citeert overigens de profeet Mozes/Mosje (vgl. Num. 15:30,31 en Deut. 18:15-19). Telkens riepen de profeten het volk op tot bekering en geloof. Alleen de gelovige, die de stem van de Herder hoort en gehoorzaamt, kan vrucht dragen tot eer van God.
Zo zien we, dat Johannes 15 spreekt over de verhouding tussen de Heere en Israël.
Maar we gaan hiermee niet eindigen. Want is er dan geen hoop voor Israel? Laten we maar eens teruggaan naar Psalm 128, waarvan we eerder zagen dat deze psalm spreekt over de tijd van het komende Vrede Rijk waarin de meerdere Salomo Zijn Rijk zal vestigen:
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok
binnen in uw huis,
uw kinderen zullen zijn als jonge olijfbomen
rondom uw tafel.
Zie, zo zal zeker de man gezegend worden
die de HEERE vreest.
En in Micha 4 lezen we een geweldige profetie over Zijn volk:
1Het zal echter in het laatste der dagen geschieden
dat de berg van het huis van de HEERE
vast zal staan als de hoogste van de bergen,4:1 als de hoogste van de bergen - Letterlijk: in het hoofd van de bergen.
en dat hij verheven zal worden boven de heuvels,
en dat de volken ernaartoe zullen stromen.
2Vele heidenvolken zullen op weg gaan
en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE,
naar het huis van de God van Jakob;
dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen,
en zullen wij Zijn paden bewandelen.
Want uit Sion zal de wet uitgaan
en het woord van de HEERE uit Jeruzalem.
3Hij zal oordelen tussen vele volken
en machtige heidenvolken vonnissen, tot ver weg.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen
en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen.
Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.
4Maar zij zullen zitten,
ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom,
niemand zal ze schrik aanjagen,
want de mond van de HEERE van de legermachten heeft het gesproken.
In de profeet Zacharia spreekt de volgende geweldige profetie uit:
Ik zal de ongerechtigheid van dit land
op één dag wegnemen.
Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten,
zal ieder zijn naaste uitnodigen
onder de wijnstok en onder de vijgenboom.
Als dat geen zegen is.
DELEN
Psalm 128 -8-: Over de olijf gesproken (1)
Over de olijf gesproken (1)
Vandaag vervolgen we de tekst van Psalm 128 met de woorden: Uw kinderen, of beter vertaald, uw zonen zullen zijn als jonge lijfbomen rondom uw tafel.
Weer zo’n geweldige beeldspraak in het Woord van God. Zonen als olijfbomen. Mooi gezegd toch? Maar dan moeten we wel weten wat de eigenschappen van een olijfboom zijn, anders hebben we niets aan zo’n uitspraak op zich.
Daarom maken we vandaag een start door eens over de olijfboom na te denken. Misschien heeft u er wel eens een gezien. Tegenwoordig kom je ze bijna in elk tuincentrum wel tegen en kun je ze in bijna elk formaat wel kopen.
Bij mijn laatste bezoek aan Israel met mijn kleinzoon Aron liepen we samen op een enorm warme dag de Olijfberg af en kwamen we in een tuin met allerlei olijfbomen. Een plaats waarvan gezegd wordt dat Jezus / Jeshua op die plaats geleden heeft.
Oude kronkelige knoesten; stoere bomen. Geen idee hoe oud ze wel zijn. De verzengende zon trotserend en toch maar steeds vruchtdragend, ieder jaar opnieuw.
De oorspronkelijke stam meet vlak boven de grond soms wel een meter in doorsnede.
Van de Olijfboom wordt beweerd dat deze niet dood kan gaan. Een verhaal dat ik tijdens de voorbereiding op dit programma tegen kom is dat er in Frankrijk in een plaats volgens de bewoners in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een stel olijfbomen zijn afgezaagd na een plotselinge nachtvorst van meer dan vijftien graden onder nul. Zoveel kou velde vele olijfbomen in de hele streek; het was een ramp voor de bevolking. De bomen werden vlak boven de grond afgezaagd. Maar uit deze enorme boomstronken ontstonden in een cirkel weer drie tot vijf, (soms meer) nieuwe stammen. De nieuwe stammen zijn alweer tien tot vijftien centimeter in doorsnede; in ruim vijftig jaar gegroeid dus.
Dat verhaal doet me denken aan dat verhaal uit de Bijbel in Jesaja 11, waar gesproken wordt over de stronk van Isaï die, hoewel afgezaagd, toch weer vrucht zou dragen.
Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï,
en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.
Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten:
de Geest van wijsheid en inzicht,
de Geest van raad en sterkte,
de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN.
Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid
en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen.
Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond
en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden.
Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn,
en de waarheid de gordel om Zijn middel.
Hier gaat hier natuurlijk over Jezus, de Messias, die weer opstond tussen de andere doden uit. Satan dacht te hebben gewonnen, maar nooit beging hij een grotere vergissing. De Messias kwam om het Koninkrijk te herstellen.
Verbazend om het herstellend vermogen van de natuur te zien. Een kapot gevroren en afgezaagde stam die gewoon weer uitloopt. Job spreekt er al van in hoofdstuk 14:7-8, waar staat: “...Want voor een boom is er, als hij omgehakt wordt, nog hoop dat hij zich weer vernieuwt, en zijn jonge loten niet ophouden uit te lopen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, en sterft zijn stronk in het stof…”.
Ook de olijfboom blijkt dus een zeer sterke soort te zijn en wordt wel een paar keer vaker genoemd in de Bijbel. De eerste keer al in Genesis 8:11 waar de door Noach uitgelaten duif met een olijftakje in de snavel terugkomt ten bewijze dat het water zakt. Er groeiden toen kennelijk al Olijfbomen in zuid-oost Turkije op de Ararat.
En dan denk ik ook aan de ‘Olijfberg’ vanwaar de hele stad kan worden overzien.
Elke keer weer wanneer ik op de Olijfberg sta moet ik denken aan de woorden en profetie van Zacharia 14:
1Zie, er komt een dag voor de HEERE waarop de buit, op u behaald, in uw midden zal worden verdeeld.
2Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, (Jes. 13:16) de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad.
3(Jes. 42:13) Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.
4Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden.
David beklom al wenende met de zijnen de Olijfberg, (2 Samuël 15:30). Uit de tekst blijkt dat deze berg een plaats was en is om voor God neer te buigen om te aanbidden. Later komen we dan ook iemand tegen die dat ook inderdaad doet: Christus Jezus, de Redder van de wereld (Johannes 4 vers 42).
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -9-: Over de olijf gesproken (2)
Over de olijf gesproken (2)
We denken naar aanleiding van vers 3 waar we lezen: uw zonen zullen zijn als jonge olijfbomen rondom uw tafel.en in aansluiting op de voorgaande aflevering weer verder na over de olijfboom. Want als de zonen van Israel in de tekst worden vergeleken met olijfbomen, dan is het goed om de kenmerken van de olijf te onderzoeken,
De vrucht van de olijfboom is klein, bitter van smaak en bevat één pit. De olijf is zonder speciale behandeling niet te eten en wordt niet zozeer gekweekt om te eten dan wel om er olie uit te persen. Als de nog niet geheel rijpe, groene olijf, voorzichtig wordt uitgeperst dan ontstaat een uitstekende kwaliteit olie.. Nadat men de olie geruime tijd heeft laten bezinken bezit alleen de op deze wijze bereidde olie de zo karakterestieke geur en smaak van olijfolie.
Het is juist deze olie die ook destijds al in de tempel werd gebruikt om te zorgen dat de lampen voortdurend bleven branden (zie Exod. 27:20); het moest zuivere olie zijn van gestoten olijven. Ook de heilige zalfolie die in Exodus 30:24 wordt genoemd bevat olijfolie. Het moest zeer zorgvuldig worden bereid, en het mocht nooit door iemand worden nagemaakt.
In de voorgaande uitzending hebben we gezien da de Olijfboom een taaie soort is. Ook na meer dan vijftien graden vorst en een compleet afgezaagde stam lopen de bomen weer uit en doen hun plicht: vrucht dragen.
Het is bekend van de olijf, dat het een boom is die niet gemakkelijk kapot te krijgen is en het herstellend vermogen is enorm. De eisen die de boom aan de grond stelt zijn laag. In droge, kalkachtige rotsgebieden waar veel andere vruchtbomen niet gedijen, doet de olijf het uitstekend. Een afgezaagde tak die in de grond wordt gestopt zal veelal gewoon weer uitlopen en wortel schieten en uiteindelijk vrucht dragen.
Wordt er een pit van de olijf in de grond gestopt dan zal er een boom uitgroeien die pas in het achtste jaar vrucht gaat dragen. Na verloop van ongeveer twintig jaren is de productie het hoogst en een gemiddelde boom kan wel twintig tot vijfentwintig kilo olijven opleveren, wat goed is voor zes tot twaalf liter olie. Olijfbomen kunnen honderden jaren oud worden en zijn zeer goed bestand tegen ziekten. Zoals gezegd, een taaie soort.
De oogst van de olijf vindt plaats in november / december. Volgens Gods Woord werden in vroeger tijden de olijven geoogst door tegen de takken te slaan (zie Deut. 24:20) en mocht men daarna niet nog eens de takken met de hand nazoeken. De armen en de behoeftigen mochten dit doen. De Israeliëten dienden te bedenken dat ze vroeger allemaal arme slaven geweest waren in Egypte.
In Deuteronomium 6:10–12 wordt het volk Israël eraan herinnerd, dat God hen in een rijk land laat wonen met wijngaarden en olijfbomen die ze niet zelf hebben geplant. Dat wordt nog eens herhaald in hoofdstuk 8:7–10, waar staat: “...een land met olierijke olijfbomen en honing…een land waarin u zonder schaarste brood zult eten, waarin het u aan niets ontbreken zal…Als u dan gegeten hebt en verzadigd bent, loof dan de HEERE, uw God, voor het goede land dat Hij u gegeven heeft”.
In Nehemia 9:25 bekent de profeet voor God dat het volk alles in overvloed had (olijfbomen en vruchtbomen). “Zij zijn echter ongehoorzaam geworden en zijn tegen U in opstand gekomen, en zij hebben Uw wet verworpen en Uw profeten gedood...” (vs. 26).
Als gevolg van deze houding lezen we in Jeremia 11, vers 16: “Een bladerrijke olijfboom, met welgevormde vruchten, had de HEERE u als naam gegeven. Maar nu heeft Hij onder het geluid van een groot gedruis een vuur onder hem aangestoken, zodat zijn takken gebroken zijn. Want de HEERE van de legermachten, Die u heeft geplant, heeft een kwaad over u uitgesproken - vanwege het kwaad dat het huis van Israël en het huis van Juda met elkaar bedreven hebben, door Mij tot toorn te verwekken door reukoffers te brengen aan de Baäl”.
Maar het komt (uiteindelijk) goed met Israël, lezen we in Hosea 14:6, waar staat: “Ik zal voor Israel zijn als de dauw. Hij zal in bloei staan als de lelie, wortel schieten als de Libanon. Zijn jonge loten zullen uitlopen, zodat zijn pracht zal zijn als de olijfboom, en hij zal een geur hebben als de Libanon”.
Zo zien we dat de olijfboom een prominente rol speelt in de typologie van het volk Israël.
Paulus haalt in Romeinen 11:11-24 ook uitvoerig de olijfboom aan. Uit vers 24 blijkt dat de zegeningen van God worden vergeleken met de edele olijf en de heidenen - van oorsprong wilde olijftakken – worden door God geënt op de wortel en stam van de edele olijf.
We lezen daar: Want als u afgehouwen bent uit de olijfboom die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen zij die natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom.
Sommige oorspronkelijke takken zijn door God weggebroken (zie vers 17–19). Het beeld is duidelijk. Enige van die takken zijn weggebroken van de ‘edele olijf’ door ongeloof. We dienen vooral vers 18 goed te lezen; de nieuw geënte takken van de wilde olijf (dat zijn de gelovigen uit de heidenen) moeten zich vooral niet beroemen ten opzichte van de (andere) takken: “Niet u draagt de wortel, maar de wortel draagt u.” De wortel en de stam van de ‘edele olijf’ staan dus model voor ‘Gods zegeningen’!
Gods zegeningen voor Israël worden al in de Thora uitvoerig beschreven in Deuteronomium 7 en zijn allen ‘aardse’ zegeningen. We lezen in vers 13: “Hij zal de vrucht van uw schoot zegenen en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe wijn en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven” (zie ook vers 14–16).
Dan nog even als laatste dit: Eerder zeiden we al: De olijf is van zichzelf te bitter om zonder meer tot voedsel te dienen. De rijpe, zwarte vrucht wordt eerst in een soda oplossing gelegd en daarna in pekelwater. Dan gedurende tien dagen iedere dag met water gewassen. Vervolgens worden de olijven ingelegd in aardewerken potten met zout en kruiden, specerijen en andere aromatische ingrediënten. Na een jaar is de vrucht bruikbaar voor consumptie; de bittere smaak is weg en hij is heerlijk om te eten.
Mogen we dit beeld eens doortrekken naar de mens, u en ik?
De mens is van zichzelf door zijn zondige natuur en aard, net als de olijf, ook veel te bitter om smakelijk te zijn voor God. Het wordt al een stuk beter als we, nadat we geplukt zijn in een reinigend zoutbad worden gedaan (Matt. 5:13) en grondig gewassen worden. Zout is bederfwerend, smaakmakend, reinigend... en ook dorstverwekkend.
Het is noodzakelijk voor de natuurlijke mens om van zijn zonden en bitterheid te worden schoon gewassen om contact met God te kunnen krijgen. De schoongewassen mens krijgt daarna ook dorst naar God, naar gemeenschap met Zijn Verlosser en wordt door de werking van de andere kruiden een heerlijk geurende vrucht: een welriekende reuk voor God (zie Efe. 5:2).
Zo zien we, dat ogenschijnlijk onbeduidende bomen en vruchten overdrachtelijk gezien een duidelijke boodschap in zich hebben. God heeft in Zijn wijsheid de hele natuur om ons heen gemaakt zodat Zijn reddingsplan voor de mens hierin is terug te vinden. Het is zeer de moeite waard om hier oog voor te hebben en Gods boodschap hierin te ontdekken; het verrijkt ons leven. Ook nu weer alle reden om Hem te danken voor alle pracht om ons heen.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -10-: Over zegeningen gesproken (1)
Over zegeningen gesproken (1)
Eerder zeiden we over deze psalm al: Dit negende “pelgrimslied” bezingt het geluk van “eenieder die de HEERE vreest, die in Zijn wegen gaat” (vers 1). Zo worden de Israëlieten in het vrederijk beschreven.
De Psalm beschrijft de situatie in de periode die binnenkort zal aanbreken. Wanneer Zijn Rijk van vrede hier op aarde zal aanbreken.
Inderdaad, het zal zijn zoals beschreven:
Israel zal eten van de inspanning van zijn handen;
zij zullen welzalig, gelukkig zijn en het zal hen goed of tov gaan.
De vrouw, Israel, zal zijn als een vruchtbare wijnstok
en de kinderen van Israel zullen zijn als jonge olijfbomen
rondom uw tafel.
4Zie, zo zal zeker de man gezegend worden
die de HEERE vreest.
En de ultieme man die ultiem de HEERE vreest, is dat dezelfde Man met een hoofdletter niet die in Psalm 1 beschreven wordt?
De vraag kwam tijdens de voorbereiding vanmorgen bij mij op welke zegeningen van toepassing zijn op dit komende rijk van Vrede. Want de Psalm spreekt wel over zegeningen, maar welke zegeningen worden dan bedoeld. In de Psalm worden er weliswaar een aantal genoemd, maar er is meer over te zeggen en te leren vanuit Gods Woord. En het is altijd weer goed om de dag te beginnen met zegeningen in de ochtend. Vandaar: Brachot baBoker.
In het Oude of Eeerste Testament lezen we over het Koninkrijk waarover de profeten hebben geprofeteerd. Wat zijn de voornaamste kenmerken van dit koninkrijk, zoals door hen verkondigd?
Alles moet beginnen met de persoonlijke wederkomst van de Messias naar de aarde. Daar zal Hij de heerschappij op Zich nemen om de duisternis en de totale mislukking van de huidige heidense heerschappij en onderdrukking weg te doen.
Zullen we eens een aantal kenmerken van dit binnenkort aanbrekende koninkrijk doorlopen aan de hand van het woord van God?
Als eerste moet ik dan denken aan: Gerechtigheid
Voor de eerste keer sinds de val van de mensheid in Eden, zal de wereld weten wat het is om een absoluut rechtvaardige regering te hebben; zonder angst of aanzien des persoons: In Psalm 96 vers 10 lezen we:
"Zie, een Koning zal regeren in gerechtigheid, en vorsten zullen heersen overeenkomstig het recht" (Jes 32:1) en "Zeg onder de heidenvolken: De HEERE regeert; ja, vast staat de wereld, ze zal niet wankelen; Hij zal over de volken op billijke wijze rechtspreken"
De Heere is de Zon der gerechtigheid. In Mal. 4:2 lezen we:
Maar voor u die Mijn Naam vreest,
zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn;
en u zult naar buiten gaan en dartelen
als kalveren uit de stal.
Als gevolg van de wedergeboorte, het nieuwe hart en de nieuwe geest die Israël van God zal ontvangen, zal geheel Israël gerechtvaardigd zijn:
"Uw volk, zij allen zullen rechtvaardigen zijn, voor eeuwig zullen zij de aarde in bezit nemen..." (Jes. 60:21a, zie ook: 61:3b, 11).
Jeremia 23:5-6 zegt: " Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan. Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen, Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde. In Zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël onbezorgd wonen. Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem noemen zal: de HEERE ONZE GERECHTIGHEID."
Dat Israël een nieuw hart of nieuwe geest van God zal krijgen, staat duidelijk in het eerste Testament: “Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen. Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt. U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn. Ik zal u verlossen van al uw onreinheden” (Ezech. 36:24-29a; zie ook Jer. 24:6 en 7; 31:33 en 34; Ezech. 11:19 en 20).
Hier wordt door God de geestelijke basis gegeven voor het herstelde en wedergeboren volk van Israël, door wie Hij uiteindelijk de plannen voor Zijn koninkrijk op deze aarde kan uitwerken.
Psalm 128 -11-: Over zegeningen gesproken (2)
Over zegeningen gesproken (2)
In vervolg op de voorgaande uitzendingen denken we opnieuw na over de zegeningen die God gedurende Zijn Rijk van vrede, Zijn Messiaanse rijk hier op aarde zal schenken.
In de voorgaande aflevering spraken we over gerechtigheid. De periode van Zijn regering zal gekenmerkt worden door gerechtigheid en recht.
Een volgend kenmerk van Zijn Messiaanse Rijk dat binnenkort zal aanbreken is Shalom, Vrede
Menselijke vrede is voornamelijk een staken van vijandelijkheden, terwijl onrust en ontevredenheid voortdurend onderhuids aanwezig blijven.
Shalom betekent, zoals we weten, "vrede". Maar als we wat verder graven naar de oorsprong van het woord, dan ontdekken we dat de wortel van het woord ook "compleet" betekent. Het brengt een begrip van welzijn, van welbevinden over en bevat ook het woord "betaald". In de naam Jeruzalem vinden we alle grondletters van het woord Shalom. De grondletters - compleet, betaald, vrede. Ik heb het al meerdere keren in dit programma gezegd: Hoe rijk is het woord van God al gewoon in het Nederlands, maar wanneer we het Bijbels Hebreeuws leren kennen, ontdekken we een rijkdom die nog veel dieper gaat. Geweldig om deze geweldige rijkdommen steeds maar weer opnieuw te ontdekken!
De mensheid kan deze gewenste ideale situatie ook niet bereiken door zijn eigen inspanningen. De hoofdoorzaak van oorlog is zonde, hebzucht en machtswellust, en nooit zal de mens in staat zijn dit wezenlijke probleem in zijn hart uit te roeien. Maar de profeten maken duidelijk dat als Hij, de Vredevorst, terugkomt en de macht neemt, er eindelijk echte vrede zal komen over de hele aarde. Hij alleen is in staat om daadwerkelijk tegen de zonde en tekortkomingen op te treden, ermee af te rekenen en de wapens en oorlogen die daaruit voortkomen, af te schaffen.
In zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen; er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet meer is. Hij zal heersen van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot de einden der aarde” (Ps. 72:7 en 8). “Hij zal oordelen tussen de heidenvolken en veel volken vonnissen. En zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren” (Jes. 2:4).
Met Goddelijke vrede komt blijvende vreugde, het derde kenmerk van Zijn rijk van vrede. Want spanning en druk worden weggenomen. De altijd aanwezige strijd en competitie zullen ophouden te bestaan en rustig vertrouwen en tevredenheid komen daarvoor in de plaats: “Want wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen terugkeren; zij zullen Sion binnenkomen met gejuich. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn, vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen, verdriet en gezucht zullen wegvluchten” (Jes. 35:10).
En in Psalm 97 vers 1 lezen we: De HEERE regeert, laat de aarde zich verheugen.
En als laatste lezen we er over bij de profeet Jesaja in hoofdstuk 42:
10 Zing voor de HEERE een nieuw lied,
Zijn lof vanaf het einde der aarde,
u die de zee en al wat daarin is, bevaart,
u, eilanden en wie daarop wonen.
11Laten de woestijn en zijn steden hun stem verheffen,
de dorpen waar Kedar woont.
Laten zij die in de rotsen wonen, juichen,
het vanaf de bergtoppen uitjubelen.
12Laten zij de HEERE eer geven,
en Zijn lof op de eilanden verkondigen.
Deze en nog veel meer teksten getuigen van de voortdurende blijdschap en lofprijs die overal aanwezig zal zijn, wanneer Gods koninkrijk is aangebroken en Hij over de gehele aarde regeert.
Psalm 128 -12-: Over zegeningen gesproken (3)
Over zegeningen gesproken (3)
In vervolg op de voorgaande uitzendingen denken we opnieuw na over de zegeningen die God gedurende Zijn Rijk van vrede, Zijn Messiaanse rijk hier op aarde zal schenken.
In de voorgaande afleveringen spraken we over gerechtigheid. Vrede en vreugde, de kenmerken van Zijn Vrederijk.
Een volgend kenmerk van Zijn Messiaanse Rijk dat binnenkort zal aanbreken is heiligheid
In het Woord van God lezen we over het land dat door de Heere, geheiligd is, apart gezet is ten opzichte van de overige landen.
Joden, christenen, en moslims gebruiken veelal voor het land Israel de benaming ‘heilig land’. Maar de Tenach verwijst er echter expliciet naar als "heilig land" in slechts één passage, Zacharia 2:16 waar we lezen:
12 De HEERE zal Juda in eigendom nemen
als Zijn deel in het heilige land.
Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
De term "heilig land" wordt verder twee keer gebruikt in de canonieke boeken ( Wijsheid 12:3 , 2 Makkabeeën 1:7 ). De heiligheid van het Land van Israël wordt over het algemeen geïmpliceerd in de Tenach doordat het Land aan de Israëlieten door God, dat wil zeggen, het is het " beloofde land ", een integraal onderdeel van Gods verbond
Het land van Israël is het land dat God aan de Abraham, Izak en Jacob beloofd en aan hun nageslacht tot een erfelijke bezitting gegeven heeft.
De wereld maakt zich al jaren druk over de vraag van wie het land Israel nu eigenlijk is. Oorlogen worden er om uitgevochten. De verenigde naties of de verenigde volken hebben er een mening over, maar eigenlijk is het antwoord natuurlijk heel simpel:Het land is van God
Het land van Israël is het land van de God van Israël, het land van JHWH. Hij noemt het Mijn land.
Jes 14:1 Want de HEERE zal Zich over Jakob ontfermen en Hij zal Israël nog verkiezen. Hij zal hen neerzetten op hun eigen grond. De vreemdeling zal zich bij hen aansluiten en zich bij het huis van Jakob voegen.
2 De volken zullen hen nemen en naar hun woonplaats brengen. Het huis van Israël zal hen in erfelijk bezit nemen als slaven en slavinnen in het land van de HEERE. Zo zullen zij gevangenhouden wie hen gevangen hielden en heersen over hun onderdrukkers.
Het land van Israël is niet in de eerste plaats van Joden of Palestijnen of van de Volkenbond of van de Verenigde Naties, maar van God zelf. Het is Zijn land, zoals blijkt uit de volgende Schriftplaatsen.
2 Kronieken 7 vers 19 – 22: Maar als u allen zich ooit van achter Mij afkeren zult, en Mijn verordeningen en Mijn geboden, die Ik u voorgehouden heb, verlaat, en andere goden gaat dienen en zich voor hen neerbuigt,
20 dan zal Ik hen wegrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en zal Ik dit huis, dat Ik voor Mijn Naam geheiligd heb, van voor Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het onder alle volken tot een spreekwoord en een voorwerp van spot maken.
Jes 14:25 Ik ga Assur in mijn land verbreken en het op mijn bergen vertreden; dan zal zijn juk van hen worden weggenomen en weggenomen de last van hun schouder.
Joe 1:6 Want een volk is tegen mijn land opgetrokken, machtig en ontelbaar; zijn tanden zijn leeuwetanden en het heeft hoektanden van een leeuwin.
Het land is in de eerste plaats Zijn erfdeel (ook het volk Israel is Gods erfdeel).
Jer 2:7 Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht daarvan en het goede ervan te eten. Maar toen u daarin kwam, verontreinigde u Mijn land en hebt u Mijn eigendom tot een gruwel gemaakt.
Jer 16:18 Daarom zal Ik eerst hun ongerechtigheid en hun zonde dubbel vergelden, omdat zij mijn land hebben ontwijd met het aas van hun gruwelen en afschuwelijkheden, waarmede zij mijn erfdeel hebben vervuld.
Geen volk noch vereniging van volken kan eigenmachtig bepalen voor wie het land bestemd is. We zien dat in de tijd waarin wij leven plaatsvinden. Vele hebben een mening recht te hebben op Zijn land. Maar ik kan u verzekeren dar zij allemaal buiten de waard rekenen. Want het is zonneklaar wie het land toebehoort. Wanneer zij zouden luisteren naar Gods Woord opgeschreven in Zacharia 36, leest daar zonneklaar over het herstel van Israel.
1En u, mensenkind, profeteer tegen de bergen van Israël, en zeg: Bergen van Israël, hoor het woord van de HEERE!
2 Zo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand over u gezegd heeft: Haha! Zelfs de eeuwige hoogten zijn ons tot erfelijk bezit geworden,
3 profeteer daarom, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, zodat u een erfelijk bezit werd voor het overblijfsel van de heidenvolken, u over de tong ging en er kwaad gerucht bij het volk was
4– luister daarom, bergen van Israël, naar het woord van de Heere HEERE. Zo zegt de Heere HEERE tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de waterstromen en tegen de dalen, tegen de verwoeste puinhopen en tegen de verlaten steden, die tot buit en tot een voorwerp van spot geworden zijn voor het overblijfsel van de heidenvolken die rondom u zijn –
5 daarom, zo zegt de Heere HEERE: Voorwaar, in het vuur van Mijn na-ijver heb Ik gesproken tot het overblijfsel van de heidenvolken en tot heel Edom, die zichzelf Mijn land tot erfelijk bezit hebben gegeven met de blijdschap van heel hun hart, met leedvermaak, zodat zijn weidegrond tot buit zou zijn.
6 Profeteer daarom over het land van Israël, en zeg tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de waterstromen en tegen de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, in Mijn na-ijver en in Mijn grimmigheid heb Ik gesproken, omdat u de smaad van de heidenvolken gedragen hebt.
7Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ík heb gezworen:36:7 gezworen - Letterlijk: Mijn hand opgeheven Voorwaar, de heidenvolken die rondom u zijn, zullen zelf hun schande dragen!
8 Maar u, bergen van Israël, u zult uw takken weer voortbrengen en uw vruchten voor Mijn volk Israël dragen, want zij komen naderbij zij komen naderbij - Letterlijk: zij komen naderbij om te komen
9 Want zie, Ik kom naar u toe, Ik zal Mij naar u toewenden, en u zult bewerkt en bezaaid worden.
10 Ik zal de mensen op u talrijk maken, heel het huis van Israël, in zijn geheel. De steden zullen bewoond en de puinhopen zullen herbouwd worden.
11 Ik zal mens en dier op u talrijk maken, zij zullen talrijk worden en vruchtbaar zijn. Ik zal u doen bewonen als in uw vroegere tijden, ja, Ik zal u meer goeddoen dan in uw begin. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.
12 Ik zal mensen over u doen lopen, namelijk Mijn volk Israël. Zij zullen u in bezit nemen, u zult voor hen tot erfelijk bezit zijn en u zult hen voortaan niet meer van kinderen beroven.
13 Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tegen u zeggen: U bent een mensenverslinder, en u bent een land dat uw volken van kinderen berooft,
14 daarom zult u geen mens meer verslinden en uw volken niet meer van kinderen beroven, van kinderen beroven - Of: struikelen. spreekt de Heere HEERE.
15 Ik zal de smaad van de heidenvolken over u niet meer doen horen en u zult de schande van de volken niet langer dragen. U zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.
16Het woord van de HEERE kwam tot mij:
17 Mensenkind, toen het huis van Israël in hun land woonde, toen verontreinigden zij dat met hun weg en met hun daden. Hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinheid van een afgezonderde vrouw.
18 Toen stortte Ik Mijn grimmigheid over hen uit omwille van het bloed dat zij in het land vergoten hadden, en vanwege hun stinkgoden waarmee zij het verontreinigd hadden.
19 Ik verstrooide hen onder de heidenvolken en zij werden verspreid over de landen. Ik heb hen geoordeeld overeenkomstig hun weg en overeenkomstig hun daden.
20 Toen zij aankwamen bij de heidenvolken waarheen zij gegaan waren, ontheiligden zij Mijn heilige Naam, omdat men van hen zei: Deze mensen zijn het volk van de HEERE en toch zijn zij uit Zijn land vertrokken.
21 Maar Ik spaarde hen vanwege Mijn heilige Naam. Het huis van Israël had die ontheiligd onder de heidenvolken waarheen zij gegaan waren.
22 Zeg daarom tegen het huis van Israël: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenvolken waarheen u gegaan bent.
23 Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenvolken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heidenvolken weten dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik in u voor hun ogen geheiligd word.
24 Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen.
25 Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.
26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven.
27 Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.
28 U zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, u zult een volk voor Mij zijn en Ík zal een God voor u zijn.
29 Ik zal u verlossen van al uw onreinheden. Ik zal roepen tegen het koren en Ik zal het veel doen worden: Ik zal u geen hongersnood opleggen.
30 Ik zal de vrucht van de bomen en de opbrengst van het veld vermeerderen, zodat u onder de heidenvolken de smaad van de hongersnood niet meer ontvangt.
31 U zult zich uw slechte wegen en uw daden die niet goed waren, herinneren. U zultwalgen van uzelf om uw ongerechtigheden en om uw gruweldaden.
32 Ik doe het niet omwille van u, spreekt de Heere HEERE, laat dat u bekend zijn. Schaam u en word te schande vanwege uw wegen, huis van Israël.
33 Zo zegt de Heere HEERE: Op de dag dat Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, zal Ik de steden doen bewonen en zullen de puinhopen herbouwd worden.
34 Het verwoeste land zal bewerkt worden, in plaats van een woestenij te zijn voor de ogen van ieder die erdoorheen trekt.
35Z ij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is als de hof van Eden geworden. De steden die verwoest lagen, verwoest en afgebroken, zijn versterkt en bewoond.
36 Dan zullen de heidenvolken die om u heen overgebleven zijn, weten dat Ik, de HEERE, Zelf herbouw wat afgebroken is en beplant wat verwoest is. Ík, de HEERE, heb gesproken en Ik zal het doen.
37Zo zegt de Heere HEERE: Opnieuw zal Ik hierom door het huis van Israël gevraagd worden om dit voor hen te doen. Ik zal hen even talrijk aan mensen maken als aan sch apen.
38 Als met de geheiligde schapen, als met de schapen van Jeruzalem op hun vaste feestdagen, zo vol zullen de verwoeste steden worden met kudden mensen. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben.
Als dat geen zegen is.
Psalm 128 -13-: Over zegeningen gesproken (4)
Over zegeningen gesproken (4)
In vervolg op de voorgaande uitzendingen denken we opnieuw na over de zegeningen die God gedurende Zijn Rijk van vrede, Zijn Messiaanse rijk hier op aarde zal schenken.
In de voorgaande afleveringen spraken we over gerechtigheid. Vrede en vreugde, de heiligheid van Zijn land en volk, de kenmerken van Zijn Vrederijk.
Een volgend kenmerk van Zijn Messiaanse Rijk dat binnenkort zal aanbreken is de rechtspraak.
Eén van de dingen die voor een staat en land van groot belang zijn, is een eerlijke behandeling en gerechtigheid voor iedereen. Zoals we eerder zagen, is dat onmogelijk door menselijke inspanningen te bereiken. Onze zondige natuur resulteert zo vaak in hebzucht, egoïsme en onderdrukking.
We hoeven maar om ons heen te kijken in de wereld van vandaag en we zullen tot de conclusie komen dat we midden in die tijd zitten. Onze tijd wordt gekenmerkt door inderdaad hebzucht wat resulteert in een individualistische maatschappij waarin het draait om het ‘ik’, egoïsme en onderdrukking.
Kijk de krant of het nieuws er maar eens op na. Om maar niet over onderdrukking te spreken. Miljoenen mensen worden onderdrukt door verschrikkelijke regiems. Om niet te zeggen satanische regiems. Ik denk aan Noord-Korea, Pakistan, China, Iran, Rusland. Landen waar het recht en de onderdrukking op de straat struikelen. Verschrikkelijk.
Maar wanneer we het dichter bij huis zoeken denk ik ook aan Europa. De soevereiniteit van de Nederlandsche Staat en daarmee van haar burgers staat eveneens op het spel. De greep van Brussel, de Europese Unie, wordt langzaam maar zeker steeds meer merkbaar. Brussel beïnvloed in toenemende mate ons dagelijks leven.
Als land, als individu hebben we steeds minder in de melk te brokkelen over onze eigen keuzes. En in toenemende mate zien we de laatste jaren dat op allerlei maatschappelijke vlakken getwijfeld wordt aan de rechtsstaat. De veel geprezen democratie staat onder druk. En in dit land zijn de crisissen inmiddels niet meer op een hand te tellen. Een torenhoge inflatie, een gezondheidszorg die niet meer in staat is om haar taak naar behoren uit te voeren, een stikstofcrisis, waardoor boeren gedwongen worden hun bedrijf te verkopen of het ze onmogelijk gemaakt wordt door inkrimping nog een boterham te verdienen, een huizencrisis, een vluchtelingencrisis, een klimaatcrisis, een energiecrisis, een enorme hoeveelheid mensen die in de armoede terecht komen. Ook mensen die een fatsoenlijke baan hebben.
Als je dit alles overdenkt, en het lijstje is echt niet compleet hoor, dringt de vraag zich dan niet bij u en mij op: Wat is er in Nederland en in de wereld in vredesnaam aan de hand?’
Het voert te ver hier in het kader van dit programma bij stil te staan, maar in mijn programma ‘Andere Tijden’ willen we hier binnenkort wat dieper op in gaan.
Maar één van de belangrijkste kenmerken van Christus' heerschappij over de aarde is gerechtigheid voor iedereen, vooral voor de armen en behoeftigen. De mensen aan de rand van de maatschappij. De mensen die niet meer mee kunnen doen.
Dit is slechts een uitbreiding van Zijn rechtvaardigheid, die we zojuist hebben besproken: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen” (Jes. 9:6 en 7; Jes. 11:4a; Ps. 72:4 en 12-14; Jer. 23:5 en 6).
En in Jesaja 11 lezen we de bekende woorden:
1En er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï,
en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.
2Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten:
de Geest van wijsheid en inzicht,
de Geest van raad en sterkte,
de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN.
3Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN.
Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien
en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen.
4Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid
en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen.
Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond
en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden.
5Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn,
en de waarheid de gordel om Zijn middel.
Er is absoluut geen twijfel over mogelijk, dat de wereld nooit een rechtvaardige en absoluut eerlijke regering zal kennen, totdat Hij, de Koning der koningen, zal wederkomen en de volledige heerschappij zal hebben. Hoe ik dat zo zeker weet? Nou we lezen dat in Psalm 72:
O God, geef de koning Uw recht
en Uw gerechtigheid aan de zoon van de koning.
2Dan zal hij over Uw volk rechtspreken met gerechtigheid
en over Uw ellendigen met recht.
3De bergen zullen voor het volk vrede dragen
en de heuvels, met gerechtigheid.
4Hij zal de ellendigen van het volk recht doen,
Hij zal de kinderen van de arme verlossen
en de onderdrukker verbrijzelen.
5Zij zullen U vrezen, zolang de zon en de maan er zijn,
van generatie op generatie.
6Hij zal neerdalen als regen op het gemaaide veld,
als regendruppels die de aarde bevochtigen.
7In Zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen;
er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet meer is.
8Hij zal heersen van zee tot zee,
van de rivier de Eufraat tot de einden der aarde.
9De woestijnbewoners zullen voor Hem neerbukken,
Zijn vijanden zullen het stof oplikken.
10De koningen van Tarsis en de kustlanden
zullen schatting brengen;
de koningen van Sjeba en Seba
zullen schatten aanvoeren.
11Ja, alle koningen zullen zich voor Hem neerbuigen,
alle heidenvolken zullen Hem dienen.
12Want Hij zal de arme redden die om hulp roept,
en de ellendige, en wie geen helper heeft.
13Hij zal de geringe en arme sparen
en de ziel van de armen verlossen.
14Hij zal hun ziel van list en geweld bevrijden,
hun bloed is kostbaar in Zijn ogen.
15Hij zal leven!
Men zal Hem van het goud van Sjeba geven,
men zal voortdurend voor Hem bidden,
de hele dag zal men Hem zegenen.
16Is er een handvol koren op het land,
op de top van de bergen,
de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon;
de stedelingen zullen bloeien als het gewas op de aarde.
17Zijn Naam zal voor eeuwig blijven;
zolang de zon er is, wordt Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant.
Zij zullen in Hem gezegend worden;
alle heidenvolken zullen Hem gelukkig prijzen.
18Geloofd zij de HEERE God, de God van Israël;
Hij doet wonderen, Hij alleen.
19Geloofd zij voor eeuwig Zijn heerlijke Naam; Letterlijk: de Naam van Zijn heerlijkheid.
laat heel de aarde met Zijn heerlijkheid vervuld worden.
Amen, ja, amen.
Er is absoluut geen twijfel over mogelijk, dat de wereld nooit een rechtvaardige en absoluut eerlijke regering zal kennen, totdat Hij, de Koning der koningen, zal wederkomen en de volledige heerschappij zal hebben.
Als dat geen zegen is
We gaan luisteren naar Psalm 72 van het Psalmproject
Psalm 128 -14-: Over zegeningen gesproken (5)
Over zegeningen gesproken (5)
In vervolg op de voorgaande uitzendingen denken we opnieuw na over de zegeningen die God gedurende Zijn Rijk van vrede, Zijn Messiaanse rijk hier op aarde zal schenken.
In de voorgaande afleveringen spraken we over gerechtigheid. Vrede en vreugde, de heiligheid van Zijn land en volk, de kenmerken van Zijn Vrederijk.
Een volgend kenmerk van Zijn Messiaanse Rijk dat binnenkort zal aanbreken is de Kennis van God.
Het staat buiten kijf dat het falen van de mens niet alleen te wijten is aan zijn aangeboren zondigheid en zwakheid, maar ook aan zijn onwetendheid over God, Zijn karakter en Zijn Plan me deze wereld.
De profetie van Jesaja opent met Gods klaagzang over de onwetendheid van Zijn aardse volk Israël, ondanks het onderwijs van de priesters en profeten: “Luister, hemel, neem ter ore, aarde! Want de HEERE spreekt: Ik heb kinderen grootgebracht en doen opgroeien, maar zíj zijn tegen Mij in opstand gekomen. Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht” (Jes. 1:2 en 3).
Verschrikkelijk toch, wanneer je deze woorden oer het volk van God moet lezen? Zij die straks, misschien binnenkort al de wereld moet onderwijzen in de woorden van God?
Israël was dieper gevallen dan de dieren, want dieren herkennen hun eigenaren, maar Israël weigerde dat te doen, door haar bodemloze afval.
Maar laten wij mensen in de tijd waarin wij lezen ons niet boven Israel verheffen. Want wat van Israel geschreven staat is eveneens van toepassing op de wereld waarin wij leven.
Want wat over Israel geschreven staat is eveneens van toepassing op de wereld waarin wij leven: Ook wij zijn tegen Hem in opstand gekomen. Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar ook hebben geen kennis, en geen inzicht”.
Nee, we hebben niets om ons te beroemen op dit punt ten opzichten van Zijn volk Israel.
Ik herinner me een bijeenkomst van honderden christenen waarbij Hen Binnendijk de vraag stelde wie dagelijks een half uurtje in God Woord las. En het resultaat was bedroevend. Slechts een handje vol handen gingen omhoog.
En ik herinner me veertig jaar geleden dag met name de Evangelische gezindte in Nederland bekend stond om haar bijbelstudies en bijbelonderzoek. En nu? Nu staan de liederen en de band veelal centraal en de spreker krijgt nog 20 minuten om zijn boodschap door te geven.
Moeten ook wij niet erkennen dat wij dieper gevallen zijn dan de dieren, want dieren herkennen hun eigenaren, maar ook wij weigeren dat te doen, door onze bodemloze afval. We geloven nog liever dat we van de apen afstammen dan dat we door Gods hand geboetseerd zijn en dat Hij Zijn adem, zijn ruach, in onze neusgaten geblazen heeft. Als je er even bij stilstaat is dat te gek voor woorden toch?
Ik moet denken aan de woorden van de dienstknecht van de Heere die hij eeuwen geleden schreef aan de gelovigen in Thessalonica, maar aan actualiteit nog niets ingeboet hebben:
1 En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
2Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.
3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
5 Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
6 En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.
8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;
10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven.
En in de tijd waarin wij leven kunnen we toch wel constateren dat de leugen, de Leugenaar regeert? Want eerlijk gezegd vraag ik me bijna dagelijks af wanneer ik het nieuws tot mij laat komen: Wat is waarheid. Het zijn eeuwenoude woorden, ik weet het.
Maar toch zal dit allemaal worden rechtgezet in de volgende aioon (eeuw) "…want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt" (Jes. 11:9).
Eerst zal een verlost en hersteld Israël tot volledige kennis van God komen, in het tijdperk van het nieuwe verbond (Jer. 31:33 en 34 en Jes. 54:13). Dan zullen zij, als de grootste zendelingen aller tijden, deze kennis tot aan de uiterste der aarde brengen, met zegen als gevolg.
In Jesaja 54 lezen we immers: Al uw kinderen zullen door de HEERE onderwezen zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.
Als dat geen zegen is.
We gaan luisteren naar een eeuwenoude Psalm:
Geef, Heer, de koning uwe rechten,
en uw gerechtigheid.
Aan 's konings zoon om uwe knechten
Te richten met beleid.
Dan ruist op alle bergen vrede,
heil op der heuv'len top.
Hij zal geweldenaars vertreden
maar armen richt hij op.
Zolang de zon des daags zal rijzen,
de maan schijnt door de nacht,
moet al het volk Hem eer bewijzen,
Hem loven elk geslacht.
Hij moge mild zijn als de regen,
het land tot lafenis.
Vrede zal bloeien aller wegen,
totdat geen maan meer is.
Psalm 128 -15-: Over zegeningen gesproken (6)
Over zegeningen gesproken (6)
In vervolg op de voorgaande uitzendingen denken we verder na over de zegeningen die God gedurende Zijn Rijk van vrede, Zijn Messiaanse rijk hier op aarde zal schenken.
In de voorgaande afleveringen spraken we over gerechtigheid. Vrede en vreugde, de heiligheid van Zijn land en volk en de kennis van God, de kenmerken van Zijn Vrederijk.
Een ander kenmerk van het komende koninkrijk op aarde, dat samenhangt met het regeren van de Heere in gerechtigheid, is de bevrijding van alle vormen van onderdrukking. Sociale, politieke of religieuze onderdrukking zullen niet worden getolereerd:
We lezen in Jesaja 42 vers 6 en 7: Ík, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, Ik zal U bij Uw hand grijpen, Ik zal U beschermen en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de heidenvolken, om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden, uit de gevangenis wie in duisternis zitten.
En in Jesaja 49 vers 8 en 9 horen we eveneens de Profeet Jesaja profeteren:
8 Zo zegt de HEERE: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Ik zal U beschermen en U geven tot een Verbond voor het volk, om de aarde weer op te richten, om de verwoeste erfelijke bezittingen te ontvangen, om te zeggen tegen de gevangenen: Ga uit!, tegen hen die in duisternis verkeren: Kom tevoorschijn! Op de wegen zullen zij weiden, op alle kale hoogten zullen hun weidegronden zijn.
En als laatste wil ik met u lezen Psalm 72 vers 4 waar we lezen:
Hij zal de ellendigen van het volk recht doen, Hij zal de kinderen van de arme verlossen en de onderdrukker verbrijzelen.
Beste mensen, kan het nog duidelijker zijn? Hij zal zeggen tegen de gevangenen: Ga uit! En Hij zal de onderdrukker, en we weten allemaal wie er aan het hoofd van de onderdrukkers in deze wereld staat, maar Hij zal de onderdrukker verbrijzelen. Ik zou hier al bijna de woorden zoals we deze uitzending altijd afsluiten willen gebruiken: Als dat geen zegen is.
Maar weet u, ik begrijp dat mensen die het Woord van God niet kennen, hier geen enkele weet van hebben en al zouden ze er weet van hebben, waarschijnlijk ons voor gek verklaren.
Maar dan moet toch ook gezegd worden dat er talloze mensen zijn die bij wijze van spreken een kerkbank versleten hebben en wanneer zij dit horen staan te kijken alsof zij water zien branden.
Maar ik kan u verzekeren dat er geen Woord van gelogen is wanneer de Profeet Jesaja, geïnspireerd door de Geest zijn Woord richt tot het volk Israel: Ik zal U beschermen en U geven tot een Verbond voor het volk, om de aarde weer op te richten, om de verwoeste erfelijke bezittingen te ontvangen, om te zeggen tegen de gevangenen: Ga uit!, Want weet u waarom ik dat zo zeker weet? God is namelijk geen God dat Hij liegen kan. En wanneer we vraagtekens achter Zijn Woord plaatsen, maken we Hem tot een leugenaar. Scherp gezegd? Ja inderdaad, maar dat moet dan ook maar eens. Lieve mensen, laat uw vooroordelen en wat u geleerd is eens los en vertrouw op Zijn Woord, want Zijn Woord is de Waarheid. Het enige Woord waar je vandaag de dag op kunt vertrouwen.
Wanneer satan gedurende duizend jaar gebonden en in gevangenschap is, zodat hij de volken niet kan verleiden, zal een belangrijke belemmering voor het vestigen en in stand houden van het koninkrijk, door God zijn verwijderd. En dat is niet omdat ik het zeg en dat is niet een bepaalde theologische richting die ik vertegenwoordig, maar het getrouwe Woord van God. Luister maar wat Hij zegt:
En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.
Lees maar na in Openbaring 20 vers 1 tot en met 3.
Feitelijk is het moeilijk voor te stellen hoe de aardse omstandigheden zullen zijn zonder de onheilspellende macht van wie genoemd wordt 'de god van deze eeuw' (2 Kor. 4:4). Hij heeft de gedachten van alle ongelovigen, maar ik moet ook zeggen van talloze gelovigen zolang verblind en deze huidige wereld aangezet tot verschrikkelijke opstand tegen God en Zijn verlossingsplan.
Maar let op en wees wakker, want Zijn voetstappen worden reeds gehoord. Laten we ons daarom verheugen en blij zijn!
Als dat geen zegen is.
Dit is de tijd van Elia
Die 't woord van de Heer tot ons spreekt
En dit is de tijd van Zijn dienstknecht Mozes
Die 't juk van het onrecht verbreekt
En dit is de tijd van verzoeking
Van duisternis, net als weleer
Maar in de woestijn klinkt een stem, die uitroept
'Bereid nu de weg van de Heer!'
Voorwaar Hij komt, Koning van 't heelal
Stralend als de zon met bazuingeschal
Roep het uit, dit is het jubeljaar
Uit Sion komt het heil; uw God is daar
En dit is de tijd van Ezechiël
Waar beenderen worden bekleed
En dit is de tijd van uw dienstknecht David
Wij maken de tempel gereed
En dit is de tijd om te oogsten
De velden zijn wit als weleer
En wij zijn de arbeiders in Uw wijngaard
Die staan op het woord van de Heer
Voorwaar Hij komt, Koning van 't heelal
Stralend als de zon met bazuingeschal
Roep het uit, dit is het jubeljaar
Uit Sion komt het heil; uw God is daar
Er is geen God als Jahweh
We gaan luisteren naar het lied, Opwekking 570.
Psal 128 16-: Over zegeningen gesproken (7)
Over zegeningen gesproken (7)
In vervolg op de voorgaande uitzending denken we nog verder na over een van de kenmerken van het Vrederijk, namelijk de bevrijding van alle vormen van onderdrukking.
Openbaring 20 is het enige Bijbelgedeelte dat ons de lengte vermeld van het Messiaanse vrederijk op aarde. Nota bene zes keer wordt in dit hoofdstuk de duur van duizend jaar genoemd, vandaar de uitdrukking 'millennium', dat 'duizend' betekent. Het wordt ons zesmaal vermeld en nog twijfelen vele oprechte gelovigen over de komst van het Rijk van de Messias en haar duur.
Sommigen vergeestelijken het woord ‘duizend’ en/of zeggen dat die duizend jaren al begonnen zijn. In die visie omvatten zij dus deze huidige tijd met zijn volstrekte duisternis, zonde, opstand tegen God, zijn onderdrukking en hebzucht en vernietigende wereldoorlogen.
Je kunt je afvragen of zo'n uitleg niet gewoon onzinnig is. Als de huidige tijd de periode is, die Zacharia 14:9 openbaart als de tijd waarin de HEERE Koning zal zijn over heel de aarde en Zijn gerechtigheid zal heersen over de hele aarde, dan kunnen we net zo goed gelijk de Bijbel dicht doen, want dan bedoelt hij niet wat hij zegt en kan het geen duidelijke boodschap voor ons hebben, op welke manier dan ook.
Sommigen vinden het moeilijk om te accepteren, dat de regering van Christus duizend jaar zal duren als er in de Bijbel staat dat Zijn heerschappij geen einde zal hebben. De engel vertelt aan Maria, vóór de geboorte van de Heere Jezus, dat "aan Zijn koninkrijk geen einde zal komen".
Het zijn dezelfde mensen, oprechte gelovigen, die jaar na jaar maar weer, zoals dat genoemd wordt het kerstverhaal lezen of voor horen lezen, waarin onder andere de volgende woorden voorkomen:
Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.
Snapt u het nog dat er mensen zijn die maar niet kunnen geloven dat dit werkelijk zal plaatsvinden? Ik vraag me werkelijk af hoe dat bestaat.
En het is echt niet alleen op deze plaats in de Bijbel dat Hij Zijn Koninkrijk aankondigt hoor. Zullen we nog een paar plaatsen langslopen:
1 Kron. 22:10: Hij is het die voor Mijn Naam een huis zal bouwen, en hij is het die Mij tot een zoon zal zijn, en Ik hem tot een Vader. En Ik zal de troon van zijn koninkrijk tot in eeuwigheid over Israël bevestigen.
Ps. 45:7: Uw troon, o God, bestaat eeuwig en altijd; de scepter van Uw Koninkrijk is een scepter van rechtvaardigheid.
Ps. 89:37 Zijn nageslacht zal voor eeuwig blijven, zijn troon zal vóór Mij zijn, vast als de zon.
Jer. 23:5 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE , dat Ik voor David een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan. Hij zal als Koning regeren en verstandig handelen, Hij zal recht en gerechtigheid doen op de aarde.
Dan. 7:14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.
Dan. 7:27 Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen.
Micha 4:7 Ik zal wie mank gaat, stellen tot een overblijfsel en wie verdreven was tot een machtig volk, en de HEERE zal over hen Koning zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid.
Hebr. 1:8 maar tegen de Zoon zegt Hij : Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.
Er is geen sprake van tegenspraak wanneer we zorgvuldig 1 Korinthe 15:24-28 lezen:
Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan.
Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd. De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.
Immers, alle dingen heeft Hij aan Zijn voeten onderworpen. Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij Die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd.
En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf Zich onderwerpen aan Hem Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn.
Hier zien we dat het koninkrijk uiteindelijk aan God wordt overgegeven. Wanneer dit gebeurt, eindigt de regering van Christus als Middelaar en is de volmaaktheid bereikt. Zonde en dood zijn dan overwonnen, dus is er geen Middelaar meer nodig. Zijn koninkrijk wordt dan opgenomen in het eeuwige koninkrijk van God en is dan geen apart rijk meer. Dus: Zijn heerschappij duurt in eeuwigheid.
Het rijk van Christus, het rijk van de Messias, het Messiaanse koninkrijk, aan de profeten in geuren en kleuren geopenbaard, betreft niet alleen de heiligen die leven bij de wederkomst van de Heere.
Zij moet ook de velen uit de Oudtestamentische bedeling gelden die hier in geloof naar uitkeken. Ook zij zullen dit in de opstanding ontvangen: "En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen" (Dan. 12:2).
Onder deze gelovigen zal blijkbaar David zijn, die als de onderkoning van Christus zal optreden: “Ik zal over hen één Herder doen opstaan en Die zal ze weiden: Mijn Knecht David, de Geliefde, Híj zal ze weiden en Híj zal een Herder voor ze zijn. En Ik, de HEERE, zal een God voor ze zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in hun midden. Ík, de HEERE, heb gesproken”
Als dat geen zegen is.
Jezus,
Gods heerlijkheid verschijnt,
De Mensenzoon,
De Zoon van God
Zal Koning zijn.
Jezus.
Hij offerde zichzelf;
Wordt nu verhoogd,
Wordt nu gekroond;
Hij is de Heer!
En Zijn koninkrijk kent geen grens
En haar heerlijkheid kent geen eind,
Nu de majesteit en luister
Van de Vredevorst verschijnt,
Hij zal Koning zijn.
Hij zal Heerser zijn
En regeren met macht
En in gerechtigheid.
Jezus, Gods heerlijkheid verschijnt.
Jezus.
Zo lief had Vader ons,
Hij was Gods trouw,
Hij was Gods Woord,
Aan ons getoond.
Jezus,
Beeld van Gods heiligheid;
Wordt nu verhoogd,
Wordt nu gekroond;
Hij is de Heer!
En Zijn koninkrijk kent geen grens
En haar heerlijkheid kent geen eind,
Nu de majesteit en luister
Van de Vredevorst verschijnt,
Hij zal Koning zijn.
Hij zal Heerser zijn
En regeren met macht
En in gerechtigheid.
Jezus, Gods heerlijkheid verschijnt.
Psalm 128 -17-: Over zegeningen gesproken (8)
Over zegeningen gesproken (8)
We denken vandaag voor de laatste keer na over de kenmerken van het aardse deel van het koninkrijk van God als dat wordt gevestigd. En het laatste kenmerk waarover we in de Schrift lezen is dat er onmiddellijk met de zonde wordt afgerekend.
Die krijgt dan geen kans meer om te wortelen of te groeien. De Bijbel maakt duidelijk dat de heerschappij van Christus, de Messias, zal worden uitgeoefend met een ijzeren scepter.
Ik weet niet hoe u de dagen waarin wij leven beleeft. En ik wil niet somber zijn, maar als we de huidige staat van de wereld met de goddeloosheid en opstand tegen God zien, dan geeft dat niet bepaalt een optimistisch beeld. En het feit, dat het profetisch Woord aangeeft dat dit steeds erger zal worden naarmate het einde van de aioon nadert, is het geen verrassing dat Christus bij Zijn wederkomst Zijn almacht zal inzetten om Zijn vijanden onder controle te dwingen.
Laten we eens luisteren naar het onderwijs van de Meester Zelf in Lucas 17:
En Hij zei tegen de discipelen: Er zullen dagen komen dat u ernaar verlangen zult één van de dagen van de Zoon des mensen te zien, en u zult die niet zien.
En zij zullen tegen u zeggen: Ziehier of ziedaar is Hij. Ga er niet heen en ga er niet achteraan.
Want zoals de bliksem flitst van de ene plaats onder de hemel en naar de andere plaats onder de hemel licht, zo zal ook de Zoon des mensen zijn op Zijn dag.
Eerst moet Hij echter veel lijden en verworpen worden door dit mensengeslacht.
En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen.
Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen.
Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden.
Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om.
Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.
Wie op die dag op het dak zal zijn, met zijn huisraad in huis, moet niet naar beneden gaan om het mee te nemen. En wie op de akker is, moet evenmin terugkeren naar wat hij achterliet.
Denk aan de vrouw van Lot.
Wie zijn leven Letterlijk: ziel. zal proberen te behouden, zal het verliezen. En wie het zal verliezen, zal het behouden.
Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.
Twee vrouwen zullen samen malen. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.
Twee zullen er op de akker zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.
En zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Waar, Heere? En Hij zei tegen hen: Waar het lichaam is, daar zullen de gieren zich verzamelen.
Ik weet niet hoe u naar deze woorden luistert, maar het zijn niet bepaald optimistische woorden die we lezen zo aan het begin van deze nieuwe dag. Het zijn woorden die mij in ieder geval terneerdrukken, mij somber stemmen. Maar het zijn dan ook niet de laatste woorden, het laatste Woord. Want er is hoop, hoop met een hoofletter.
Want zojuist zei ik dat de Bijbel duidelijk maakt dat de heerschappij van Christus, de Messias, zal worden uitgeoefend met een ijzeren scepter. En daar spreekt ook Psalm 110 over:
Een psalm van David.
De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken:
Zit aan Mijn rechterhand,
totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
tot een voetbank voor Uw voeten.
2De HEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion
en zegt: Heers te midden van Uw vijanden.
3Uw volk is zeer gewillig
op de dag van Uw kracht,
getooid met heilig sieraad;
uit de baarmoeder van de dageraad
is voor U de dauw van Uw jeugd.
4De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen berouw van hebben:
U bent Priester voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizedek.
5De Heere is aan Uw rechterhand,
Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn.
6Hij spreekt recht onder de heidenvolken
vult het slagveld met dode lichamen
en verplettert hem die het hoofd is over een groot land.
7Hij drinkt onderweg uit de beek,
daarom heft Hij Zijn hoofd omhoog.
Psalm 110 wordt zeven keer aangehaald in het Nieuwe of Tweede Testament (Matt. 22:44; Mark. 12:36; Luk. 20:42; Hand. 2:34; 1 Kor. 15:25-28 en Hebr. 1:13 en 10:13). Het laat de Heere Jezus zien, Die regeert te midden van Zijn vijanden (vs. 2).
Psalm 101 zegt:
Mijn ogen zijn gericht op de trouwe mensen in het land,
opdat zij bij mij zullen zitten.
Wie op de volmaakte weg gaat,
die zal mij dienen.
Wie bedrog pleegt,
zal binnen mijn huis niet verblijven.
Wie leugens spreekt,
zal voor mijn ogen geen stand houden.
Elke morgen zal ik
alle goddelozen in het land ombrengen,
door allen die onrecht bedrijven,
uit de stad van de HEERE uit te roeien.
In Deuteronomium 33:29 lezen we: "…daarom zullen uw vijanden zich geveinsd aan u onderwerpen."
Daaruit wordt ook duidelijk dat het millennium, hoe gezegend en wereldomvattend ook, nog niet de volmaakte toestand is. Er is nog steeds bedrog en dood, en de beteugelende hand van de Heere moet dit onder controle houden, omdat op dat moment nog niet al het zaad van satan is verwijderd.
Als de duizend jaren voorbij zijn, gaat het pas echt beginnen: En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (Openb. 21:1 e.v.).
En uit Openbaring lezen we de laatste woorden:
En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn.
Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op zij recht mogen hebben op - Letterlijk: hun macht zal zijn aan. de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan.
Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.
Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen. Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster.
En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.
Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn.
En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.
Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Ik weet niet wat voor gevoel u overhoudt bij het horen of lezen van het voorgaande. Het was en is immers een ernstige boodschap. Maar laten de laatste woorden van de Messias, de Zaligmaker der wereld deze dag blijven resoneren, blijven naklinken in uw hart en in alles wat u deze dag mee maakt: De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Het zijn niet mijn, maar Zijn Woorden. Zijn laatste Woord voor deze wereld, tot u en tot mij gericht. En daar sluit Hij Zijn Woord mee af:
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Als dat geen zegen is.
Eens zal op de grote morgen,
klinken het bazuingeschal,
dan zal Jezus wederkomen,
als de rechter van ’t heelal.
Wie zal op die grote morgen,
buigen voor die Majesteit?
Wie zal op die grote morgen,
vluchten voor die heerlijkheid.
Eens zal op de grote morgen,
blank en bruin worden vereend;
kleur of ras is niet belangrijk,
maar Gods gunst aan ons verleend.
Wie zal op die grote morgen,
buigen voor die Majesteit?
Wie zal op die grote morgen,
vluchten voor die heerlijkheid.