25 juni 2024
Psalm 4 -23-
Over fluitspel en een erfenis gesproken

Psalm 4
Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over fluitspel en een erfenis gesproken
Vandaag komen we aan bij het onderschrift van deze psalm die als opschrift boven Psalm 5: Een psalm van David, voor de koorleider, bij fluitspel

Zonder op alle details in te gaan, betekenen de opschriften vaak niet hoe ze vertaald zijn. In Psalm 5:1 staat (wat feitelijk bij Psalm 4 hoort) . ‘Op de Nechiloth’ (SV) wat door veel vertalingen gezien wordt als een muzikale aanwijzing. Zoiets als ‘zingen bij fluitspel’. Dat komt omdat van de Hebreeuwse letters het woord ‘Nechiloth’ fluitspel is gemaakt. Maar het Hebreeuws kent geen klinkers, dus van de Hebreeuwse letters mag ook het woord ‘Nechaloth’ worden gemaakt en dat betekent: erfdelen. Dat is totaal iets anders!

In grote lijnen spreekt de Bijbel van twee erfdelen. In Deuteronomium 32:9 staat: “Want het deel van de HEERE is Zijn volk, Jakob is het gebied dat Zijn eigendom is.”

Met David mag elke gelovige Israëliet zeggen: de HEERE is mijn enig deel… Het allerbelangrijkste wat een gelovige Israëliet mocht leren zeggen: Wij behoren God toe. God is ons erfdeel, wij zijn van Hem.

Wat er ook gebeuren mag, hoe de vijand ook het land zal bezitten, uiteindelijk zullen wij veilig en in vrede, in shalom, mogen wonen in het land dat van God is. Ons beloofde land is het land dat God beloofd heeft. Het is Zijn land en wij zijn Zijn volk.

Het ware bezit is niet gelegen in de succesvolle graan- en wijnoogsten. Het goede, het toffe, is in God. God is goed, tov zegt de Jood, en genadig. Als ik tot Hem roep, is Hij mij genadig. Hij laat het Licht van Hemzelf over mij schijnen. Het erfdeel van Israël is Gods land en God zelf.

Maar de gelovigen die nu leven, wij, jij en ik, hebben eveneens een erfdeel. In Efeze 1:11 staat: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, die voorbestemd waren, naar het plan (voornemen) van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil.”

In Christus, in de Messias, e Redder van de wereld. mogen wij nu ook weten: wij horen bij God. Hij hoort bij ons. Wij zijn Zijn eigendom in Christus. Niets kan ons scheiden van Hem en Zijn liefde. Hij zal alles onder Zijn Hoofd vergaderen, onder Zijn heerschappij brengen. Dat is het plan dat God zal uitwerken. En in dat plan, dat goede voornemen van God, hebben wij een erfdeel: Christus zelf.

Dat betekent dat wij in het licht van Psalm 4 al onze angsten aan Heere God mogen overlaten. Dat wij in al onze zorgen God nabij mogen weten. Hij is de Aanwezige, weet u nog JHWH, Hij zorgt ervoor dat we nooit van Hem loskomen. Dat wij al onze vragen bij Hem kunnen neerleggen. Wij mogen schreeuwen om ruimte in de angsten en benauwdheden. Hij werkt in alles naar Zijn wil. Durven wij Hem dan ook te vertrouwen? Hij zal ook ons verhoren.

En dan weet ik wel dat de wereldproblemen, het gigantische vraagstuk van het onbegrepen lijden van het Israel van vandaag en van zoveel gelovigen die in sommige landen tot de dood toe worden vervolgd, hiermee niet is opgelost. Maar ik troost mij wel dat ik zo vaak verhalen hoor van lijdende gelovigen die ons leren dat ze God vaak op een bijzondere wijze van dichtbij hebben ervaren.

De pijn kan afschuwelijk zijn. Het lijden (te) groot. Maar het zal nooit opwegen tegen de geweldige uitwerking van Gods voornemen. Romeinen 8:18 Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

Ik zou willen dat de Messias, Christus vandaag terugkomt. Dat Hij nu ingrijpt in deze wereld. Voor mij had het echt al eerder gemogen. Maar nu Hij dit nog niet doet: In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

En als dat geen zegen is.


24 juni 2024
Psalm 4 -22-
Over vrede, shalom gesproken -1-

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over vrede, shalom gesproken -1-
Nu we aan het laatste vers van de Psalm zijn toegekomen wil ik graag nog iets delen met je met betrekking tot de ‘vrede’. Want zegt David: In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen. Het Hebreeuwse woord wat hier gebruikt wordt kennen we denk ik allemaal wel: Shalom. Shalom wordt gewoonlijk vertaald als ‘vrede’ en zowel als begroeting als bij een afscheid gebruikt, en het zal je niet verbazen dat het een rijke betekenis heeft in het Hebreeuws. ‘Vrede’ is een nauwkeurige vertaling van de term, maar shalom omvat meer dan een gebrek aan een conflict. Het heeft namelijk eveneens de betekenis van ‘volledigheid, degelijkheid, welzijn, vrede’.

Shalom is van toepassing op een externe vrede tussen twee groepen of personen – zoals individuen of naties – en op een innerlijk gevoel van vrede binnen de mens.

Maar wat ligt er ook een geweldige belofte voor Jeruzalem in het verschiet. We lezen daarover oneer andere in Jesaja 54, het hoofdstuk dat spreekt over de beloften van heil, van heel making voor Sion, Jeruzalem: Want al zouden bergen wijken en heuvels wankelen, Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. U, ellendige, door stormweer voortgedrevene, ongetrooste, zie, Ik zal uw stenen leggen in schitterend zilverwit, Ik zal u grondvesten op saffieren, uw torens maken van kristal, uw poorten van robijn, heel uw omwalling van edelsteen. Al uw kinderen zullen door de HEERE onderwezen zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.

Ware shalom komt alleen van God, want lazen we zojuist in Jesaja heel nadrukkelijk over Mijn vrede. Niet de vrede die mensen proberen te bewerkstelligen. Niet de vrede die de landen denken te bereiken met een tweestaten oplossing. Maar het is de vrede van de Messias, van Christus die straks voor vrede, te beginnen bij Jeruzalem en vandaar over deze wereld zal brengen.

Maar het is dezelfde vrede die de Heere God, en niet die van de mens, bewerkt en die de gelovige mag ervaren in zijn of haar leven. Paulus legt uit: “Daarom, omdat we gerechtvaardigd zijn door geloof, hebben we vrede met God door onze Heer Jezus Christus, door wie we door geloof toegang hebben gekregen tot de genade waarin we nu staan. En wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God…

De Heere God toont hierin zijn eigen liefde voor ons: Terwijl wij nog zondaars waren, stierf Hij voor ons. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven. En dit niet alleen, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.” (Romeinen 5:1–3, 8–10). Hij heeft vrede met ons gesloten door het bloed van Christus.

Sterker nog, in de Heere God zijn we compleet gemaakt. 2 Korintiërs 5:17 vertelt ons: “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God…

In 1 Thessalonicenzen 5:23-24 staat: “En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.  Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen.’ Filippenzen 1:6 verzekert ons: “Hij die bij u een goed werk is begonnen, zal het tot voltooiing brengen tot de dag van Christus Jezus.”

Terwijl we wachten op die uiteindelijke voltooiing, kunnen we op God vertrouwen voor ons welzijn, voor Zijn vrede, Zijn shalom! Jezus moedigde zijn discipelen aan: ‘Ik heb jullie deze dingen verteld, zodat jullie vrede in mij mogen hebben. In deze wereld zul je problemen hebben. Maar houd moed! Ik heb de wereld overwonnen” (Johannes 16:33).

En als dat geen zegen is.

Het is inmiddels al een poosje gelden dat de toeristen op vliegveld Ben Goerion door een groep zangers en orkest welkom geheten werd met het lied Shalom Alechem, vrede zij met u. Hoe kan het ook anders, het is een vrolijk lied. We gaan het draaien en ik wens je voor vandaag shalom toe. Vrede met Hem en vrede met de mensen om je heen.

https://www.youtube.com/watch?v=DuNA5j2YwyU


14 juni 2024
Psalm 4 -21-

Over Licht aan het einde van de tunnel gesproken -3-

Psalm 4 -21-

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over het Licht aan het einde van de tunnel gesproken -3-
We hebben in de afgelopen periode gezien dat David zijn tegenstanders als de ‘Aanzienlijken’ aansprak met de woorden in vers 4 en 5. Vrij vertaald zou hij het zo kunnen hebben gezegd:

Hoelang zullen jullie de leegte liefhebben? Hoelang nog zullen jullie de leugen zoeken? Jullie kunnen wel woedend of toornig zijn, verontrust of ontzet, maar zondig niet. Want de Heere heeft mij afgezonderd voor een grote taak, de taak van het koningschap dat jullie nu te schande maken. Maar God hoort naar mij als ik tot Hem roep. Denk daar eens over na als jullie op je bed liggen en zwijg dan, wees stil voor God. Breng Hem offers, belijd schuld en ga vertrouwen op de HEERE!

Deze woorden zou de Heere Jezus ook gezegd kunnen hebben. En daarom zagen we ook in deze Psalm de Messias in het beeld van David. Want wanneer we de Schriften onderzoeken dan zullen we ontdekken, dat die van Mij getuigen, zegt Hij in Johannes 5.

Toen we verder lazen, waren we er getuige van wat er in Davids hart gebeurde. Zijn zorg veranderde in blijdschap. We zagen keer op keer dat David zich realiseerde dat er niets boven het kennen van God uitgaat. In Hem is overvloedige genade! In dat besef kan hij rustig slapen. God zal over hem waken en Zijn beloften vervullen. Hij zou veilig, letterlijk in vertrouwen wonen. Want het goede is dat God Zijn licht over hem laat schijnen, al is het nog zo donker om hem heen (vs. 7-9).

Maar dan nu een persoonlijke vraag. Kunnen wij u, jij en ik de Heere God vertrouwen net als David en de Messias? Want wij zijn noch een David en noch de Messias. Hoe kan ik ooit zo leren vertrouwen als zij? Laat God ook Zijn licht schijnen over ons leven? Geeft Hij ons ook gevoelens van veiligheid, zo diep dat wij Hem willen vertrouwen en als wij gaan slapen alles los kunnen laten? Alles los kunnen laten dat ons strijd geeft, is niet eenvoudig. We zitten zo vast aan ons veilige leven! Maar het is wel het leven dat Christus in ons wil leven!

Voor Paulus betekende dit: nachten zonder slaap, maar ook ‘Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft’. En waar de discipelen in slaap vielen, worstelde de Heere Jezus met Zijn overgave in Gethsemané, maar wel in het diepe besef: Uw wil zal geschieden…

Ik moet bekennen dat ik dat allesbehalve makkelijk vind om Hem dat na te zeggen. God kennen en leven vanuit Hem. Alleen uit Hem. Maar als ik vast kom te zitten, kom ik uiteindelijk wel daar uit. Uiteindelijk is het God en God alleen. In dat kennen van de Heere God in die momenten ervaar ik dat Christus in mij leeft. En dat gaat boven de aardse veiligheid uit. Het is een diep besef van mij geborgen weten in Gods liefde. Werkelijk vrede, werkelijk shalom zegt psalm 4.

Zijn liefde zal dat alles overwinnen, ook mijn kwade dagen en momenten, mijn angsten en vragen, mijn diepste gedachten en donkerste nachten.

Ronald Lammers schreef het volgende gedicht:

Aan het einde van de horizon
zal ik zien waarom er zoveel duister is.
De God die ik nu soms zo mis
als Hij die al het kwade overwon.

Aan het einde van de horizon
zie ik het licht dat al eeuwen schijnt
en waarin alle duisternis verdwijnt.
Als ik dit toch geloven kon.

Aan het einde van de horizon
zie ik het Lam, staande als geslacht.
Die door Zijn dood het leven bracht.
Een liefde die het van mijn vragen won.

Aan het einde van de horizon
blijkt God toch de grootste in het al.
Als Hij die in ieder leven zal
omdat Hij alles, alles overwon.

En als dat geen zegen is.

 


13 juni 2024
Psalm 4 -20-

Over Licht aan het einde van de tunnel gesproken -2-

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over het Licht aan het einde van de tunnel gesproken -2-
Hoewel David Gods belofte kende, zag hij er nog niets van in de werkelijkheid van dat moment in Psalm 4. Absalom en zijn trawanten zaten hem met notabene 12.000 man als het wareop de hielen om hem een kopje kleiner te maken. Hij zag alleen dat hij kon worden gedood door het leger dat zijn eigen zoon aanvoerde. Zie hier maar eens rustig te blijven om te kunnen slapen. Toch kende David ook de verhoring van zijn gebed. In Psalm 3:5-6 staat: “Met mijn stem riep ik tot de HEERE, en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg. Hoe? Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.”

Zullen we het vandaag de woorden eens op ons eigen leven toepassen? De Heere wil je ondersteunen als je kinderen je voor jouw gevoel te weinig opzoeken, of zelfs nooit meer thuiskomen en je slapeloze nachten hebt bij het nadenken over hen. En Hij wil je ondersteunen als je overmand wordt door eenzaamheid, ziekte financiele problemen en allerlei andere zaken die je zo kunnen bezighouden. Want de Heer kent deze gevoelens als mens. Hij was notabene Zelf honderd procent mens!

En dan nog iets. Over de schouders van David heen kunnen we met deze psalm ook kijken naar Hem die ‘Zoon van David’ wordt genoemd. En dan bedoel ik niet Absalom of Salomo, maar de Heere Jezus Christus, de Messias, de Redder van de wereld. U, jou en mijn Redder.

Hoe vaak werd Hij niet aangevallen door aanzienlijken? Machtige, al of niet zogenaamde geestelijke leiders van het volk? Machtige heersers ten tijde van zijn terechtstelling en kruisiging? Wat zal Hij, de Heere Jezus, de Messias deze Psalm 4 vaak geciteerd hebben!

Maar er is een maar: Hij vond rust, vrede, shalom, bij de Vader. Hij trok zich terug in gebed. Hij zocht bewust de stilte en de eenzaamheid op om altijd in de wil van de Vader te staan en de gehoorzaamheid te leren uit hetgeen Hij moest lijden. En dan lees je dat Hij bijvoorbeeld kon slapen tijdens een storm op het meer. En ook dat hij de tegenstanders met scherpte, maar in de rust, antwoord gaf op al hun strikvragen. Dat kon Hij omdat Hij keer op keer met de woorden van de psalmen Zijn gemoed kon luchten bij de hemelse Vader.

Want de verzuchting ‘hoelang’ zingt als een smeekbede door de Psalmen, bijvoorbeeld:
- m.b.t. tot die machtigen - Hoe lang zult mijn eer te schande maken (4:3)
- m.b.t. het ervaren van zwakte - Mijn ziel is door schrik overmand, En U, HEERE, hoelang? (6:4)
- m.b.t. de eenzame momenten - Hoelang HEERE zult U mij voor altijd vergeten? (13:2);
- en hoelang zal ik plannen maken in mijn ziel? (13:2)

Weet je het zijn juist ook deze vragen die ook ons toch zo kunnen bezighouden. Juist ook wanneer je op bed ligt en je begint te piekeren of wanneer je midden in de nacht wakker wordt en de vragen zich aan je opdringen. Maar lieve, lieve mensen, er is altijd licht aan het einde van de tunnel. Want luister maar naar David, en luister maar naar de Messias: In vrede, in shalom staat er in het Hebreeuws, zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen’. En daar is geen woord van gelogen. Kijk maar naar het vervolg van het leven van David. En kijk maar naar het leven, de dood en de opstanding van de Messias.

En als dat geen zegen is.


12 juni 2024
Psalm 4 -19-

Over Licht aan het einde van de tunnel gesproken -1-

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over Licht aan het einde van de tunnel gesproken -1-
We zijn toegekomen aan het laatste vers van deze indrukwekkende psalm, waar we de woorden lezen: In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

In de Psalm hebben we een avondlied gevonden waarin David blijk geeft van zijn vertrouwen dat er altijd, hoor je het? Altijd licht is aan het einde van de tunnel. Tijdens de voorbereiding vanmorgen vond ik het volgende gedicht van Ronald Lammers, en ik geeft het graag aan je door:
Als de nachten boze geesten zijn
die, om mijn gemoed te kwellen,
mij urenlang blijven vertellen
dat de wereld onveranderd blijft in pijn.
Als die nachten boze geesten zijn
wil ik vertrouwen dat het licht wordt.

Als de nachten kwade lieden zijn
die, om mijn bloed te laten koken,
mij urenlang blijven bestoken
met afwijzende woorden vol venijn.
Als die nachten kwade lieden zijn
wil ik vertrouwen dat het licht wordt.

Als de nachten donk're plaatsen zijn
die, om mijn hart te laten dwalen,
het doel missen maar blijven herhalen
totdat ik schreeuw: het is alles maar schijn.
Als die nachten donk're plaatsen zijn
wil ik vertrouwen dat het licht wordt.

Als de nachten zachte woorden zijn,
die, om mijn geest te verlichten
fluisteren dat de duisternis zal zwichten
voor de morgen, waarin elke nacht verdwijnt.
Als die nachten zachte woorden zijn
wil ik vertrouwen dat het licht wordt.

“Zelfs als er een God is die vandaag in zou grijpen, dan nog vind ik het te laat”, zei iemand eens tegen mij. “Want is het al het lijden van zoveel mensen wel waard? Denk je in onze dagen maar eens de beelden van de verschrikkelijke beelden van de aanval van Hamas op 7 oktober 2023. Maar eveneens aan de beelden die nagenoeg dagelijks worden uitgestrooid via de televisie uit Gaza en Oekraine en zoveel andere landen. En als het allemaal een onderdeel is van een groot Goddelijk plan, dan zit er te veel wreedheid in dit plan om God echt te vertrouwen.”

En ik kon best wel begrijpen wat hij zei.

Toch laat deze psalm juist zien dat we ondanks al de onveiligheid van deze wereld, ondanks onze machteloosheid, ondanks onze woede over onrecht, ondanks alle spanningen die het dagelijks leven met zich meebrengt, we kunnen rusten met de woorden: Want U alleen, o HEERE, doet mij veilig wonen. Niet te begrijpen, je kunt er met je verstand niet bij, maar toch waar.

We hebben ons in de afgelopen tijd verdiept in Psalm 4. We er naar gezocht hoe dit waar kon zijn in het leven van David. En we hebben onderzocht hoe deze Psalm het vertrouwen van de Messias, Christus, de Redder van de wereld waarin wij vandaag de dag leven, toonde tijdens Zijn rondwandeling op aarde, nu al zo’n 2000 jaar geleden. We hebben ontdekt hoe Psalm 4 ons kan helpen om op God te zien en de dingen te zoeken die boven zijn, waar Christus is en waar ons leven veilig is.

Paulus schijft een briefje aan de mensen in Kolosse, en hij vertrouwt hen de volgende woorden toe: Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

Toen we de woorden uit vers 2 lazen: “Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid!”, proefden we als het ware de benauwdheid van David. Hij is bang, voelt zich beklemd door zijn belagers, kortom, een benauwde positie. En hoorden we David getuigen, als een verhoring op zijn noodoproep: In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.

Juist omdat hij die ruimte kent, ruimte die Gods gerechtigheid hem geeft, en waar alle oprechte gelovigen op mogen pleiten, kan hij bidden om genade en ruimte in zijn spanningen. Heer, geef mij Licht. Licht met een hoofdletter want de spanningen waren niet gering. Hij had te maken met een heuse coup die zijn zoon Absalom tegen hem had opgezet. Wat een verschrikkelijke ervaring deed David hiermee op. Zijn eigen vlees en bloed, zijn kind, een verrader, een opstandeling, stond hem nota bene naar het leven. Denk je eens in… je eigen, bloedeigen zoon die je de dood in wil jagen…!

En dan die Achitofel, een van de weinig vertrouwelingen die David over had gehouden, zijn eigen en zeer wijze raadsman, overgelopen naar de vijand. Hij kende David als geen ander. Hij is één van de aanzienlijken uit Palm 4:3.

2 Samuël 17 schildert de achtergrond van Psalm 4. David is moe en ontmoedigd. Hij zit aan de rand van zijn bed en overdenkt zijn dag. Hoe moet hij met al deze spanningen nu de nacht doorkomen? In de verzen 1 en 2 lezen we van een gesprek tussen Achitofel, Davids voormalige vriend en raadgever, en Absalom, Davids zoon:

Verder zei Achitofel tegen Absalom: Laat mij toch twaalfduizend mannen uitkiezen, dan zal ik mij gereedmaken en David deze nacht nog achternajagen. Ik zal hem aanvallen terwijl hij moe en ontmoedigd is, en zal hem schrik aanjagen. Dan zal al het volk dat bij hem is, op de vlucht slaan, en ik zal alleen de koning doden.

En weet je dan wat Davids reactie is, wat het einde van de psalm en met alle eerbied gesproken, het einde van het liedje is? In vrede, in shalom staat er in het Hebreeuws, zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Lieve mensen, ik weet niet in wat voor situatie u persoonlijk zit. Soms kan het leven heel, heel moeilijk en zwaar zijn. Ook wanneer je tot het geloof gekomen bent. Maar hoe zwaar de weg ook is, en hoe moeilijk de omstandigheden misschien ook zijn, kijk maar naar David, er is altijd Licht, met een hoofdletter aan het einde van de tunnel.

En als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=L2TFIkHuqVE


11 juni 2024
Psalm 4 -18-

Over blijdschap gesproken -8-

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -8-
Vandaag wil ik nog eenmaal met je stilstaan bij de blijdschap die de gelovige mag ervaren. Deze blijdschap waar wij nu over spreken is vooral innerlijk. Ik moet denken aan dat gesprek een paar dagen geleden op mijn moestuintje. Waar ik aan de praat raakte met een collega moestuinder en ik hem vroeg naar de preek van de zondag er voor. We kregen het over het lijden in het leven naar aanleiding van het feit dat Paulus spreekt over de doorn in zijn vlees, maar tegelijker tijd over de vreugde die er in het geloof in de Heere Jezus Christus. Het werd ineens, op het aller onverwachts een lang gesprek.

We spraken over de innerlijke zekerheid, hoe verdrietig je misschien ook bent door de omstandigheden, dat je van God bent. Dat Hij bij je is en meelijdt (vgl. ook Hebr. 4:15, 16). Dat Hij alle dingen doet medewerken ten goede. Onbegrijpelijk, maar waar! Dát is het voorrecht dat wij als Gods kinderen bezitten. Hoe ons leven ook verloopt, hoe diep het dal soms ook is, hoe donker het ook lijkt... er is altijd licht aan de horizon. Ons levenspad eindigt op de ´berg der verheerlijking´! De beklimming kan moeilijk zijn, vol gevaren, maar als wij eenmaal de top hebben bereikt, is er vreugde, grote vreugde.

Deze blijdschap rust op het geloof in de beloften van God. Paulus schrijft in Romeinen 8: "Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden" (vs. 18). Het lijden drukt soms zwaar op de weegschaal van ons leven, hoewel het een verdrukking is van een ogenblik (vgl. 2 Kor. 4:17). Daar zaten we dan. Alle twee zestigers, op het bankje in de moestuin. Alle twee van alles meegemaakt in ons leven. Dromen van een stil en gerust leven die voor een deel verdampt zijn door de soms harde realiteit van het leven. En we zeiden het tegen elkaar: Nee, hier beneden is het niet. Maar weet je, in het geloof is er altijd een maar, want we weten: Straks zal de weegschaal helemaal doorslaan naar de andere kant: heerlijkheid.

Wie dat werkelijk gaat verstaan, zal daaruit kracht kunnen putten om te verdragen, ja zelfs te roemen in zwakheden. De genade van God is zo groot, dat Paulus kan zeggen: "Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom heb ik een behagen in zwakheden: in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig" (2 Kor. 12:9, 10).

Dit gaat ons verstand, zoals we daar op de moestuin zaten, veruit te boven en is vanuit menselijk oogpunt niet te begrijpen. Net zo min als wat Petrus schrijft: "Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen" (1 Petr. 4:13). Is dat mogelijk? Kun je je verblijden te midden van het lijden? Ja, dat kan! Voor de mensen misschien onmogelijk, maar bij God kan dat. In het Oude- of eerste Testament vinden we daarvan een voorbeeld in de profeet Jeremia. Hij wordt wel ‘de wenende profeet’ genoemd. Hij moest tot Israël spreken namens God, maar dat werd hem niet in dank afgenomen door zijn volksgenoten. Integendeel, hij had zeer te lijden onder zijn bediening. Zozeer zelfs, dat hij de dag van zijn geboorte vervloekte! En toch, en toch, en toch… In Jeremia 15:16 lezen we: “Zodra Uw woorden gevonden werden, at ik ze op. Uw woord was mij tot vreugde en tot blijdschap in mijn hart, want Uw Naam is over mij uitgeroepen, HEERE, God van de legermachten.”

Dat is dus het geheim, om in moeilijke tijden vooral Gods Woord te lezen (en te geloven!), dat geeft licht en uitzicht. Het lijden is op zichzelf geen pretje. Welnee, het kan soms veel pijn en verdriet teweegbrengen. Maar zelfs als wij met tranen zaaien, mogen wij erop rekenen, dat wij straks met gejuich zullen oogsten! Naarmate wij hier te maken krijgen met lijden (in welke vorm en hoeveelheid dan ook), de Heere zal ons nog veel meer zegenen met de overvloed van Zijn heerlijkheid. Daarom hoeven wij niet bedroefd te zijn, zoals andere mensen die geen hoop hebben. Ons verdriet is niet hopeloos, maar juist hoopvol! God maakt Zijn Woord waar en dat is onze troost. En die troost heeft Hij neergelegd in Zijn onwankelbare Woord en daar zijn we maar wat blij mee!

Paulus zegt in het vijfde vers van Filippenzen 4: "De Heere is nabij". Hij woont in ons door Zijn Geest. Hij is bij ons door Zijn Woord. Wij mogen leven in gemeenschap met Hem, in alle vrijheid en vreugde. Alles wat ons bezighoudt, mogen wij aan Hem bekendmaken "… en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus" (vs. 7).

En als dat geen zegen is.

Geef vrede, Heer, geef vrede,
de aarde wacht zo lang,
er wordt zo veel geleden,
de mensen zijn zo bang,
de toekomst is zo duister
en ons geloof zo klein;
o Jezus Christus, luister
en laat ons niet alleen!

Geef vrede, Heer, geef vrede,
Gij die de vrede zijt,
die voor ons heeft geleden,
gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven
bevrijd van angst en pijn,
de mensen blijdschap geven
en vredestichters zijn.


10 juni 2024
Psalm 4 -17-

Over blijdschap gesproken -7-

Psalm 4 -17-

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -7-
We denken vandaag weer wat verder na over het onderwerp ‘blijdschap’. Als wij bedenken wat God ons heeft bereid in Zijn geweldige verlossingswerk, wat kunnen we daar dan dankbaar en blij van worden. En als we Zijn Woord onderzoeken, worden we telkens weer bepaald bij Zijn grote daden. Daarom zegt de psalmist in Psalm 119: "Ik verblijd mij over Uw Woord als iemand die rijke buit vindt" (vs. 162 NBG ´51-vertaling).

Het bestuderen, het onderzoeken van de Bijbel is eigenlijk niets anders dan schatgraven. Als je gaat zoeken, ontdek je de ene schat na de andere. God heeft ons zijn Woord gegeven om ons te informeren aangaande Zichzelf en Zijn werken. Wij worden eigenlijk door God uitgenodigd om ingewijd te worden in Zijn geheimenissen. Wij bevinden ons daarmee in een bevoorrechte positie. Wat de wereld ons niet kan vertellen, dat verteld God ons in Zijn Woord. Het inzicht dat wij ontvangen, door genade, en geleid door Gods Geest, kan niemand ons geven dan God, en Hij alleen.

Daar is het Hem ook om te doen, dat we inzicht zouden krijgen in Wie Hij is en wat Hij doet. Dan zullen wij ook ontdekken wat Gods doel is in deze tijd, waarin wij leven, en wat Gods plan is met ons persoonlijk leven. We zullen ontdekken wat Hij in de toekomst nog zal doen. We komen tot ontdekking dat God bezig is door de geschiedenis van deze wereld heen, Zijn heilsplan te volvoeren, totdat het einddoel is bereikt: de komst van de nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (2 Petr. 3:13, Openb. 21:1 e.v.).

Wanneer we daar even bij stil staan en dit allemaal op ons in laten werken, wat bevinden we ons dan eigenlijk in een onvoorstelbaar bevoorrechte positie. Daar waar mensen de Bijbel niet kennen en in het duister tasten over de toekomst, daar mogen wij weten waar het met deze schepping naar toe gaat. Daar waar de mens zonder God door het leven gaat en er alleen voor staat daar mag de gelovige weten dat wat er ook gebeurt, de Heere God altijd, hoor je het, altijd bij je is. De Heere God heeft het zelfs in Zijn Naam vastgelegd. JHWH, is ben er bij.

God kwam en komt in alles tot Zijn doel en dat doel is in één woord samen te vatten: verheerlijking! Volmaakte vreugde dus. Volmaakte blijdschap. Volmaakte simcha. De schepping is tot Gods eer. Kolossenzen 1:16 Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen.

Er was vreugde toen zij tot stand kwam. Luister maar naar de woorden van de Heere God in Zijn gesprek met Job in hoofdstuk 38: Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt. Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers wel. Of wie heeft het meetlint over haar uitgespannen? Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd, toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten?

De verlossing is tot Gods eer en geeft vreugde aan engelen en mensen, zie bijvoorbeeld Lukas 15:7, 10 en Handelingen 13:48.

De voleinding van alle dingen zal de heerlijkheid volledig openbaren en dan zal de blijdschap volkomen zijn. Die voleinding is nog toekomst (voor wat de openbaring ervan betreft). Nu, terwijl wij nog onderweg zijn, ontvangen wij nu al de voorsmaak van de eeuwige vreugde.

Als dat geen zegen is.

Er is een dag
waar al wat leeft allang op wacht,
een dag van blijdschap,
als heel de schepping wordt bevrijd.
En op die dag,
dan komt de Heer en haalt zijn bruid,
die rein en stralend
opgaat in Zijn heerliikheid.

Spoedig zullen wij Hem zien
en voor altijd op Hem lijken
en Jezus kennen
zoals Hij is, amen!
Nooit meer tranen, nooit meer pijn,
want wij zullen met Hem leven
in zijn nabijheid, voor altijd.

Er klinkt geschal,
wanneer de graven opengaan
en doden opstaan,
voor eeuwig levend door zijn kracht.
Hun aardse tent
wordt nu bekleed met heerlijkheid,
de dood verzwolgen,
overwonnen voor altijd.

Dus kijk omhoog
en zie wat nog verborgen is,
maar wat beloofd is,
dat blijft in alle eeuwigheid.
En als je lijdt,
weet dat het maar voor even is.
Als Jezus terugkomt,
deel je in zijn heerlijkheid.

https://www.youtube.com/watch?v=_aMyWk4ooBs


Psalm 4 -16-
Over blijdschap gesproken -6-

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -6-
We denken vandaag weer wat verder na over het onderwerp ‘blijdschap’. Verschillende keren roept de apostel Paulus in zijn brieven op tot blijdschap. Zoals bijvoorbeeld in de Fillippenzenbrief: "Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u" (4:4). Niet: zo nu en dan, maar altijd, dat is nogal wat. Gelukkig staat er iets bij: in de Heere!

Het is niet de bedoeling van de apostel de gelovigen een soort van menselijke blijdschap op te leggen, die zij zelf voortdurend in stand moeten houden. Dat gebeurt in de wereld wel! Er zijn mensen die een dik belegde boterham verdienen om in het theater of via televisie en radio anderen aan het lachen te brengen (en te houden). En naarmate er in de wereld om ons heen meer ellende is, hebben mensen meer behoefte aan afleiding, ontspanning, vertier, etc.

Nu is er ook niets op tegen om te lachen en plezier te hebben. Maar de blijdschap waar Paulus over spreekt is van een geheel andere aard. Een oud lied (458 Joh. de H.) zegt:
Neem de wereld, geef mij Jezus,
wereldvreugd' gaat ras voorbij;
Maar de liefde van mijn Heiland,
Blijft voor eeuwig rijk en vrij.

Het gaat hier om hemelse vreugde, oftewel: de blijdschap van de Geest. Het gaat om de vreugde die voortvloeit uit de liefde van God en het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus. De blijdschap om te wandelen in gemeenschap met de levende God, als Zijn kinderen.

David jubelt in Psalm 103:2-5 over wat de HEERE ook voor hem heeft bereid: "Loof de HEERE, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden. Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw ziekten geneest, Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als die van een arend."

Als wij op ons laten inwerken wát God ons in Zijn genade geschonken heeft, dan worden wij blij. Het heil is niet met mate gegeven, maar in overvloed. Veel meer dan wij ooit zouden kunnen verlangen, heeft God ons bereid: “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben” (1 Kor. 2:9).

Als gelovigen mogen wij Hem prijzen voor de vergeving van al onze ongerechtigheden. Hij heeft de zonde met wortel en tak uitgeroeid, zodat wij in Christus een volkomen nieuw leven hebben ontvangen. Waren wij eerst zondaren in Adam, nu zijn we verloste kinderen van God in en door de Heere Jezus Christus. Paulus schrijft aan Timotheüs over het plan van God en de "... genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie …" (2 Tim. 1:9b en 10).

Als wij het goed begrijpen dan heeft God dus al vóór het bestaan der wereld(en) genade gegeven, hetgeen eerst zichtbaar geworden is door de verschijning van de Messias. En Paulus voegt er aan toe: "… waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen" (vs. 11).

Het bijzondere van de tijd waarin wij leven is, dat God de overvloedige rijkdom van Zijn genade openbaart. Dat wil zeggen, dat ieder die gelooft, met Christus vereenzelvigd wordt en daarom alles ontvangt wat God in Christus heeft gegeven! De Gemeente wordt genoemd "het Lichaam van Christus" om die onlosmakelijke verbondenheid tot uitdrukking te brengen. Hoofd en lichaam zijn immers één, ja zelfs zó, dat de één niet volkomen is zonder de ander.

Dat is ook wat Paulus bedoelt in Efeze 1:22-23: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult” en Kolossenzen 2:9-10: “Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht."

Onvoorstelbaar is het heil, dat God ons in Christus heeft geschonken, en dat is reden tot grote vreugde. Met Christus gekruisigd, begraven in Zijn dood, opgestaan en met Hem verhoogd: "Uw leven is met Christus verborgen in God" (Kol. 3:3). Die heerlijkheid bezitten wij (door de Heilige Geest) als een schat in aarden vaten.

Daarom klinkt het herhaaldelijk: Verblijd u in de Heere… Paulus weet, dat hij soms in herhaling valt, hij zegt dat ook aan het begin van hoofdstuk 3: "Verder, mijn broeders, verblijdt u in de Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven is mij niet onaangenaam en het geeft u zekerheid" (vs. 1).

God wil, dat wij zeker zijn van Zijn zaak, opdat wij daarin vreugde zouden beleven. Daarom is herhaling belangrijk. Telkens weer bepaald te worden bij en verdiept te worden in dit heil. Petrus schrijft: "Deze tweede brief, geliefden, schrijf ik u nu. In beide wek ik door herinnering uw zuivere gezindheid op..." (2 Petr. 3:1). Inderdaad, wij moeten steeds weer herinnerd worden... om wakker te blijven in een zuivere gezindheid, een zuiver besef. Nehemia bemoedigde in zijn dagen de Israëlieten door het onderricht uit het Woord van God, en wekte hen op om het Loofhuttenfeest te vieren: “Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht" (hs. 8:11). Inderdaad: blijdschap geeft kracht!

En als dat geen zegen is.
https://www.youtube.com/watch?v=-LwBqG7uXbY


Psalm 4 -15-
Over blijdschap gesproken -5-

Psalm 4 -15-

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -5-

De voorgaande keren hebben we met elkaar nagedacht over het Hebreeuwse woord voor blijdschap, namelijk simcha. We ontdekten dat de eerste letter, de S of in het Hebreeuws de ‘Samekh’, de eerste letter dus van het woord Simcha steun en bescherming vertegenwoordigt of betekend. Wat een bemoediging vonden we daarin: We staan er in het leven niet alleen voor. Want zagen we in Psalm 10 vers 14 ‘Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft’.
We ontdekken dus dat we blij kunnen, mogen zijn en dat het zelfs een opdracht is van de Heere God omdat we ons gesteund en beschermd weten in en door de Heere Jezus Christus, de Messias, de Redder.

In de tweede letter van het Hebreeuwse woord voor blijdschap, simcha, zien we de letter M, de Mem in het Hebreeuws, wat water vertegenwoordigt. Water vertegenwoordigt de stroom van zegeningen en de voortdurende cyclus van vreugde, van blijdschap, van Simcha. Water en zeker geestelijk water zorgt voor vreugde, voor Simcha. In de bijbel zijn talloze voorvallen die de vreugde beschrijven van water dat vreugde schept. Wat is het Hebreeuws toch een geweldig prachtige taal, vind je ook niet. Het wordt ook wel de taal van de overkant genoemd, de taal van de Heere God.

Deze keer wil ik met je stilstaan bij de laatste letter van het woord simcha, de letter “Chet”. De letter chet vertegenwoordigt een hek of grens, wat aangeeft hoe belangrijk het is om tijd vrij te maken voor vieringen voor feesten, ook in de agenda voor vreugde en blijdschap te hebben.

Weet je de Heere God doorgrond en kent ons door en door. Zozeer zelfs dat hij het volk Israel zeven (let op het getal) feesten gaf om te vieren. Zeven tijden in het jaar om stil te staan. Zeven tijden om uit te rusten en stil te staan. Het zijn ook de feesten van de Heere God, hoewel zij vaak de joodse feesten worden genoemd.

Maar wanneer we goed kijken zijn de feesten van de Heere God een verwijzing naar de Messias die komen zou en komt, Yeshua haMessiach, zoals zijn Hebreeuwse naam luid, Jezus Christus, de Redder van de wereld,  en Zijn rol in Gods heilsplan voor deze wereld. De feesten samen zijn kortweg een plattegrond van Gods genadig handelen naar de mens, beginnend met de dood van Jezus Christus tot de komst van het Messiaanse Rijk.

De feesten omvatten 4 kleinere en 3 grotere feesten, te weten:
- Pasen (Pesach)
- Het feest van de ongezuurde broden (Matsot)
- Feest van de Eerstelingen (Jom Bikkurim)
- Wekenfeest / Pinksteren (Shavoeot)
- Dag van de Bazuinen (Jom Teruah / Rosj Hasjana)
- Grote verzoendag (Jom Kippoer)
- Loofhuttenfeest (Soekot)

Deze feesten zijn zelf door de Heere God ingesteld, zoals beschreven in de Thora (de eerste vijf boeken in onze Bijbel). De Heere God begint het instellen door aan te geven dat het Zijn feesten zijn: ‘Dit zijn de hoogtijdagen van de HEER, die je als heilige dagen samen moet vieren. Dit zijn Mijn hoogtijdagen’ lezen we in Leviticus 23:2.

Maar wat betekenen deze feesten dan voor de gelovigen in de tijd waarin wij leven? Paulus begreep als geen ander dat deze Bijbelse feesten voortekenen zijn van Gods plan met deze wereld. Paulus schrijft in Colossenzen dat deze feesten en praktijken voortekenen zijn van de toekomst, dus niet een definitie of herinnering van dingen die al gebeurd zijn: ‘Laat u dus door niemand bekritiseren over wat u eet of drinkt. Of met betrekking tot de feestdagen of Rosj Chodesj (de eerste dag van iedere maand) of de Sjabbat (rustdag). Dit soort dingen zijn immers maar tijdelijk. Zij zijn slechts een schaduw van toekomstige zaken. Maar ons lichaam behoort aan Christus toe.’- Colossenzen 2:16-17

En als dat geen zegen is.


Psalm 4 -14-
Over blijdschap gesproken -4-

Psalm 4 -14-

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -4-
De voorgaande keer hebben we met elkaar een begin gemaakt met na te denken over het Hebreeuwse woord voor blijdschap, namelijk simcha. We ontdekten dat de eerste letter, de S of in het Hebreeuws de ‘Samekh’, de eerste letter dus van het woord Simcha steun en bescherming vertegenwoordigt of betekend. Wat een bemoediging vonden we daarin: We staan er in het leven niet alleen voor. Want zagen we in Psalm 10 vers 14 ‘Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft’.

Deze keer willen we nadenken over de tweede letter van het Hebreeuwse woord voor blijdschap, simcha en dat is de ‘m’ of in het Hebreeuws de letter ‘Mem’. De betekenis van de ‘Mem’ is water. In de Bijbel wordt water vaak geassocieerd met leven en overvloed.  Want het is zo: Geen water, geen leven. Het menselijk leven begint in en komt voort uit water en letterlijk ook nog eens uit vruchtwater. Volgens de Bijbel komt deze wereld voort uit water en bestaat zij daarin. In d Bijbel wordt niet alleen gesproken over als vloeistof maar gaat het vooral ook over geestelijk water. Dat wil zeggen: water als aanduiding van waarachtig leven, voortkomend uit Gods Geest. In 1 Korinthe 10 vers 4 schreef Paulus dat het volk Israel dronk in de woestijn uit de geestelijke steenrots dronk, en de steenrots was Christus. Maar daarbij staat water ook voor Gods Woord, dat levend en krachtig is.  De profeet Jesaja schreef in Jesaja 55:10-11: Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.

Water vertegenwoordigt de stroom van zegeningen en de voortdurende cyclus van vreugde, van blijdschap, van Simcha. Water en zeker geestelijk water zorgt voor vreugde, voor Simcha. In de bijbel zijn talloze voorvallen die de vreugde beschrijven van water dat vreugde schept.

Het feest Soekot of Loofhuttenfeest en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Talmoed schrijft dat op de hoogtijdagen water uitgegoten moet worden op het altaar, zodat de regens van het jaar gezegend mogen zijn. Zo had de waterceremonie tijdens Tempelperiode een belangrijke rol. De Talmoed schrijft dat ‘wie niet de ceremonie van het waterscheppen heeft ervaren, nooit blijdschap (simcha)  in zijn leven heeft gezien’. Tijdens deze ceremonie werd er water uit de Siloam vijver geschept om als plengoffer samen met de wijn op het altaar gebracht te worden. De mensen zongen dan uit Jesaja 12 vers 3 de woorden: Jesaja 12:3 U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil.

Het was tijdens deze ceremonie op de laatste dag van het feest dat Jezus in Jeruzalem was. We lezen daarvan in Johannes 7:37-38: Hier zei Hij: ‘indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft; stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’. Deze ceremonie sprak over Hemzelf , daar men zei dat het water geschept werd uit de bronnen van heil notabene Jezus, ‘yeshua’ het Hebreeuws voor heil en ook de Hebreeuwse naam van Jezus).

In de uitspraak van Jezus zit een enorme messiaanse betekenis. Daarnaast gaat water ook gepaard met de reiniging en het herstel van Israël doordat het levende water van Zijn Geest uitgegoten zal worden. We lezen daarvan in Jesaja 44, waar we lezen over water op het dorstige.
Maar nu, luister, Jakob, Mijn dienaar, Israël, die Ik verkozen heb! Zo zegt de HEERE, uw Maker en uw Formeerder van de moederschoot af, Die u helpt: Wees niet bevreesd, Mijn dienaar Jakob, Jesjurun, die Ik verkozen heb. Want Ik zal water gieten op het dorstige en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw nageslacht gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen. Zij zullen opkomen tussen het gras, als wilgen aan de waterstromen. De een zal zeggen: Ik ben van de HEERE, een ander zal zich noemen met de naam Jakob, weer een ander zal met zijn hand schrijven: Van de HEERE, en de erenaam Israël.

En als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=7HPr_eLXLFI

 


Psalm 4 -13-
Over blijdschap gesproken -3-

Avondlied

7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -3-
Voor de derde achtereen volgende keer willen we stilstaan bij het begrip blijdschap. Er is al veel over gezegd, maar deze keer wil ik met je stilstaan bij het Hebreeuwse woord voor blijdschap. En misschien ken je het wel: Simcha. Het bestaat uit de grondletters ‘Samekh’, ‘Mem’ en ‘Chet’ die samen vreugdevolle gelegenheden en vieringen aanduidt.

Het Hebreeuws legt als taal grote nadruk op het belang van vreugde en geluk als van het menselijk bestaan. Simcha of vertaald naar het Nederlands als blijdschap vinden we daardoor door het hele Oude Testament heen. De Bijbel ademt daarmee als het ware de blijdschap die de HEERE God de mens, u, jou en mij ook zo gunt. Niet voor niets zou ik zeggen dat er in het oude Israel en ook nu nog zoveel Bijbelse en Joodse feesten zijn waarin oprechte blijdschap en dankbaarheid een belangrijke plaats heeft gekregen. Het erkent dat het vieren van de momenten in het leven, zowel grote als kleine. Blijdschap verbindt mensen en niet alleen mensen. Blijdschap verbindt de mens, u jou en mij met onze Schepper. Heet zou de moeite waard zijn, met andere woorden, je zal er blij van worden wanneer je alle bijbelteksten en situaties waarover blijdschap ter sprake komt in de bijbel eens na zou lezen.
Blijdschap, Simcha, mag ik het eens zo zeggen, en neem het mij niet kwalijk maar is een uitvinding van de HEERE God.

Wanneer we dieper ingaan op de taalkundige wortels van Simcha, ontdekken we dat de letter ‘Samekh’, de eerste letter dus van het woord Simcha steun en bescherming vertegenwoordigt of betekend. Het symboliseert het idee om als gemeenschap samen te komen, elkaar te steunen en kracht te vinden in eenheid. Maar misschien nog meer om onze steun en bescherming niet alleen bij anderen te zoeken maar bij Hem die ons gemaakt. Want: Onze Hulp en onze Verwachting is in de Naam van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft en niet zal laten varen het werk wat zijn hand begon. En is dat al niet meer dan voldoende reden om blij, echt blij van te worden? U, jij en ik staan er, wanneer we onze hoop en verwachting op de HEERE God stellen, niet alleen voor in dit soms lood en loodzware leven. Want laten we maar eerlijk zijn het leven is niet bepaald simpel.
Je hoeft het nieuws maar even te volgen. Maar kijk ook maar eens in je eigen leven.
De Bijbel en daarmee de HEERE God gaat er niet aan het verdriet en de moeite van de mens voorbij. De Bijbel en daarmee de HEERE God is daar heel eerlijk in. Maar daar blijft het niet bij. Daar stop het niet. Want er is hoop. Altijd en zonder uitzondering. Gods Woord is een woord van hoop. Zo lezen we in Psalm 10 de woorden:

‘Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft. Prachtig toch wat we vanmorgen weer in de schatkist van Gods Woord mogen vinden! Blijdschap, want moeite en verdriet, mogen en kunnen we in Zijn hand leggen. Doen hoor, want als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=wfraiiWHvQc

 


Psalm 4 -12-
Over blijdschap gesproken -2-

Avondlied

6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -2-
Evenals de voorgaande keer wil ik zo aan het begin van deze nieuwe dag met je stilstaan bij de woorden uit vers 8 die spreken over blijdschap: U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden. Ik heb er eens een paar oneliners bij gezocht.

- Blijdschap gaat dieper dan vrolijkheid. Blijdschap is van de ziel.  Vrolijkheid van de zinnen.

-Blijdschap is stil, diep, innerlijk. Vrolijkheid is luid, oppervlakkig, uitwendig.

-Lol is als een suikerspin. Veel lucht en weinig materie.

-Het Griekse woord voor blijdschap is het woord chara. Dat hangt samen met het Griekse woord charis(genade). Blijdschap en genade gaan terug op dezelfde stam  en ontspringen aan dezelfde bron. Er is blijdschap als we achter de gewone dingen de genade van God zien.

- Op Kerstfeest horen we: Zie Ik verkondig  u grote blijdschap. Daarbij hoort een uitgestoken vinger. Er is telefoon voor u.  Een brief voor u. Die boodschap is persoonlijk gericht. Ze heeft een adres.

Paulus schrijft in de gevangenis Verblijdt u ten allen tijde

Die blijdschap is een blijdschap van het "nochtans" of zoals wij vaak zeggen : En toch…

Een blijdschap die niet afhankelijk is van de omstandigheden.

Misschien ken je die man wel in het echt gebeurde verhaal. Hij was een profeet. Hij schreef een deel dun boekje. Van maar drie hoofdstukken. Het was niet een bepaald vrolijk boekje. Zelfs in zijn laatste hoofdstuk, hoofdstuk 3, schreef hij de meest verschrikkelijk dingen die de mensen zullen overkomen. Hij schrijft over de pest, aardbevingen, bergen die verpletterd worden, puur onrecht, rivieren die nota bene in de brand vliegen, toorn en boosheid van God, pure angst en overstromingen, zon en maan die totaal de weg kwijt zijn, totale volken die vernietigd worden… En de profeet? Toen hij dit alles zag, werd hij er niet goed van, zijn buik sidderde schrijft hij in zijn boek. Bij het geluid trilden zijn lippen, verrotting tastte zijn beenderen aan. Hij sidderde van angst op de plaats waar hij stond…

Ik weet niet welke situatie jij meegemaakt hebt in je leven of waar je misschien wel middenin zit. Maar zo verschrikkelijk beroerd als deze man het allemaal voor zich ziet zal het niet zijn. En toch, en toch eindigt de man in zijn boek met een happy end. Zal ik eens verklappen wat de laatste regels zijn die de man in zijn boek schrijft?

Al zal de vijgenboom niet in bloei staan,
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen
en zullen de velden geen voedsel voortbrengen,
al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn
en er geen rund in de stallen over zijn –
ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil.
De HEERE Heere is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten als die van de hinden,

en Hij doet mij treden op mijn hoogten.        

Misschien ken je die man wel. Habakuk. Hij leefde een paar duizend jaar geleden. Zijn naam

is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord "omhelzen". Zijn naam betekent waarschijnlijk: "Hij die omhelst" of "Hij die zich vastklampt". Het is een toepasselijke naam voor zowel de profeet als het boek, omdat hij zich midden in de ellende vastklampt aan de HEERE, JHWH, de Aanwezige. Want ook of misschien wel in de meest ellendige situatie is God er bij. En dat maakt alles anders. Luister maar: Ik zal in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil. De HEERE Heere is mijn kracht.

Dat wens ik jou die dit hoort of luistert, en mijzelf ook toe. Vandaag en alle dagen van ons leven.

 

Want als dat geen zegen is.

 

Naar aanleiding van de getuigenis van Habakuk waarin hij zegt dat de HEERE Heere zijn kracht is, is er een lied gemaakt. De tekst van het lied is de kortste songtekst die ik ken: De vreugde des Heeren is mijn kracht. En meer woorden hoeven we er eigenlijk ook aan te besteden. Het is meer dan voldoende wanneer de Heere onze kracht is. Voldoende voor vandaag, morgen en alle dagen van ons leven. We gaan er naar luisteren. Meezingen mag. Doen hoor. Je wordt er echt blij van.

 

En terwijl ik dit aan het papier toevertrouw, start het volgende nummer: Goodness of God. Lieve, lieve mensen, we zijn de gelukkigste mensen op aarde wanneer we tot de erkenning gekomen zijn dat de God van hemel en aarde jou heel persoonlijk liefhebt. Begrijpen doen we er niets van, maar geloven mogen we het. Zeker weten!

Het is een opname van de familie Crosby, een muzikaal gezin uit Amerika. Ze zangeres is een dochter van familie van schat ik in zo’,n 12 jaar…

Ik hou van U, Heer,
want Uw genade heeft mij nooit in de steek gelaten
Al mijn dagen heeft u mij vastgehouden
Vanaf het moment dat ik wakker word
Tot ik mijn hoofd neerleg
Ik zal zingen over de goedheid van God

En mijn hele leven bent U trouw geweest
en mijn hele leven bent U zo, zo goed geweest
met elke ademhaling die ik kan
zal ik zingen over de goedheid van God

https://www.youtube.com/watch?v=J-qMv1roB7E



Psalm 4 -11-
Over blijdschap gesproken -1-

Avondlied

6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over blijdschap gesproken -1-
Vandaag wil ik een begin maken met de woorden uit vers 8 waarin we lezen: “U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven dan ten tijde dat zij hun koren en nieuwe wij in overvloed hadden”. Tijdens het overdenken van deze tekst lichtte het woord ‘blijdschap’ bij mij op. Maar wat is blijdschap, en dan met name blijdschap in het hart precies? In mijn zoektocht naar een antwoord kwam ik onder andere het volgende verhaal tegen dat ik graag met je wil delen omdat het mij raakte.

De Eritrese gospelzangeres Helen Berhane *) zat twee en een half jaar gevangen in een zeecontainer vanwege haar geloof in Christus. ‘s Nachts is het in zo’n container extreem koud, maar overdag juist bijzonder heet door de brandende zon.

De zeecontainer was overvol. Helen zat er gevangen met negentien andere vrouwen. Maar ze liet zich niet ontmoedigen, integendeel. Ze bemoedigde andere gevangenen in hun geloof en vertelde zelfs opzichters over Jezus. Regelmatig onderging ze heftige martelingen. “Doe jij maar wat je denkt te moeten doen,” zei ze tegen de beul.

Hoe kon Helen dit volhouden? Vooral door te zingen en zich te verblijden in Christus. “Altijd als ik zing, ontvang ik nieuwe kracht,” vertelt ze. “Door de kracht van de Heilige Geest vergeet ik alle problemen. Zingen is een wapen.” Hoe kon Helen blij zijn? Omdat ze met Petrus die ‘onuitsprekelijke en heerlijke vreugde’ (1 Petrus 1:8) mocht kennen, die ze had omdat Christus haar alles was. Dit lijkt heel tegenstrijdig: blij zijn, ondanks het lijden. Maar Jakobus riep daar al toe op: blij zijn, juist vanwege die beproevingen, want God gebruikt moeilijkheden om gelovigen te vormen (Jakobus 1:2-3).

Hoe kun je blijdschap omschrijven? Het is een emotie diep vanbinnen. Die blijdschap kan zo groot zijn, dat het ook zichtbaar wordt in je lichaam. Je gaat stralen, juichen en dansen. In tegenstelling tot verdriet, krijg je nieuwe moed, zie je het leven glansrijk in en verheug je je in de toekomst.

Blijdschap is niet zomaar op te roepen door tegen jezelf te zeggen: ‘Nou, nu ga ik me blij voelen’. Blijdschap heeft altijd een bron. Hoe groter die bron, hoe meer blijdschap je ervaart. In het Oude Testament worden verschillende bronnen genoemd. De mensen ontvangen met blijdschap aardse en geestelijke zegeningen uit Gods hand. Denk bij aardse zegeningen aan: gezondheid, eten, drinken, persoonlijke welvaart of verstandige kinderen. Maar er is vooral sprake van blijdschap en vreugde in God Zelf. De blijdschap in God is onvergelijkbaar met de vreugde van de wereld. Dat komt omdat die blijdschap ervaren wordt onafhankelijk van de omstandigheden, bijvoorbeeld van uiterlijke voorspoed. De grond van die vreugde is de Heere Zelf (vgl. Habakuk 3:17-19).

Blijdschap werkt aanstekelijk. De apostelen waren na de vervulling met de Geest zó blij dat mensen dachten dat ze dronken waren! (Handelingen 15:2) “Blijdschap verspreidt zich als een zoete parfum,” zei C.H. Spurgeon eens. “Een gelukkig mens maakt anderen gelukkig. Wie vol is van de zegen van God, vloeit over ten bate van anderen. Muziek is niet alleen bestemd voor wie het speelt, maar voor allen die oren hebben. (…) Wie gelooft in Christus is nooit lang zonder vreugde. Het is waar dat niet alle gelovigen in dezelfde mate gelukkig zijn, ze hebben echter wel allen het recht zich bijzonder te verheugen.”

De blijdschap is niet iets wat je zo af en toe moet ervaren. Nee, in de Bijbel wordt het geboden! Met name in de Psalmen wordt herhaaldelijk opgeroepen om je te verblijden in de Heere (Psalm 68:5). Je verheugen in God werkt enorm bevrijdend: je richt je blik niet op je eigen zonden en tekortkomingen, maar op Gods liefde en barmhartigheid in Christus. Zo is blijdschap ook een toevlucht (Nehemia 8:11), waardoor God geëerd wordt. En wie God eert, mag ook Zijn zegen verwachten. Daarom kan David zingen: Verlustig u [schep vreugde] in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten (Psalm 37:4). In de Bijbel zie je dat blijdschap actief geuit wordt, bijvoorbeeld in muziek. Maarten Luther zei: “Muziek is één van de mooiste en heerlijkste dingen die er bestaan. Daarom heeft de duivel er zo'n ontzettende hekel aan, want hij kan er niet tegen als mensen zich gelukkig voelen. Waar muziek gemaakt wordt, verdwijnt de duivel.”

Blijdschap is de grondstemming van een gelovige, een gave en opgave van God. Blijdschap is een gave omdat het een geschenk en vrucht is van de Heilige Geest (Galaten 5:22). Maar het is ook een opgave. Je kunt jezelf bepalen bij Gods waarheid, jezelf waar nodig tot de orde roepen, en je zo actief verblijden. Volgens D.M. Lloyd-Jones, een Britse theoloog en predikant, is de essentie van het geestelijk leven dat je 'preekt tegen jezelf', zoals David doet in Psalm 42: "Wat ben je onrustig mijn ziel, hoop op God". Gelovigen mogen nu al in vreugde leven uit de Bron. Een vreugde, die straks volmaakt zal zijn.

Als dat geen zegen is.

Sela zingt met Kinga Ban over de vreugde van mijn hart. Het zijn precies de woorden van Psalm 4: U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.

https://www.youtube.com/watch?v=obaBgTMHNUQ


Psalm 4 -10-
Over het aangezicht van de HEERE gesproken

Avondlied

6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over het aangezicht van de HEERE gesproken
In vers 7 lazen we: Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!. Vanmorgen wil ik met je nadenken over het aangezicht van de HEERE, want wat betekend dat eigenlijk.

Het Hebreeuwse woord voor aangezicht is paniem. De uitgang ‘iem’ is een meervoudsvorm. Bij het woord pana (zien), waarvan aangezicht is afgeleid, gaat het om het wenden, het draaien in een richting. Het geeft activiteit aan. In ons taalgebruik gaat het om een beschrijving van het uiterlijk. In het Hebreeuws gaat het om het innerlijke en om de handelingen die daaruit volgen. (Aan)gezicht geeft dan o.a. het wezen en de gemoedstoestand van iemand weer.

In Genesis 4:16 lezen we: “Toen ging Kain weg van het aangezicht van de HEERE”. Hij koos bewust voor een leven zonder God, na de moord op zijn broer. Dit geeft aan dat hij zich niet meer onder de autoriteit van God wilde stellen.

In Exodus 33:14-15 zegt de HEERE tegen Mozes over de reis door de woestijn: “Moet Mijn aangezicht meegaan om u gerust te stellen? Toen zei hij tegen Hem: Als Uw aangezicht niet meegaat, laat ons dan van hier niet verder trekken.”

Het gaat dus om de betrokkenheid en zorg van de Heere, het feit dat je gezien wordt. Zonder Hem is de reis door deze aardwoestijn (te) zwaar.

De Heere had een bijzondere relatie met Mozes, want Hij sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt (Ex. 33:11). Het gaat om vertrouwelijkheid en dat is dus van twee kanten. Dit is bijzonder voor de tijd onder de Wet (Deut. 34:10).

Hierna vraagt Mozes om de heerlijkheid des Heeren te mogen zien, maar de Heere antwoordt: “U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven” (Ex. 33:20).

In 1 Timotheüs 6:16 lezen we: “Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien …”.

Het ging Mozes om de verbinding met zijn Schepper, een intiem contact. De HEERE kwam hem tegemoet en ging aan Mozes’ aangezicht voorbij en Zijn Hand overdekte hem en Hij maakte Zijn grootheid kenbaar: “HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw” (Ex. 34:6). De Heere toont Zich aan Mozes door hem Zijn karakter te beschrijven! Zo ben Ik. Dit moet een ontzagwekkende ervaring voor Mozes geweest zijn en een bemoediging op de weg die hij met Israël ging.

Doordat Mozes in de aanwezigheid van de Heere was, glinsterde zijn aangezicht en hij bedekte deze, behalve als hij met de Heere sprak (Ex. 34:35).

Onder de wet moesten alle Israëlitische mannen 3 maal per jaar voor het aangezicht des HEEREN verschijnen op de belangrijke feesten (Deut. 16:16). Het gaat hierbij om de tabernakel- en tempeldienst. De diensten van de priesters werden voor het aangezicht van de Heere verricht. Daar was de nabijheid en het contact met God door de offerdienst, de bedekking van de zonden en het was de voorafschaduwing van het verlossingswerk.

De Heere laat aan Salomo zien wat dat inhoudt: “En u, wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader David met een volkomen hart en in oprechtheid gewandeld heeft, door te handelen overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt …” (1 Kon. 9:4). Dit alles naar de regels van het Oude Verbond, maar ook met een volkomen hart en in oprechtheid.

In Johannes 1:18 lezen we: “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard”. Het Woord is vlees geworden (Joh. 1:14).

De liefde en wezenskenmerken van de Vader worden zichtbaar in de Heere Jezus, tijdens Zijn aardse bediening, zelfs in Zijn vernederde staat.

Bij de verheerlijking op de berg, als er wordt doorgeschakeld naar de toekomst, zien we even een glinstering. Zijn aangezicht blonk gelijk de zon (Mat. 17:2). Hier zien we de hemelse heerlijkheid en ook Mozes was aanwezig die eens in aardse staat al een glinsterend aangezicht had.

De ultieme genade van de Heere wordt zichtbaar in het sterven van de Heere Jezus. De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig (Num. 6:25). De voorafschaduwing in de priesterlijke zegen wordt werkelijkheid! Genade, waarvan de Heere al sprak tot Mozes, wordt verleend aan Jood en heiden.

Door genade zijn we behouden en ons leven is met Christus verborgen in God (Kol. 3:3). We zijn nu al voor het aangezicht van God, in gemeenschap met Hem, waarbij het verlangen mag zijn om in volkomenheid van het hart en met oprechtheid te leven. We mogen stil zijn voor het aangezicht van God, genieten van de geestelijke zegen om uiteindelijk in heerlijkheid geopenbaard te worden en Hem van aangezicht tot aangezicht te mogen aanschouwen.

https://www.youtube.com/watch?v=yJlkY2SlCW4


Psalm 4 -9-

Over verlangen gesproken

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over verlangen gesproken
Vanmorgen willen we met elkaar het begin maken van een antwoord op de vraag die velen stellen: Wie zal ons het goede, het toffe doen zien? Want zoals we de vorige keer al zagen zijn dat niet de dingen die de wereld biedt. Rijkdom en eer, grote huizen en grote auto’s, aansprekende en veel vakanties naar verre landen. Erkenning door de mensen om je heen. Al deze dingen geven even een gevoel van geluk of voldoening. Maar het werkelijke geluk, de werkelijke voldoening in het leven is alleen, uitsluitend en exclusief te vinden in de omgang, de relatie met de Heere God. Het is God en God alleen zoals een prachtig lied zegt.

Niets in het leven kan een mens, jou en mij meer voldoening geven dan een moment te verkeren in Gods aanwezigheid. Dat God Zich bij wijze van spreken even laat zien. Door Zijn Woord, of door de natuur of door de ander om je heen. Ken jij dat ook? Het zijn kostbare en tere momenten in je leven. Ondanks het feit dat je misschien weet dat God altijd en overal bij je is. Maar misschien, als je dit leest of hoort, ken je dat niet, maar dan wens ik je deze momenten van ontmoetingen met de Eeuwige toe.

Weet je, ik moet denken aan het volk Israel dat 40 jaar in de woestijn rondzwierf. Met zo af en toe maar een oase. Onder de wolk van Gods aanwezigheid. Zij wisten: God is er bij. Maar toch, toch vroeg Mozes, nota bene, hij die Mozes zijn vriend noemde, om het aangezicht van Gods aanwezigheid te zien. Het is een zichtbare uitbeelding van jou en mijn leven. Ook wij leven als het ware het leven dat we leven in de woestijn. We zijn op weg. Op weg naar onze bestemming. Met inderdaad zo af en toe een oase. Een tijdje van rust waarin we mogen uitrusten van de vermoeiingen van de levensreis, en dat terwijl we misschien mogen weten dat we dit leven leiden onder Gods aanwezigheid. We weten: Hij is er bij. Maar wat verlangen we er soms naar om iets van Gods aanwezigheid, Gods heerlijkheid te zien. En bidden we met Mozes: Toon mij toch Uw heerlijkheid! Lees de geschiedenis in Exodus 33 er eens op na.

In de woorden van David horen we dit verlangen ook doorklinken: Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!

De woorden zijn als het ware een echo van de priesterlijke zegen (Numeri 6:24 , e.v. ) , die de kinderen van Israël zo vaak met hoop en opgewektheid hebben geïnspireerd tijdens hun omzwervingen in de woestijn.

De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen.

Het Hebreeuws voor ‘verheffen’ of ‘optillen’ is dubbel afwijkend, en is blijkbaar gevormd uit het gebruikelijke woord ‘optillen’, met een woordspeling op een ander woord dat ‘een banier’ betekent.

Dat is een mooie gedachte. Het verheffen van de banier boven het volk. Boven u en mij. Zodat, wanneer we opzien naar boven we op Hem mogen en kunnen zien. Een voorproefje
Lieve mensen, er ligt een geweldige toekomst voor ons waar we meet reikhalzend verlangen naar uit zien want: Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben. Verlang jij er ook zo naar?

Als dat geen zegen is.


Psalm 4 -8-

Over geluk gesproken

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over geluk gesproken
Inmiddels zijn we toegekomen aan vers 7 van de Psalm waar we lezen: “Wie zal ons iets goeds laten zien?” Dat wil zeggen: waar zal geluk gevonden worden? Waaruit bestaat het? Hoe is het te verkrijgen? Wat zal daaraan bijdragen? Dit is de ‘algemene’ vraag die de mensheid stelt. En laten we maar eerlijk zijn. Ten diepste zijn we allemaal in meer of meerdere mate op zoek naar datgene wat ons gelukkig maakt. Het ‘antwoord’ op deze vraag kan heel verschillend zijn, en de psalmist is kennelijk van plan het antwoord dat ‘hij’ zou geven in sterk contrast te plaatsen met dat wat door de massa van de mensen zou worden gegeven. Ook in de tijd waarin wij leven. We zijn allemaal op zoek naar het geluk. Naar dat wat ons gelukkig maakt. Waar we blij van worden. Waar we ons comfortabel bij voelen.

In de tijd waarin wij leven zoeken de mensen naar rijkdom en eer, grote huizen en grote auto’s, aansprekende en veel vakanties naar verre landen. Erkenning door de mensen om je heen. Maar, en ik spreek helaas uit ervaring, het ware geluk is daar niet te vinden. Een groot huis, grote auto’s, veel geld en geweldige vakanties geven echt niet het ware geluk. Salomo, heeft het allemaal onderzocht, en hij kon het weten, en wanneer hij werkelijk alles onderzocht heeft komt hij tot de slotsom na 12 lange hoofdtukken: Prediker 12:13 De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: “Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen.”

Kortom, het ware, het echte geluk is alleen in de Heere God te vinden en nergens, nergens anders, echt niet. Ik herinner me een gesprekje kortgeleden met een schoonzus van mij die op haar sterfbed lag, en niets, maar dan ook niets meer kon, toen we haar vroegen: Hoe is het nu met je Annie? Dat haar gezicht opklaarde en zei: Het is elke dag feest Cees, want ik kan nu de hele dag aan de Heere denken. Dood en doodziek en toch echt gelukkig, echt feest: Elke dag.

En dan denk ik aan die man, die met zijn zoon naar het ziekenhuis ging om de uitslag van het onderzoek te vernemen. En terwijl ze daar in de kamer tegenover de arts zaken vertelde de arts dat de man niet lang meer te leven had. De oude man stond op en reikte de arts de hand met de woorden: U had mij niet gelukkiger kunnen maken want hier verlang ik mijn hele leven al naar om mijn Heere en Heiland te ontmoeten.

Als dat geen zegen is. Ik wens je vandaag, en alle dagen van je leven, een goede, gelukkige dag toe. Hand in hand met Jezus.

https://www.youtube.com/watch?v=1JFHmfMZBJk


Psalm 4-7-
Over het rechtvaardige offer gesproken

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.

Over het rechtvaardige offer gesproken
In de voorgaande aflevering hebben we nagedacht over vers 5 waarin we lezen:
Wees ontzet, maar zondig niet; spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil.

Met andere woorden: Ga eerst maar eens naar bed, denk na over je gedrag, laat de stille uren van de nacht kalmeren en wijzere gedachten met zich meebrengen’.

En dan, na de stilte, na het Sela in het vers, na de nachtrust, volgt in vers 6 de tekst: “Breng offers van gerechtigheid en vertrouw op de HEERE.” Mag ik het eens zo heel praktisch vertalen vanmorgen, zoals ik het lees: Oke jongen, je bent boos geweest, heb er nog eens een nachtje over geslapen, en hoewel je misschien helemaal gelijk heb, breng het offer van gerechtigheid. Weest de minste. Breng dit offer met een juiste geest, in overeenstemming met de wil van God, in plaats van de hypocriete geest waarmee wij zelf ons eigen leven en onze eigen daden heiligen of rechtvaardigen.

We hoeven ons niet af te vragen waar David op doelt wanneer hij spreekt over ‘offers van gerechtigheid’. In Psalm 51 geeft hij in vers 18 en 19 daar zelf antwoord op: “Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.”

Ik weet niet hoe het met u of met jou gesteld is, maar voor mij is het een les vanmorgen. Tussen gelijk hebben en gelijk krijgen zit een wereld van verschil. Ik ben nu 66 jaar en heb hierin nog een weg te gaan. Terecht boos worden, niet zondigen, een nachtje er over slapen en dan tot het besef komen om de onderste weg te gaan. De minste te zijn. Want uiteindelijk blijk dat de allerbeste weg te zijn. Want wanneer ik die onderste weg wil gaan en ga, ligt er bij wijze van spreken een geweldig cadeau voor ons klaar: Het vertrouwen op de HEERE. Het vertrouwen op Jaweh, JHWH, de Aanwezige. Weet je nog wel: Hij is er bij.

Niet zelf in conflicten aan de gang gaan, niet wild om je heen slaan bij wijze van spreken. Niet voor eigen rechter gaan spelen, niet de rechter er bij roepen, niet je recht bij mensen krijgen, maar vertrouwen, het andere woord voor geloven op en in de HEERE. Omdat Hij er bij is: de Aanwezige. In elke strijd. En we weten de situatie van David in deze Psalm, waarin Absalom, nota bene de zoon van David, hem op de hielen zit, hem naar het leven staat. En dan toch zeggen: Ik vertrouw op de HEERE.  Voor mij is het een les vanmorgen, maar misschien ook voor u en jou.

Maar nog een ding wat ik kwijt wil: Door ook deze woorden heen zien we de houding van de Gunsteling met een hoofdletter uit vers 4. Hoeveel kwaad en onrecht is Hem niet aangedaan tijdens zijn rondwandeling hier op aarde. Geslagen en gemarteld, zelfs tot in de dood toe. En Hij deed Zijn mond niet open. Nee, Hij nam alle ongerechtigheid mee, ook die keren wanneer u jij en ik het niet lukte om de onderste weg te gaan, en ging de dood in, ook voor u en voor mij. Wat een genade!

Als dat geen zegen is.

Jezus Heer, wanneer ik aan Uw offer denk
zie ik een lijden, zo ongekend.
en steeds meer ervaar ik dat als Godsgeschenk,
ben ik daar op dat moment.

https://www.youtube.com/watch?v=-lz8dbjAfkY


Psalm 4 -6-


Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.

Over ….. gesproken

We komen vandaag weer toe aan een nieuw perikoopje in de Psalm waar we in vers 5 lezen: “Wees ontzet, maar zondig niet, spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaat ligt en wees stil.” Ik heb het even nagezocht en het woord ‘ontzet’ heeft in het Nederlands de betekenis van:
- Met afgrijzen vervuld.
- Hevig ontsteld door vele conflictsituaties of verklaringen.
- Met angst, ontzetting of consternatie geslagen zijn.

In het Hebreeuws (רָגַז (ragaz) heeft het de betekenis van geagiteerd zijn, trillen, beven, opgewonden zijn of verstoord. We zouden dus ook kunnen vertalen met. ‘wees boos maar zondig niet’. En dat kennen we uit de brief van Paulus aan de Efeziërs, waar we in hoofdstuk 4:26 lezen: ‘Wees boos, maar zondig niet.’ Laat de zon niet ondergaan uw woede, …

En dan vervolgt de tekst met een goede en heel praktische raad: “spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil.” Met andere woorden: Ga eerst maar eens naar bed, denk na over je gedrag, laat de stille uren van de nacht kalmeren en wijzere gedachten met zich meebrengen’. En dat kennen we denk ik allemaal wel. Vaak is het goed om er eerst nog maar eens een nachtje over te slapen. En hoe verhelderend kan dat niet zijn, en kijk je de volgende ochtend heel anders tegen de situatie die eigenlijk helemaal niet veranderd is, heel anders aan’.

Spreek in uw hart lezen we. In het Hebreeuws: "Spreek met je eigen hart;" dat wil zeggen: raadpleeg je eigen ‘hart’ en laat je leiden door het resultaat van dit overleg. De taal is vergelijkbaar met wat we vaak gebruiken als we zeggen: 'Raadpleeg je gezond verstand' of 'Raadpleeg je gevoelens' alsof een mens tegen zichzelf verdeeld is, en zijn hartstochten, zijn ambitie of zijn hebzucht in strijd zijn met zijn eigen oordeel.

Het is vaak veel waarschijnlijker dat mensen, wij dus, het goede zullen doen als wij ons ‘hart’ zouden raadplegen over wat er gedaan moet worden, dan wanneer zij de raadgevingen opvolgen die ons feitelijk beïnvloeden. De geheime, stille leringen van het ‘hart’ – het hart wanneer het onbevooroordeeld is en niet wordt beïnvloed door slechte raadgevers – is vaak onze beste en veiligste gids.

Dat raadplegen en luisteren naar je hart, zegt de Heere God, door de woorden van David, kan het best plaats vinden op je bed – Het is een geweldig advies dat de Heere ons hier geeft. In de stilte van de nacht; in eenzame overdenkingen op ons bed; Wanneer we ons terugtrekken uit het geroezemoes en gedoe van de wereld en uit alle ingevingen van hartstocht en ambitie, en wanneer we, als we op dat moment, zo aan het eind van de dag gelegenheid hebben om stil te zijn. En terwijl ik dit schrijf moet ik denken aan de jonge Samuel die daar op bed ligt terwijl de Heere God tot hem spreekt in 1 Samuel 3:10 “… Samuel, Samuel! En Samuel zei: Spreek, want Uw dienaar luistert.” Mooi he, wanneer we naar God stem mogen luisteren. Daar word je stil van… Zo vervolgt David dit vers uit Psalm 4 eveneens: spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil

Als je zo stil bent, denk dan na over wat je doet. Voor een prachtige beschrijving van het effect van nacht en stilte bij het terugroepen van slechte plannenvinden w een voorbeeld in
Job 33:14 waar we lezen: “Want God spreekt één of twee keer, maar men slaat er geen acht op: in een droom, een visioen in de nacht, als een diepe slaap op de mensen valt, in de sluimer op de slaapplaats. Dan openbaart Hij het voor het oor van de mensen, en Hij verzegelt hun tuchtiging, om de mens van een verkeerde daad af te brengen. Hij verbergt de hoogmoed voor een man.

Het hart is de zetel van het geweten, en de Geest van God en het vermomt zich als het ware als onze eigen stem, zodat we Zijn vermaning, Zijn raad en Zijn wijsheid kunnen gaan verstaan, er naar luisteren in tegenstelling tot ons eigen stenen hart. Dan worden als het ware op ons bed hoe langer hoe stiller wanneer we Zijn stem als het ware in ons hart horen doorklinken.

Het ‘stil zijn’ wordt na de woorden van David nog eens bekrachtigt door het Hebreeuwse woord: Selah.

Nu dit tweede deel van de Psalm is geëindigd, zal er nog een 'pauze' plaatsvinden. De ‘pauzeknop’ wordt als het ware ingedrukt waarin we de gelegenheid van de psalmist krijgen om de raadgeving van de Psalmist nog eens goed te overdenken of tot ons door te laten dringen.

En als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=aYzzGYdi4fA


Psalm 4 -5-
Over de Messias gesproken -4-

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.

Over de Messias gesproken -4-
In het voorgaande, in vers 3, hebben we gezien dat de ‘aanzienlijken’, zij die het in deze wereld het voor het zeggen denken te hebben, de eer van David te schande maken, het nutteloze liefhebben en de leugen zoeken. Maar wanneer we weten dat David, zien naam de ‘Geliefde ’betekent, dan horen we door de woorden van de Psalm de woorden van de Messias, de Heere Jezus Christus heen klinken. En horen we de Zoon van God de woorden als het ware uitspreken: Aanzienlijken, u die het hier voor het zeggen denkt te hebben, ook anno nu, hoelang zult u Mijn eer te schande maken? Hoelang zult u het nutteloze, het waardeloze, de leegte, lief hebben? Hoelang zul je genegenheid hebben voor dat wat geen enkele waarde heeft. En de leugen zoeken? En dan voeg ik er maar bij: De leugen verkondigen? En weet u achter elke leugen staat de Leugenaar van de beginne. De grote tegenstander van de Heere God.

En dan draait de Psalm in vers vier met de woorden: Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd; de HEERE hoort als ik tot Hem roep.

David doet in tegenstelling tot het voorgaande vers niet alleen een beroep op de keuze van de HEERE God, maar ook op zijn persoonlijke relatie tot God, waarop die keuze is gebaseerd.
De woorden ‘weet toch’, drukken in het Hebreeuws iets meer uit. In het Hebreeuws drukken deze woorden op een buitengewone en opmerkelijke manier uit om onderscheid te maken tussen de ‘aanzienlijken’ in het voorgaande vers en de gunsteling. Deze Hebreeuwse uitdrukking komen we bijvoorbeeld uit tegen in Exodus 9:4: “En de HEERE zal onderscheid maken tussen het vee van Israël en het vee van Egypte, zodat er niets zal sterven van alles wat van de Israëlieten is.” Van een groter onderscheid kan geen sprake zijn. Hier in Exodus 9 was sprake van een onderscheid tussen leven en dood. En wanneer de Heere God de tiende plaag, de dood van de eerstgeborenen in Egypte aankondigt lezen we in Exodus 11:6: “Er zal een luid geschreeuw zijn in heel het land Egypte, zoals er nog nooit geweest is en zoals er ook nooit meer zijn zal. Maar bij alle Israëlieten zal nog geen hond zijn tong roeren tegen mens of dier. Zo zult u weten dat de HEERE onderscheid maakt tussen de Egyptenaren en de Israëlieten.

Er wordt dus in dit vers niet zomaar over een simpele keuze gesproken van de Heere God, maar over een opmerkelijke keuze tot een opmerkelijke erepositie, van in eerste instantie David, de geliefde, de man naar Gods hart.

Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt verwijst naar een verkiezing zoals we lezen Psalm 135:4 Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israël als Zijn persoonlijk eigendom.

Als Zijn persoonlijk eigendom… Gods favoriet, een liefhebber van God, In het Hebreeuws, Hij die een sterke, vurige genegenheid tot de Heere God had.

Als deze gunsteling tot de Heere God roept, roept hij Hem niet tevergeefs aan, maar vindt hij een bereidwillig gehoor. Maar weet u, zullen we vanmorgen eens de Gunsteling, met een hoofdletter schrijven? Want Hij, die geen zonde gekend of gedaan heeft, de Messias Zelf is het Persoonlijk eigendom van God de Vader. Een opmerkelijke keuze, met een opmerkelijke erepositie. Hij is Vaders favoriet omdat Hij de ultieme Liefhebber van God is.

Over de schouders van David heen kunnen we met deze psalm ook kijken naar Hem die de ‘Zoon van David’ wordt genoemd. En dan bedoel ik niet Absalom of Salomo, maar de Heere Jezus Christus.

Hoe vaak werd Hij niet aangevallen door aanzienlijken? Machtige geestelijke leiders van het volk?

Machtige heersers ten tijde van zijn terechtstelling en kruisiging? Wat zal de Heere Jezus deze Psalm 4 vaak geciteerd hebben!

En Hij vond rust bij de Vader. Hij trok zich terug in gebed. Hij zocht bewust de stilte en de eenzaamheid op om altijd in de wil van de Vader te staan en de gehoorzaamheid te leren uit hetgeen Hij moest lijden. En dan lees je dat Hij bijvoorbeeld kon slapen tijdens een storm op het meer. En ook dat hij de tegenstanders met scherpte, maar in de rust, antwoord gaf op al hun strikvragen. Dat kon Hij omdat Hij keer op keer met de woorden van de psalmen Zijn gemoed kon luchten bij de hemelse Vader.

En ja, Psalm 4 gaat over David, zijn tegenstanders en over zijn tijd. Maar de grote boodschap van Psalm 4 gaat eveneens over deze tijd. God de Vader heeft Zich een Gunsteling verkozen!

En als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=qnqrI3moqK0

 


Psalm 4 -4-
Over aanzienlijken gesproken

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.

Over aanzienlijken gesproken
Heeft de koning die trouw niet meermalen gemerkt, in zijn regering en ook in zijn persoonlijke leven? “Wonderlijk” zegt hij. Ja, het is een wonder, ook als wij zelf in ons leven terugkijken. Daarom kan David ook bidden: “De Heere hoort, als ik tot Hem roep.”

De psalm begint ook met dit gebed: “Bij mijn roepen antwoord mij, o God mijner gerechtigheid. In de benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt, wees mij genadig en hoor mijn gebed.”  Hij vraagt om antwoord, want Hij weet dat God hem nooit in de steek zal laten (dat is Zijn goedgunstigheid!). De koning wil, dat zijn volk dit ook weet en dat het zich meer tot God zal wenden.

En dan vervolgt David met een ernstige vraag aan gericht aan zijn volk. En specifiek aan de mannen, de leiders van het volk. Een letterlijke weergave van een Hebreeuwse uitdrukking ‘aanzienlijken’ die doorgaans wordt geïnterpreteerd als 'mannen van hoge graad'. Het Hebreeuwse woord dat we misschien allemaal wel kennen, ‘ben’, Hebreeuws voor ‘zoon’ vinden we hier terug. En dezelfde vraag kunnen we ook vandaag stellen. Misschien wel sterker: De vraag is hoogst actueel: Aanzienlijken anno vandaag: Wanneer hoelang zult u de eer van God te schande maken?

Ik wil niet somber zijn vanmorgen hoor, maar waar zien we nog dat ‘aanzienlijken’, zij die het in deze wereld het voor het zeggen denken te hebben, rekening houden met de Schepper van alles? En misschien komt het omdat ik ouder word, maar ik spreek in toenemende mate mensen die zich zorgen maken over de tijd waarin wij leven, maar meer nog de tijd waarin hun kinderen en kleinkinderen opgroeien. Oorlog, honger, ziektes onder vee en mensen, klimaat… Ja inderdaad, vroeger waren er ook oorlogen, was er ook honger, waren er ook ziektes… Maar zal het niet zo zijn dat deze situaties zich niet groter manifesteren dan voorheen? Dat wat vroeger op kleinere schaal plaats vond, nu zich in het groot, wereldwijd plaatsvindt? Denk eens aan de vogelgriep, en niet te vergeten de periode van Corona die overal in de wereld om zich heen greep en grijpt?

Dan vervolgt David: ”Zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken?” Inderdaad: Hoe lang zullen de aanzienlijken, zoals het Hebreeuws zegt, het nutteloze, het waardeloze, de leegte, lief hebben? Hoelang zul je genegenheid hebben voor dat wat geen enkele waarde heeft.

De profeet Habakuk had het in zijn tijd helemaal door. Laten we luisteren naar zijn woorden uit het 2e hoofdstuk: Zie, is het niet van de HEERE van de legermachten dat volken zich inspannen voor het vuur en natiën zich voor niets afmatten? Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.”

Laten we woorden van David vanmorgen, ook ons, u jou en mij, als het ware ons vandaag en alle dagen van ons leven tot nadenken stemmen: Hoe lang zal ik het lege liefhebben, waar maak ik mij druk om. Inderdaad, de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE. Laat ons gebed zijn: HEERE God, laat dat om te beginnen bij mij zijn. Dat Uw heerlijkheid mij vandaag en alle dagen van mijn leven vervult.

Als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=Q7EPZV56PuA


Psalm 4 -3-
Over de Messias gesproken -3-

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.

Over de Messias gesproken -3-
In de voorgaande overdenking stonden we heel even stil bij de woorden: “Weet toch, dat de Heere Zijn goedgunstigheid aan mij wonderlijk bewezen heeft.” Met “goedgunstigheid” bedoelt hij: Gods trouw, dat Hij niet laat varen het werk van Zijn handen.

En die laatste woorden bleven als het ware bij mij hangen. Want dat is eigenlijk ongelooflijk mooi: Dat wat er ook in ons leven gebeurt, zelfs al geven wij er in ons geestelijk leven er door wat voor omstandigheden ook de brui aan: Hij laat niet varen het werk van Zijn handen.

In veel kerken klinken op zondagochtend deze woorden, of een variant hierop: “Onze hulp en onze verwachting is in den naam des HEEREN, die hemel en aarde gemaakt heeft. Die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen de werken van Zijn handen”.

Deze prachtige woorden lezen we in Psalm 124:8 en Psalm 138:8. Beiden Psalmen bezingen de trouw van God en spreken van God die redt en levend maakt. Op de trouw van die God is onze hulp en verwachting gebaseerd. Deze God is werkelijk God, dat wil zeggen: de Beschikker en Bezitter van alles. Hij is namelijk de Maker van alles, van hemelen en aarde. Of zoals Paulus zegt in Handelingen 17:24 “De God Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Deze, Die een Heere van de hemel en van de aarde is…”

David zegt er dit over in Psalm 138:8: “De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig; laat de werken van Uw handen niet los.”

Ook als wij ontrouw zijn, zoals Paulus verklaart over het Joodse volk in Romeinen 3: Wat toch is het geval? Als sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw van God tenietdoen? Volstrekt niet! (…)

De Heere God blijft trouw aan Zijn woord. God is geen mens, dat Hij zou liegen lezen we in Num.23:19. Hij is dé God, die de wereld gemaakt heeft. Het is werk van Zijn handen en Hij laat niet varen de werken van Zijn handen. De hele Bijbel getuigt hiervan. Al in de Psalmen, zoals Psalm 124 en 138, die spreken over Gods trouw en ook over redding en levend making, vinden we woorden verborgen die Paulus later openbaarde in 1 Timotheüs 4: 10: “Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.”

Niet op grond van onze werken, maar op grond van de trouw van God. Hij heeft het beloofd. Het is Zijn schepping.

Hij laat niet varen de werken van Zijn handen! Dat is in het groot zo vanwege zijn schepping. Wij hoeven de wereld niet te redden zoals veel klimaatactivisten en wereldleiders denken, maar de blijde boodschap is: De wereld wordt gered.

Maar zo is het ook in het klein. In uw en mijn leven. Want ook wij zijn van nature activisten. We willen ons eigen leven redden, het zelf doen. Maar ook daarin geld dat we mogen weten: We worden en zijn gered! Door het bloed van het Lam. Misschien als je dit hoort of leest, denk je: Dat is niet voor mij. Vestig dan hoop op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.

Want als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=qgGy-x2s_8Y


Psalm 4 -2-
Over de Messias gesproken -2-

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.

Over de Messias gesproken -2-
In het voorgaande hebben we al gezien dat het de aanzienlijken, zoals de Psalmist in vers 3 de leiders van het volk omschrijft niet zo zeer om de geestelijke zegeningen gaat van Koning David in wie we de Messias in deze Psalm ontmoeten. Het ging hen niet zozeer om de gemeenschap met God, de vergeving van de zonden, Gods koningschap, maar veeleer om het aardse en stoffelijke welzijn. Het was hun te doen om er zelf beter van te worden, eten, drinken en vrolijk zijn!

En laat ik het, misschien hoe pijnlijk ook maar eens toepassen op ons leven en ons doen en laten. Zijn ook wij niet, als we heel eerlijk zijn, niet erg op onszelf gericht. Op onze zogenaamde aardse zegeningen. Ook in ons geestelijk leven? Laten we maar heel eerlijk zijn. Als het ons goed gaat, als we voorspoed ervaren, ja dan kunnen we de Heere God nog wel dankbaar zijn, maar wanneer het ons, naar de mens gesproken tegen zit, hoe reageren we dan? Als onze gezondheid ons wordt afgenomen? Of onze spulletjes, we ons huis moeten verlaten omdat het ons financieel tegen zit? Of de zaak die we met bij wijze van spreken bloed, zweet en tranen hebben opgebouwd, ineens failliet gaat? Of we verliezen een dierbare?

Ik ken iemand die dat allemaal heeft meegemaakt. De ene ramp volgde op de andere ramp. Echt, alles werd hem afgenomen. Van een rijk gefortuneerd man werd hij van de ene op de andere dag straat en straat arm. En kwam hij letterlijk op de puinhoop van zijn leven terecht. En van zijn vrouw had hij ook bepaald niet veel steun te verwachten. Die gaf hem de raad om bij de Heere God er maar de brui aan te geven en gaf hem letterlijk de raad: Joh, zegen God en sterf.

Misschien ken je hem wel: Job is zijn naam. Een man waarvan de Heere God Zelf zegt: En die man was vroom en oprecht; hij was godvrezend en keerde zich af van het kwaad. Hij was bij wijze van spreken de ultieme gelovige. Er was niemand zo gelovig op de hele aarde als deze Job. En dat is niet overdreven, want de Heere God zegt het zelf nota bene. Zullen we eens naar een gesprek in de hemel luisteren als het over Job gaat?

“Toen zei de HEERE tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de HEERE en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover. De HEERE zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn dienaar Job? Want er is niemand op de aarde zoals hij, een vroom en oprecht man, hij is godvrezend en keert zich af van het kwaad. Toen antwoordde de satan de HEERE en zei: Is het zonder reden dat Job God vreest? Hebt Ú niet voor hem en voor zijn huis en alles wat hij heeft, een beschutting gemaakt? Het werk van zijn handen hebt U gezegend en zijn vee breidt zich steeds verder uit in het land.  Maar steek toch Uw hand uit en tref alles wat hij heeft. Voorwaar, hij zal U in Uw aangezicht vaarwel zeggen. De HEERE zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht van de HEERE.”

En we weten allemaal hoe het gegaan is. Tweeënveertig lange, lange hoofdstukken heeft zelfs Job er voor nodig om uiteindelijk tot de erkenning te komen wanneer we hem horen zeggen: “Alleen door het horen met het oor had ik U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien.”

Laten we maar heel eerlijk zijn vanmorgen: We zijn geen haar beter dan Job. Ook al ben je de meest gelovige hier op aarde, zoals Job. Ook wij, zeker hier in het westen waar het ons bij wijze van spreken in materieel opzicht aan niets ontbreekt gaat het vaak om de zegeningen van de Heere God in plaats om Hemzelf. Hij die de zegen schenkt.

De mensen uit Psalm 4 waren teleurgesteld, want de koning, David, had niet gebracht, wat zij verwacht en gehoopt hadden. Daarom haalden zij zijn naam door het slijk.

Dit moet voor de koning vreselijk geweest zijn! En door deze woorden hoor ik als het ware de woorden van de Koning der Koningen. Hoe vreselijk moet dat voor Hem geweest zijn oen het volk daar op die berg na ruim 30 lange jaren waarin Hij alleen maar goed gedaan had, mensen gezegend had, mensen de ogen- en oren geopend had, mensen zelfs vanuit de dood tot het leven geroepen had, hen te eten en te drinken gegeven had, hen van de meest vreselijke ziekten genezen had, hen te horen roepen: Kruisig Hem. Kruisig Hem. En dat, ingegeven door de aanzienlijken, de geestelijke leiders van het volk? Begrijpt zijn volk er dan niets van?

En dan ineens breekt het Licht met een hoofdletter door in de Psalm, Psalm 4 en horen we de woorden die je als zalf vandaag in je ziel mag meedragen: “Weet toch, dat de Heere Zijn goedgunstigheid aan mij wonderlijk bewezen heeft.” Met “goedgunstigheid” bedoelt hij: Gods trouw, dat Hij niet laat varen het werk van Zijn handen.

Kijk, we kunnen en hoeven het niet allemaal van onszelf te verwachten. Onze, uw, jouw en mijn redding ligt helemaal voor de honderd procent buiten onszelf. God de Vader heeft in een plan voorzien: Hij heeft een Gunsteling verworden, die niet laat varen het werk van Zijn handen!

En als dat geen zegen is.


Psalm 4 -1-
Over de Messias gesproken -1-

Avondlied

1 Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2 Als ik roep, verhoor mij,
o God van mijn gerechtigheid!
In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.
Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3 Aanzienlijken, hoelang zult u mijn eer te schande maken?
Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? Sela
4 Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd;
de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5 Wees ontzet, maar zondig niet;
spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. Sela
6 Breng  offers van gerechtigheid
en vertrouw op de HEERE.
7 Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?
Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8 U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven
dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9 In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

Over de Messias gesproken -1-
David deelt in deze psalm zijn persoonlijke ervaringen mee die hij heeft opgedaan met zijn vijanden en met zijn God. Hij doet dat op een manier dat ook anderen er nut van kunnen hebben. Hij heeft deze psalm namelijk “voor de koorleider” gedicht. Daardoor kan, wat hij in deze psalm meedeelt, door anderen worden gezongen die in min of meer dezelfde ervaringen in hun eigen leven herkennen. De bewoordingen waarin David zijn gevoelens hier uitspreekt, kunnen door u en mij worden gebruikt om onze gevoelens op een tot uiting te brengen.

Maar als we goed luisteren kunnen we in de Psalm en in David ook de Messias, Christus herkennen. We luisteren naar de woorden van David, de Geliefde: Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd, de HEERE hoort als ik tot Hem roep. We zouden in deze situatie de ‘gunsteling’ die hier aangehaald wordt met alle vrijmoedigheid met een hoofdletter kunnen en mogen schrijven. En we horen als het ware Filippus tegen Nathanaël zeggen: Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.

En in de ‘aanzienlijken’ uit vers 3 mogen we met een gerust hart de leiders van het volk zien ten tijde van Jezus’ omwandeling op aarde. We luisteren in Johannes 5 naar Zijn woorden:
De Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien. En Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft. U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt. Eer van mensen neem Ik niet aan, maar Ik ken u: u bezit zelf de liefde van God niet. Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen.  Hoe kunt u geloven, u die eer van elkaar aanneemt en de eer van de enige God niet zoekt?  Denk niet dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; die u aanklaagt, is Mozes, op wie u uw hoop gevestigd hebt. Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?

We kunnen in de koorleider ook een beeld zien van de Heere Jezus, Die in de gemeente in ons de lofzang tot eer van God aanheft (Hb 2:12). Het lied is een grote gave van God. Een lofzang is een bijzondere manier om te zingen over God naar aanleiding van wat Hij over Zichzelf heeft bekendgemaakt.

In deze psalm is een koning aan het woord en wel: een zeer teleurgestelde koning. Volgens het opschrift is het koning David, maar kunnen we met alle vrijmoedigheid de Naam van de meerdere David, wiens naam de Geliefde betekend zien. In de tekst van Psalm 4 horen we als het ware de koning lijden onder de verguizing van zijn volk. Hij is bij zijn onderdanen tot schande geworden. In vertwijfeling vraagt hij zich af, hoelang dat nog zal duren.

Tegenover de koning staan mensen, die volgens de koning “de ijdelheid liefhebben en de leugen zoeken”. Dat zijn dus mensen, die met allerlei intriges proberen de koning van de troon te stoten. Waarom zij dat doen? Omdat zij teleurgesteld zijn in de koning. Zij hadden van hem meer verwacht, namelijk het goede. Velen zeggen daarom: “Wie zal ons het goede doen zien?” Wat zij daarmee bedoelen wordt duidelijk in het volgende vers: “Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan wanneer hun koren en hun most veelvuldig waren.”
Het “goede” bestond dus volgens die mannen uit overvloed van most en koren. Wanneer er eenmaal materiële overvloed zou zijn, dan zou het “heil” er zijn en de koning zou een echte “heilskoning” zijn geweest, een “messiaanse” koning!

Maar inmiddels weten we allemaal hoe het gelopen is en horen we het volk, onder aanvoering van haar leiders roepen ‘Kruisig Hem’. Verschrikkelijk. Maar laten we maar niet te veel met de vinger wijzen.

We luisteren in Romeinen 11 naar de woorden van Paulus die hij tot ons richt: Want tegen u, de heidenen, zeg ik: Voor zover ik de apostel van de heidenen ben, maak ik mijn bediening heerlijk, om daardoor zo mogelijk mijn verwanten wat betreft het vlees tot jaloersheid te verwekken en enigen uit hen te behouden. Want als hun verwerping verzoening voor de wereld betekent, wat betekent dan hun aanneming anders dan leven uit de doden? En als de eerstelingen heilig zijn, dan het deeg ook, en als de wortel heilig is, dan de takken ook. Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom, beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u. U zult dan zeggen: De takken zijn afgerukt, opdat ik zou worden geënt. Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees.

Wat mogen we de Heere God, in de Persoon van de Heere Jezus Christus, Yeshua ha Messiach, ongelooflijk en letterlijk eeuwig dankbaar zijn dat Hij die weg gegaan is voor u en mij. Want alleen Zijn verzoenend bloed aan het kruis maakt het mogelijk dat wij het David na kunnen en mogen zeggen zoals David de Psalm afsluit met de geweldige woorden: In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen. Het zijn de woorden die we elke dag wanneer we gaan slapen mogen uitspreken. Maar het zijn ook de woorden die we aan het eind van ons leven, wanneer we de weg van het leven gewandeld hebben, in het geloof mogen uitspreken: In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.

En als dat geen zegen is.

Ik moet denken aan de woorden van een oude berijmde Psalm uit 1773, Psalm 3 waarin we luisteren naar de woorden:

Hoe vreeslijk groeit, o God,
Het saamgezworen rot
Dergenen, die mij drukken;
Zij maken niet alleen
Den opstand algemeen,
Om mij mijn kroon t' ontrukken;
Maar velen doen van mij,
Hoe bitter ik ook lij',
Nog deze smaadtaal horen:
"God zal hem nu niet meer
Verlossen, als weleer;
Hem is geen heil beschoren."

Vers 2
Maar, trouwe God, Gij zijt
Het schild, dat mij bevrijdt,
Mijn eer, mijn vast betrouwen;
Op U vest ik het oog;
Gij heft mijn hoofd omhoog,
En doet m' Uw gunst aanschouwen.
'k Riep God niet vrucht'loos aan;
Hij wil mij niet versmaân
In al mijn tegenheden;
Hij zag van Sion neer,
De woonplaats van Zijn eer,
En hoorde mijn gebeden.

Vers 3
Ik lag en sliep gerust,
Van 's HEEREN trouw bewust,
Tot ik verfrist ontwaakte;
Want God was aan mijn zij';
Hij ondersteunde mij
In 't leed, dat mij genaakte.
Ik zal, vol heldenmoed,
Daar mij Zijn hand behoedt,
Tienduizenden niet vrezen;
Schoon ik, van allen kant,
Geweldig aangerand
En fel geprangd moog' wezen.

En terwijl ik deze woorden aan het papier toevertrouw en naar het lied luisterde startte Youtube het volgende nummer en u mag het best weten, de tranen sprongen mij in de ogen over zoveel goedheid en genade van God in mijn leven: Goodness of God.

Goedheid van God
Ik hou van U, Heer,
want Uw genade heeft mij nooit in de steek gelaten
Al mijn dagen ben ik in Uw handen gehouden
Vanaf het moment dat ik wakker word
Totdat ik mijn hoofd neerleg (weet u nog: In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen)
Oh, ik zal zingen over de goedheid van God

We draaien beide nummers en ik wil je vragen beide nummers uit te luisteren en de woorden als een spons diep in je ziel in je op te nemen en mee te dragen vandaag.

Ik neem afscheid van je: God zegene je!

https://www.youtube.com/watch?v=bLCZa0QWsRY

https://www.youtube.com/watch?v=h9gVHmBU_Uc


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.