We lezen
Exodus 10:1–13:16; Jeremia 46:13–28; Romeinen 9:14–29


Toen zei de HEER tegen Mozes: ‘Ga [Bo] naar de farao, want Ik heb zijn hart en het hart van zijn dienaren verhard, zodat Ik deze tekenen van Mij onder hen kan doen.” (Exodus 10:1)


Inleiding
In de
voorgaande parasha, of met andere woorden, in het voorgaande Bijbelgedeelte, zei God tegen Mozes dat hij naar de farao moest gaan en moest eisen dat de Israëlieten Hem in de woestijn mochten aanbidden. De farao weigerde echter, waarop God zeven van de tien plagen over de Egyptenaren uitdeelde. De zevende plaag (hagel) was zo ernstig dat Farao Mozes smeekte er een einde aan te maken, en beloofde de Israëlieten weg te sturen als hij dat deed. (Exodus 9:27-35)
Maar in plaats van hen te bevrijden, maakte hij hun leven juist moeilijker.

 

Hoogmoed komt voor de val
Hoe lang zult u weigeren uzelf voor Mij te vernederen? Laat Mijn volk gaan[shalach/wegsturen], zodat zij Mij kunnen aanbidden.” (Exodus 10:3)

Hoewel de Parasha van deze week het vertrek van de Israëlieten uit Egypte beschrijft, betekent de titel ‘Bo’ niet gaan zoals dat in het Nederlands vaak wordt vertaald. Het is ook niet hetzelfde woord dat in Exodus 10:3 wordt vertaald als ‘gaan’, wat ‘wegsturen’ betekent.

Bo’ heeft meer de betekenis van ‘binnenkomen’. In dit gedeelte van de Schrift zei God tegen Mozes: “Kom binnen bij Farao” in plaats van “Ga naar Farao.” Misschien was dit Gods manier om Mozes aan te moedigen om door te gaan, ondanks het feit dat de laatste zeven plagen ogenschijnlijk mislukten.

Omdat de koppige koning van Egypte onbewogen bleef onder deze daden van Goddelijk oordeel, was het alsof God nu zei: ‘Kom (Bo) met mij mee; samen zullen we die lege leegte van Farao opvullen.’

De laatste drie plagen bezegelden namelijk de ondergang van Egypte: sprinkhanen, drie dagen duisternis en de dood van de eerstgeborenen.

 

Het hart: de zetel van alle emotionele en morele keuzes

De Heere God had Farao, net als alle mensen, de gave van een vrije wil gegeven, zodat hij kon kiezen tussen goed en kwaad.

Farao verkoos wreedheid boven mededogen en koppigheid boven gehoorzaamheid, waardoor hij vernietiging bracht over zijn familie en het volk van Egypte.

Nu moet je weten dat als je de Hebreeuwse letters van het woord ‘farao’ achterste voren schrijft je het woord, ‘arufah’ krijgt , wat ' nek' betekent. In de Bijbel staat dit voor koppig of eigenwijs zijn.

Gods Woord vertelt ons dat koppigheid een ernstige zonde is: “Want weerspannigheid is zonde van toverij, en koppigheid is ongerechtigheid en afgoderij.” (1 Samuël 15:23)

De trots en koppigheid van de farao leidden uiteindelijk tot zijn ondergang:“Hoogmoed komt vóór de ondergang, en een arrogante geest vóór de val.” (Spreuken 16:18)

De weigering van de farao om zich te vernederen voor de Almachtige God kwam voort uit de verharding van zijn hart.

Het Hebreeuwse woord voor hart (lev of levav) komt meer dan 850 keer voor in de Bijbel. Het hart is de zetel van alle emotionele en morele keuzes.

Het hart van de farao werd zo koud en ongevoelig dat hij geen empathie meer voelde. Hij was immuun geworden voor de pijn en het lijden van nota bene zijn eigen volk.

In oude Joodse teksten wordt met de term ‘faraosyndroom’ een persoon met macht bedoeld die de goede gang van zaken in de weg staat.

Wanneer God een mens beoordeelt, kijkt Hij niet naar het uiterlijk; Hij onderzoekt het hart door naar de geestelijke toestand te kijken. Maar de HEERE zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan. (1 Samuel 16:7).

Heer, U doorgrondt en kent mij, mijn zitten en mijn staan. En u kent mijn gedachten, mijn liggen en mijn gaan. De woorden van mijn mond o, Heer, die zijn voor u bekend en waar ik ook naar toe zou gaan, ik weet dat u daar bent.’

Deze woorden van Opwekking 518 kwamen in mij op terwijl ik deze overdenking aan het schrijven was. Het lied zegt dat God ons door en door kent. Er zijn geen geheimen die wij voor God kunnen verbergen. God ziet jouw hart. Ook als je je niet gezien of vergeten voelt. God ziet jou en voordat jij geboren was had hij al een plan met jouw leven. 

Hij is zo begaan met de geestelijke toestand van de mens dat Hij beloofde een geestelijke hartoperatie uit te voeren door harten van steen te verwijderen en ze te vervangen door harten van vlees.

En Ik zal u een nieuw hart geven, en Ik zal een nieuwe geest in u leggen. Ik zal uw stenen, verharde hart uitnemen en u een teder, ontvankelijk hart geven.” (Ezechiël 36:26)

Mogen onze harten nooit verhard of ongevoelig worden door de beproevingen van het leven of door onze eigen zondige natuur, maar mogen we zachte klei blijven in de handen van de Pottenbakker.

 

Het Paaslam
Het bloed zal voor u een teken zijn op de huizen waar u bent, en wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan. Geen vernietigende plaag zal u raken wanneer Ik Egypte tref.” (Exodus 12:13)

In deze Parasha wordt de instelling van het eerste Pesach beschreven. Hierin staat de centrale boodschap van het Evangelie verwoord: verlossing door het bloed van het Lam.

Wij kunnen zo dankbaar zijn dat de mens die de Zoon heeft bevrijd, werkelijk vrij is.

Net zoals Mozes tegen Farao zei: “Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen aanbidden,” beveelt Yeshua (Jezus) de vijand van onze zielen om ons te bevrijden van zonde en geestelijke duisternis. (Exodus 7:16; Jesaja 49:9)

 

Hij kwam om de gevangenen te bevrijden!
Hij heeft Mij gezonden om te genezen de gebrokenen van hart, om aan de gevangenen vrijlating uit te roepen en aan de blinden het herstel van het gezicht, om de verdrukten heen te zenden in vrijheid.” (Jesaja 61:1; Lucas 4:18).
Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” (Titus 2:14)

Door Zijn bloed kunnen we genezing, bevrijding en vrijheid vinden van elke slavernij en onderdrukking. Hoeveel te meer zal dan het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God heeft geofferd, ons geweten reinigen van werken die tot de dood leiden, om de levende God te dienen!” (Hebreeën 9:14)

Tijdens het laatste Pesachfeest van Yeshua verbond Hij de bevrijding van de Israëlieten uit de slavernij in Egypte door het bloed van het lam met de bevrijding van zielen door Zijn eigen bloed.

Terwijl Hij de derde beker wijn omhoog hield tijdens het Pascha, de beker van de verlossing, zei Hij: “Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” (Lukas 22:20)

Yeshua betaalde de volledige prijs voor onze volledige verlossing met Zijn eigen bloed.

 

Als dat geen zegen is!