De tijden der eeuwen
Alvorens het thema te behandelen, willen wij u wijzen op het belang en de inhoud van het Goddelijk heilsplan. Het thema is fundamenteel en absoluut noodzakelijk voor een juist verstaan van de Schrift. Het betreft Gods Plan en eeuwig voornemen met betrekking tot Zijn totale schepping, zowel van hemel als aarde. God heeft Zich 'van eeuwigheid' iets voorgenomen. Het Plan van God is een heilsplan, of anders gezegd een verlossingsplan. Hij heeft dit Plan gemaakt vóór de grondlegging der wereld, naar Zijn voorkennis. God weet de dingen die in de toekomst geschieden, alsof zij in verleden hebben plaatsgehad. Hij heeft Zijn plan gemaakt in, wat wij het best zouden kunnen omschrijven met het begrip 'beginloze eeuwigheid'. Hoewel wij dit begrip niet aan de Schrift kunnen ontlenen, is een exacte omschrijving nauwelijks te geven. Laat het ons verduidelijken. We spreken over twee eeuwigheden: een eeuwigheid zonder begin, dus voor de schepping, en een eeuwigheid die geen einde heeft. Tussen deze twee eeuwigheden ligt de tijd; de tijd van de geschiedenis van de mens.
Wij, mensen van de tijd kunnen terug zien naar het verleden, de beginloze eeuwigheid, en kunnen vooruit zien naar de eeuwigheid die voor ons ligt, en geen einde heeft.
Van God staat in Zijn Woord geschreven dat Hij leeft 'van eeuwigheid tot eeuwigheid'. We lezen daarvan bijvoorbeeld in Psalm 90: 'Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht. Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.' Hier wordt gesproken over beide eeuwigheden. God is van de beginloze eeuwigheid tot de nimmer eindigende eeuwigheid de eeuwige God; Hij is Zelf de Eeuwige. In Psalm 103 vers 17 lezen we: 'Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen.'
Tussen deze beide eeuwigheden ligt de tijd waarin God Zijn voornemens, Zijn heils- en verlossingsplan verwezenlijkt. Als laatste wijzen wij op Psalm 106 vers 48: 'Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!'
Ook in dit vers lezen we dus over de beide eeuwigheden en worden zij als het ware tegenover elkaar gesteld. De tijd ligt daar tussen geklemd. De tijd heeft een begin, en aan de tijd komt een einde. Wij zijn mensen van de tijd, maar God is eeuwig.
Naar menselijke maatstaven gemeten zouden we kunnen zeggen, dat de tijd een onderbreking is van twee eeuwigheden. Het heilsplan dat God Zich in de beginloze eeuwigheid heeft voorgenomen, is ons ontvouwd in de Heilige Schrift. Hierin vinden we de grote lijnen, maar ook de details.
De Bijbel is Gods blauwdruk, het bestek als het ware van Zijn bouwplan. De Schrift getuigt van Abraham: 'Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.' -Hebreën 11 vers 10-. In de grondtaal wordt voor het woord 'Kunstenaar' het Griekse woord 'technités' gegeven, hetwelk het best vertaald kan worden met 'ontwerper' of 'technicus'. God is dus de Ontwerper van Zijn Eigen Plan, maar voert dat Plan eveneens als Bouwmeester uit.
Een eenvoudig voorbeeld is wanneer we een huis willen gaan bouwen. In het algemeen moet er eerst in de grond gegraven worden waarna het fundament gelegd kan worden. Vervolgens komen de metselaars om de muren op te trekken waarna het dak er op gelegd wordt en uiteindelijk komen de schilders en behangers voor de afwerking. Het is dus duidelijk dat zo'n bouw volgens vastgestelde fasen verloopt. Aan de ontwikkeling van een gebouw kan gezien worden tot welke fase men gevorderd is. De aannemer werkt volgens een bepaald schema. Zo doet de Heere ook. Ook Hij werkt in fasen en volgens een vastgesteld schema. Iets van deze fasen zijn ons in de Bijbel onthuld. Misschien heeft u de Bijbel zo nog nooit gelezen. Dat zou natuurlijk kunnen. Maar de opbouw van de Bijbel, van Genesis tot Openbaring, is onderworpen aan een logisch Plan, aan een duidelijke ontwikkeling. Daarin zien we de hand van God.
Gods Plan komt voort uit het Wezen van God Zelf, Die Liefde is. Hij heeft Zijn Plan aan ons bekend gemaakt door Zijn Woord waarin Zijn werken in verleden, heden en toekomst beschreven staan, zodat wij niet in duisternis rond tasten.
God heeft ons Zijn voornemens geopenbaard en verlangt er naar dat wij ons zullen interesseren in Zijn Plannen. Wij mensen proberen altijd de rollen om te draaien. Wij maken veelal zelf plannen, maar het is Gods wens dat 'wij vervuld mogen worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand'. -Kolossensen 1 vers 9-.
Het is geweldig dat een Heilig God, Schepper van hemel en aarde, Zich bereid toonde om ons op de hoogte te stellen van Zijn voornemens. Hij heeft ons daarvoor de Heilige Schrift toevertrouwd.
Het Plan van God wordt uitgevoerd in de tijd. Wij leven nu in de tijd dat God bezig is Zijn Plan uit te voeren. Als u om u heen ziet in de wereld van vandaag, dan ontdekt u een grote verwarring en is er nauwelijks een plan in te ontdekken. Er zijn mensen die vragen: 'Als God bestaat, waarom bemoeit Hij Zich dan niet met deze wereld' en 'waarom oorlogen, bloedvergieten, hongersnoden' en gaat u zo maar door. Er zijn theologen die zeggen dat God dood is, dat Hij Zich van deze wereld heeft vrijgemaakt en Zich niet meer met deze wereld bemoeit. De Bijbel leert ons echter dat God wel degelijk bezig is met Zijn Plan. Wij mogen daarvan deel uit maken.
De Bijbel is een compleet geheel waarin het Goddelijk Plan ontvouwd wordt.
Tweeërlei werk van God
1. Gods scheppingswerk
In grote lijnen is in de Bijbel sprake van tweeërlei werk van God, namelijk Zijn scheppingswerk en Zijn verlossingswerk. Er zijn, met aanvulling van een aantal Schriftgedeelten uit het Oude- en Nieuwe Testament, maar twee hoofdstukken gewijd aan Zijn eerste werk, de schepping. God vraagt uitsluitend geloof en hoeft Zich geen rekenschap te geven van het hoe en waarom. Wel is duidelijk uit de Schrift op te maken dat de schepping in fasen verloopt.
Ieder kent de zes scheppingsdagen. De eerste dag licht, de tweede dag uitspansel, enzovoorts. God was duidelijk bezig aan een werk volgens een werkschema en in een logische volgorde. Het begon bij het licht en het eindigde bij de mens.
Tevens zien we duidelijke fasen: 'Toen was het was avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag.' -Genesis 1 vers 5-. Hierin zien we dat God Zijn scheppingswerk verdeeld heeft in perioden, in dagen, maar ook dat er een tijdschema was. Op de zevende dag was Zijn scheppingswerk voltooid. God rustte want Hij zag dat het zeer goed was. Hierin zien we dat God geordend en schematisch werkt. God is een God van orde.
God is de Bouwmeester van de schepping. Waar er in de Schrift sprake is van schepping zult u bemerken dat God volgens schema werkt. Hij volbrengt Zijn werk volgens Zijn vastgestelde Plan.
We kunnen dus concluderen dat behoudens de eerste twee hoofdstukken in Genesis, met daarnaast nog een aantal Schriftgedeelten, de Bijbel voornamelijk handelt over Zijn verlossingsplan. Twee hoofdstukken beschrijven, wat wij noemen de schepping. De rest van de Bijbel ontvouwt God Zijn Goddelijk heilsplan, dat eindigt in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont.
God volvoert Zijn heilsplan in fasen of tijdsperioden die in de Bijbel heel duidelijk worden aangegeven. Het doel van het scheppingswerk van God was de heerschappij van de eerste mens, Adam. Hij was de kroon van de schepping en hij werd gesteld over het werk van Gods handen. Het opmerkelijke is dat het verlossingswerk uiteindelijk de heerschappij van de tweede Mens, Christus, ten doel heeft.
2. Gods verlossingswerk
Zoals Gods scheppingswerk zich dus voltrekt in fasen, zo is het eveneens met Zijn heilsplan. God is daarmee reeds begonnen bij de val van Adam. Iets daarvan zien we in Genesis 3 vers 21 waar Hij de mens bekleed met rokken van vellen. De voltooiing van dit heilsplan zal op de jongste dag plaatsvinden.
Het doel van Gods verlossingsplan is alle fasen is hetzelfde, namelijk tot heil van de mensheid en tot eer van de tweede Mens, de Heere Jezus Christus. Gods doel is in elke periode hetzelfde. Dit doel is niet veranderd sinds de tijden van Abraham, Mozes of bij voorbeeld Jesaja, en zal ook niet veranderen in de toekomende tijden. Het gaat om de volvoering van wat Hij Zich voorgenomen heeft in de beginloze eeuwigheid. Gods handelwijze verandert echter wel in de verschillende perioden.
God handelt vandaag niet het zelfde zoals Hij deed in de dagen van Abraham, of zoals in de dagen van de Heere Jezus tijdens Zijn rondwandeling op aarde. In elke periode of fase van Zijn verlossingsplan doet God een bijzonder werk tot voltooiing van het geheel.
Dit is met een bouwwerk evenzo. Tijdens de ontwikkeling van de bouw is het werk steeds verschillend: Zo moet er in bepaalde fasen gegraven, gemetseld, gestukadoord of geschilderd worden. Het doel is echter steeds het zelfde; de voltooiing van het huis.
Zo volvoert ook God de uitvoering van Zijn Plan. Bij de schepping deed Hij op de derde dag een ander werk dan op de eerste dag. Maar het diende wel het zelfde doel, namelijk de herschepping van de aarde. We zien dus dat God steeds op de verschillende dagen een ander werk doet. Het sluit echter wel steeds op elkaar aan.
Zo is het ook met het verlossingsplan. God deed in het verleden een werk, doet vandaag een werk, maar zal ook in de toekomst een werk doen. Allemaal met het oog op de verwezenlijking van Zijn eeuwig voornemen. Voor een juist verstaan van de Schrift is het echter wel noodzakelijk een duidelijk onderscheid in de verschillende fasen van Zijn Bouwplan te zien.
Verschillende benamingen
De in het voorgaande hoofdstuk genoemde fasen worden in de Bijbel aangeduid met verschillende benamingen. In de Statenvertaling zijn zeker vijf verschillende termen voor deze fasen aan te geven. Soms worden deze fasen eeuwen genoemd. Een eeuw moet u dan niet nemen voor een periode van honderd jaar, maar als een tijdsperiode. Ten tweede worden deze fasen ook wel bedelingen of dagen genoemd. Een dag is een bepaalde periode gekenmerkt door bepaalde omstandigheden. U moet hierbij dus niet denken aan een dag van 24 uur.
Ook worden deze fasen in de Bijbel aangeduid als tijden of gelegenheden. De oorspronkelijke Griekse uitdrukking voor tijden en gelegenheden, wijst op door de natuur bepaalde tijden.
Zo kennen wij in de natuur perioden, zoals herfst, winter, lente en zomer. Het zijn de seizoenen die het jaar tot een geheel maken. Zo worden ook de verschillende fasen in de Bijbel gelegenheden of seizoenen genoemd. Wij verwijzen in dit verband naar Mattheüs 21 vers 34: 'Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.' Wij komen hier later nog even op terug.
Verder willen wij opmerken dat Gods Plan in wezen bestaat uit twee verschillende soorten fasen. Tot de ene soort behoren de 'eeuwen'. De eeuwen dragen bijvoorbeeld het tijdsbestek in zich, De andere soort betreft de bedelingen, die niet zozeer van tijd, maar veel meer van bepaalde instellingen door God spreken.
Eeuwen
Allereerst willen wij u laten zien wat de Bijbel zegt over het begrip eeuwen. Het woord eeuw is de Griekse vertaling van aioon. Zoals eerder opgemerkt moeten wij bij het begrip 'eeuw' niet denken aan een periode van honderd jaar maar aan een door God bepaalde tijd. Ook wij kennen dat begrip in onze taal. Zo spreken wij bijvoorbeeld over de 'gouden eeuw'. Het betrof hier eveneens geen periode van honderd jaar, maar een langere periode die gekenmerkt werd door welvaart.
Zo lezen we in de Schrift over vorige, tegenwoordige en toekomende eeuwen. Terwille van de duidelijkheid laten wij hieronder een aantal Schriftplaatsen volgen.
In de brief van Paulus aan de gelovigen te Kolosse lezen we in hoofdstuk 1 vers 26: '[Namelijk] de verborgenheid, die verborgen is geweest van [alle] eeuwen en van [alle] geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.' God heeft dus aan de apostelen en profeten dingen onthuld die in voorgaande eeuwen verborgen zijn gebleven. Verborgenheden, waar bijvoorbeeld David en Mozes niets vanaf wisten. Over deze verborgenheden kunnen we dus niets lezen in het Oude Testament, want deze werden immers later geopenbaard aan de apostelen en in het bijzonder aan de apostel Paulus. Dit Schriftgedeelte laat ons dus duidelijk zien dat er eeuwen zijn geweest voor de openbaringen, zoals die aan Paulus werden bekend gemaakt.
In Efeze 2 vers 6 en 7 lezen we over de toekomende eeuwen: 'En heeft [ons] mede opgewekt, en heeft [ons] mede gezet in de hemel in Christus Jezus; opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus'. Een nadere uitleg van de tekst is niet noodzakelijk daar deze voor zichzelf spreekt.
Als laatste wijzen wij op Galaten 1 vers 4: 'Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader;…' Helaas is in deze tekst het woord aioon vertaald met wereld, maar hier wordt hetzelfde Griekse woord gebruikt als in de voorgaande tekstgedeelten, eeuw dus.
Het is overigens ook niet waar dat God ons getrokken heeft uit deze tegenwoordige boze wereld, want wij staan er nog met beide benen in. Desalniettemin zijn wij wel uit deze eeuw getrokken; we zijn geen mensen van deze tijd. De apostel Paulus getuigt in zijn brief aan de gelovigen in Efeze 2 vers 2-6: 'In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid. Onder dewelke ook wij allen eertijds gewandeld hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorn, gelijk ook de anderen; Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft. Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft [ons] mede levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden). En heeft [ons] mede opgewekt en heeft [ons] mede gezet in de hemel in Christus.'
We zijn dus hemelburgers. Dat is ook wat Paulus zegt: We zijn getrokken uit deze tegenwoordige eeuw. De wereld is niet boos maar de eeuw.
Zo hebben we dus de begrippen voorgaande eeuw (Kolossensen 1), de tegenwoordige boze eeuw (Galaten 1) en de toekomende eeuw (Efeze 2) gezien.
Bedelingen
Het tweede Bijbelse begrip in verband met de fasen in Gods verlossingsplan, is bedeling. Dit begrip komt in de Bijbel driemaal voor en is soms wel, en soms niet juist in de Statenvertaling vertaald. In Efeze 1 vers 9 en 10 lezen we: 'Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven. Om in de bedeling der volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is, en dat op de aarde is.'
Het Griekse woord dat hier voor bedeling wordt gebruikt is oikonomia4a Ons woord economie is er van afgeleid, en in de Statenvertaling is het vertaald met bedeling, maar het kan eveneens vertaald worden met huishouding of rentmeesterschap. Het duidt in alle gevallen een periode aan, waarin God op een bepaalde wijze in deze wereld handelt. Paulus spreekt er in deze tekst over dat God in de bedeling der volheid der tijden, alles tot één wil vergaderen. Paulus spreekt dus duidelijk over een periode of bedeling die toen nog komen moest, en die gekenmerkt zal worden als een bijzondere huishouding of economie, waarin God alles onder één zal vergaderen.
De Schrift spreekt overigens over verschillende huishoudingen of 'bedelingen' Een aantal bedelingen worden met name genoemd: de bedeling van de wet -Galaten 4 vers 1-54b, de bedeling van de genade -Efeze 3 vers 2-, en de bedeling van de volheid der tijden -Efeze 1 vers 10-.
Zoals we reeds gezien hebben vinden we het woord oikonomia ook in Efeze 3 vers 2: 'Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; …' In de NBG-vertaling wordt in dit vers het woord oikonomia vertaald met bediening, maar dat heeft er op deze plaats niets mee te maken. Het is teleurstellend dat de NBG-vertaling dit niet juist heeft overgenomen. Door oikonomia hier te vertalen met bediening gaat met name het tijdsbegrip, dat in het begrip bedeling ligt, verloren.
Een laatste tekst vinden we in Kolossensen 1 vers 24: 'Die mij nu verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn Lichaam, hetwelk is de Gemeente; Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods.' Ook in dit gedeelte vinden we in de grondtekst eveneens het Griekse woord oikonomia. Geconcludeerd moet worden dat er in de Schrift duidelijk bepaalde perioden aangegeven worden. Soms worden deze perioden in de Schrift een bedeling genoemd. Op de betekenis van dit woord komen wij later terug.
Tijden en gelegenheden
Een laatste begrip dat we in dit verband noemen, vinden in Handelingen 1. Daar stellen de discipelen, op de dag van Zijn hemelvaart, een vraag aan Jezus over, wat wij zouden kunnen noemen, het schema van Gods heilsplan. In vers 6 lezen we: 'Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?'
Het betreft hier zoals gezegd, een tijdvraag. De discipelen waren er dus van op de hoogte dat de Heere het Koninkrijk eens zou oprichten. Dat hadden de profeten immers duidelijk voorzegd. Zij vragen dan ook of Hij het Koninkrijk in die tijd (dat is de tijd waarin de discipelen leefden) zou oprichten. Het was een eerlijke en oprechte vraag, waarop Jezus in vers 7 antwoord: 'Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;'
De Vader heeft dus Zelf de tijden en gelegenheden in Zijn Eigen macht gesteld. God geeft ons echter wel aanwijzingen, waardoor wij kunnen zien in welke tijd, bedeling of eeuw wij leven. Dat is ook uitermate belangrijk, wanneer wij beseffen dat God vast blijft houden aan de volvoering van Zijn Plan.
De verschillende bedelingen in vogelvlucht
Zoals u gezien heeft zijn de verschillende perioden of fasen aangegeven met verschillende benamingen. Deze benamingen staan echter niet in de Bijbel, maar werden gegeven om de kernmerken van een bepaalde bedeling aan te duiden. De eerste bedeling is de bedeling van de onschuld, de tweede de bedeling van het geweten, de derde de bedeling van het menselijk bestuur of de menselijke heerschappij, de vierde de bedeling der belofte, de vijfde de bedeling van de wet, de zesde de bedeling der genade en de zevende de bedeling van het Koninkrijk.
Het merkwaardige nu is dat elke bedeling een vastgesteld begin heeft en ook een duidelijk einde. Het is net als bij de scheppingsdagen: het is avond geweest en het is morgen geweest, de eerste dag. Zo eindigt elke bedeling met een oordeel hetgeen dan ook direct het definitieve einde betekent. Na het oordeel volgt dan ook weer een nieuw begin, zij het op een andere wijze. Met alle eerbied gesproken, want zo is het natuurlijk niet, gaat God het dan weer op een andere manier met de mens proberen. Elke keer faalt de mens echter, maar God is genadig en gaat door en Hij geeft telkens weer een nieuwe morgen.
Zo heet de eerste bedeling de bedeling van de onschuld. Deze begint bij de schepping van de mens in het paradijs, waar de mens wordt geplaatst in een onschuldige toestand, terwijl de bedeling eindigt bij de zondeval van Adam en Eva, waarna het oordeel, de uitdrijving van de mens uit het paradijs, volgt. De mens wordt de toegang tot het paradijs ontzegt door de cherub die er met een vlammend zwaard staat en de mens de toegang tot de Boom des Levens ontzegt.
Adam en Eva staan dan buiten het paradijs, maar God laat hen daar niet alleen. We zullen daar later nog op terug komen. God geeft hen in de eerste plaats het licht van het geweten, waardoor zij het onderscheid kennen tussen goed en kwaad. Hij geeft hen echter ook een belofte, de belofte van het Zaad der vrouw dat éénmaal het slangenzaad de kop zal vermorzelen. Ook deze periode eindigt weer in een verschrikkelijk oordeel, zozeer zelfs dat er staat dat het God berouwde dat Hij de mens gemaakt had, waarna het vreselijk oordeel, de zondvloed, volgt. Dan is er weer een fase voorbij en eindigt deze bedeling in een donkere nacht.
Maar ook dan volgt er een nieuwe morgen, zelfs met een zon die schijnt en een regenboog die straalt. Het is het teken van het verbond. Zo maakt God een verbond met Noach. Van deze bedeling wordt weinig goeds in de Bijbel gezegd en er worden ook maar een paar hoofdstukken in de Bijbel aan gewijd. Al heel spoedig blijkt namelijk dat de mensen rebelleren tegen God omdat zij een toren willen bouwen welks opperste tot in de hemel reikt. Zo gezien zijn het hemelbestormers die op hun eigen manier het contact met de hemel willen leggen. Als de toren dan een bepaalde hoogte heeft bereikt, is het God die op de mensenkinderen neerziet en krijgen we het oordeel van de spraakverwarring. De mensen worden zo opgedeeld in volkeren en daar zitten we nu in onze dagen nog steeds mee want rassenoorlogen en rassendiscriminatie dat is immers nog steeds aan de orde van de dag. Hier maakt God, op één uitzondering na, een einde aan de directe communicatie met de mens.
God zegt tegen Abraham: Scheid je van alle mensen af en Ik zal uit jou een nieuw volk maken en Ik zal jou een land geven dat voor jou en je nakomelingen een eeuwig bezit zal zijn. Op deze manier sloot God een verbond met Abraham en noemen wij deze bedeling de bedeling van de belofte. God deed een belofte aan Abraham. Deze belofte is een geweldige sleutelwaarheid in de hele heilsgeschiedenis. 'God zal Zijn Waarheid nimmer krenken en eeuwig zijn verbond gedenken, 't verbond met Abraham Zijn vrind', zo zingen wij immers. Dit verbond is van grote kracht. De erfgenamen van Abraham, zo weet u, zijn Izak en Jacob en de twaalf zonen van Jacob als de vaders van het Hebreeuwse volk. Maar ook deze bedeling eindigt in duisternis, want aan het einde van de bedeling is het Jacob die door de hongersnood gedreven het land Kanaän moet verlaten en de vlucht moet nemen naar Egypteland. Daar komt hij terecht bij Jozef, die daar onderkoning is geworden, maar zij vallen na Jozefs dood in de handen van de Farao's die het volk verdrukten en maar één bedoeling hadden: Het volk van de aardbodem uit roeien. Ondanks dit tragische einde, blijft Gods belofte echter bestaan want Gods beloften zijn onberouwelijk.
Daarna verlost God het volk, zoals Hij het ook beloofd heeft, van de slavernij, voert hen door de Rode Zee en sluit opnieuw een verbond bij de Sinaï met het volk, door middel van de wet. Daarom heet deze bedeling ook de bedeling van de wet. God zegt immers tegen Israël in dit verbond: Als jullie mijn inzettingen en mijn wetten houden dan zal Ik je zegenen, maar als je Mijn inzettingen niet houdt dan zal Ik je moeten kastijden. Deze bedeling begint dus bij de Sinaï en eindigt met veel drama bij het kruis waar Israël als natie zijn Messias verwerpt en waarna Israël na 40 jaar uit het land wordt verjaagd en de bedeling van de wet voorbij is. Christus, zegt de Bijbel, is het einde der wet.
De daarop volgende bedeling begint dan niet bij het kruis, maar bij de opstanding of hemelvaart van de Here Jezus Christus, en Zijn Heilige Geest als Zijn Plaatsvervanger op aarde zendt als de Trooster. De Geest van God doet in de bedeling van de genade een totaal ander werk dan alle voorgaande bedelingen, namelijk de uitroeping van de Gemeente van onze Here Jezus Christus. Gods Geest roept mensen nu zowel uit Joden als uit heidenen die een hemels burgerschap en een hemelse bestemming hebben en wiens toekomst ook in de hemel is. Dezer gemeente begint niet, zoals sommigen denken, bij Abraham. De Here Jezus zei immers vlak voor Zijn kruisiging: Op deze Petra zal Ik Mijn gemeente bouwen. De gemeente is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten staat er. Het is dus geen voortgaande lijn van het Oude Testament maar iets geheel nieuws. De gemeente is dus ontstaan op de Pinksterdag na de hemelvaart van de Here Jezus en bij de uitstorting van de Heilige Geest. Deze e bedeling van de genade genoemd omdat de enige mogelijkheid om behouden te worden, genade is. We kunnen nu in onze tijd niet meer behouden worden door ons te houden aan de wet, of door de stem van ons geweten, zoals in de voorgaande bedelingen, maar alleen door genade en door geloof. Maar nu is het ook weer niet goed, want nu is het voor veel mensen te makkelijk. Maar men bedenkt dan niet dat toen het te moeilijk was ook niet ging, want toen moest de mens de wet volbrengen en kwam er ook n iets van terecht. Nu zegt de Here, met alle eerbied gesproken, nu zal Ik het makkelijk maken, en nu zijn er mensen die door verkeerde voorlichting hun leven lang sukkelen en zeggen: Maar dat kan je toch zomaar niet aannemen! Bedenk dan echter wel dat het inderdaad niet allemaal zomaar gaat, want bedenk dan wel dat het de Here Jezus Zijn leven gekost heeft om u en mij te behouden. De wet zegt: Doe dat! en je zult behouden worden. Maar de genade zegt: Het is gedaan, het is volbracht. Geloof het en je wordt behouden. Wat een verschil. Dat is het Evangelie en wie dat gelooft wordt toegebracht aan de gemeente. Deze bedeling eindigt als de laatste ziel is toegevoegd en wanneer de gemeente wordt opgenomen, de Here tegemoet in de lucht. Want de gemeente heeft een hemelse bestemming.
Als dan de gemeente is opgenomen gaat de wereld door de ure der verzoeking of de grote verdrukking en gaat in wezen het boek Openbaring in vervulling. Openbaring is namelijk allemaal profetie en zullen wij als gelovigen niet meemaken op de aarde. Wel zullen wij er bij betrokken zijn maar van vanuit de hemel als wij bij de Heer zijn. Dan zal op aarde een vreselijke toestand ontstaan. De vier paarden zullen dan losgelaten worden, de zegelen zullen verbroken worden, de zeven oordeelsbazuinen zullen geblazen worden, de zeven schalen van Gods oordelen zullen op aarde uitgegoten worden en de Heer zal op een verschrikkelijke wijze oordelen. Het uiteindelijke resultaat daarvan is dan dat de Heer terugkeert op aarde mét Zijn gemeente, die eerder met Hem verenigt is. In de periode tussen de opname van de gemeente en Zijn wederkomst met de gemeente op aarde gebeuren er dus heel veel dingen. De bedeling van de genade eindigt dus eigenlijk ook in een oordeel, namelijk in het oordeel van de grote verdrukking. En juist hier hebben we een ernstig probleem waar heel veel over gaande is. Er zijn namelijk heel veel mensen die denken dat de gemeente ook door de grote verdrukking gaat. Maar daarmee snijden de mensen het Woord der Waarheid niet recht. Deze mensen bedoelen het wel goed, maar hebben een totaal verkeerd beeld over de grote verdrukking. De grote verdrukking is namelijk de openbaring van de toorn Gods over goddeloze mensen. De verdrukkingen die christenen vandaag de dag meemaken hebben te maken met de verdrukkingen om Zijns Naams wil. Dat is een voorrecht! God doet ons dat echter niet aan, maar in de grote verdrukking is het God die de goddelozen bezoekt. Het is immers een openbaring van het oordeel van God. Het is in wezen een herhaling, zij het in andere vorm, van de zondvloed en dat wel duizendmaal erger. Want als je leest in de Schrift wat er dan gebeuren zal, voor, tijdens en als gevolg van de wederkomst, is dat angstaanjagend. Als u dat zich realiseerd, west dan maar blij dat wij van de toekomende toorn verlost worden door de opname van de gemeente.
Hierna volgt de periode of de bedeling van het Koninkrijk of de bedeling van de duizend jaar. Deze bedeling begint dus bij de wederkomst van Christus als de zoon van David, als de Koning der Koningen en wanneer Hij Zijn heerschappij in Jeruzalem zal vestigen. Hij zal dan het volk Israël, het overblijfsel van de twaalf stammen bijeenvergaderen en vanuit Jeruzalem Zijn Rijk van gerechtigheid en vrede op aarde vestigen met een ijzeren scepter. Dan zal ook alle knie zich voor Hem buigen. Satan is dan gebonden en in tegenstelling tot nu. Wie dat durft te beweren ken zijn tijd niet goed want satan gaat nu rond als een briesende leeuw en hij laat zich meer merken dan ooit tevoren. Ik denk dat we nu wat dat betreft in een angstige en demonische wereld leven waarin de demonische werking met de dag groter wordt. God zij dank dat wij in Christus daarover de overwinning hebben, maar de wereld ligt in de greep van de overste van de wereld. Uiteindelijk komt er dan het oordeel van vuur en komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarin gerechtigheid woont en waarin God zal zijn alles en in allen.
Al deze perioden spelen zich af tussen de twee eeuwigheden. Zo zijn alle dingen uit Hem, door Hem en tot Hem. Hij is de Eerste, de Alfa, en de Laatste, de Omega. Het is machtig als je dat ziet. Al eerder heb ik aangehaald dat God een Kunstenaar en Bouwmeester is. Een Kunstenaar, in onze tijd zouden we zeggen een architect, werkt volgens plan en volgens een tijdschema. Als u een huis laat bouwen dan spreekt u af wanneer het huis af moet zijn. Zo werkt ook God met een tijdschema. Dat was met de schepping zo, op de zevende dag was het af. Zo is er ook een tijdschema wat duidelijk in de Bijbel te ontdekken is, nar de toekomst. Het is echter niet aan ons gegeven dit tijdschema te weten want de tijden en gelegenheden heeft de Heer in Zijn Eigen hand gesteld. Echter, we kunnen wel uit de ontwikkelingen wel heel duidelijk bepaalde conclusies trekken hoe laat het op de wereldklok van God is. Ik wilde wel dat het mij vergund was daar een blik op te werpen, maar dat weet ik niet. Wel kan ik daar op speculeren, maar daar hou ik niet zo van, zeker niet ten aanzien van Goddelijke zaken. Een ding is echter zeker: Gods plan gaat door. Dwars door al de dingen die er in de wereld gebeuren loopt het heilsplan van God. Daar lees je niets van in de krant, en ook J.B.G. Hilterman weet er niets van in zijn achtergrond informatie op zondagmiddag, maar de enige juiste informatie omtrent de ontwikkeling van de wereld vind je in het Woord van God. Er is geen Boek dat zo actueel is als de Bijbel, die niet aan tijd gebonden is. Het spreekt met het grootse gemak over de dingen die in het verleden gebeurd zijn, maar die ook spreekt over de dingen die in de toekomst nog gebeuren moeten alsof ze al gebeurd zijn.
God heeft Zich, bij wijze van spreken, zoveel moeite getroost om u en mij daarvan op door hoogte te stellen. Om u en mij daarover te informeren zodat we niet in het duister rondtasten. In de zesenzestig boeken zie je duidelijk de Plannenmaker, Gods eeuwig voornemen, Zijn bestek en blauwdruk. Daarin zie je ook dat de Bijbel één geheel is. Het is niet alleen een Boek met teksten, maar je moet de hele Bijbel in Zijn geheel en in een volgorde lezen. De meeste mensen lezen maar brokstukken en komen niet verder dan Johannes 3 vers 16 of het Johannesevangelie en dat is mooi hoor. Of men leest alleen het Nieuwe Testament en zegt dat het Oude Testament niet voor ons is, maar daarmee doet men zichzelf en God te kort. Alle Schrift is van God ingegeven en als er iets noodzakelijk is dan is het de bestudering van de Heilige Schrift. Ik wil de jonge mensen opwekken om de Schrift te bestuderen. Leg er tijd voor apart en doe het voor jezelf. Er zijn genoeg middelen die je daarbij kunnen helpen. Er is vandaag zo'n behoefte aan mensen die staan op Gods Woord en die de grote lijnen zien en die daarbij anderen kunnen helpen. Geconstateerd moet echter worden dat velen dat te zwaar vinden en van een lichter Evangelie houden en er zodoende nooit aan toe komen. Je kan dan even goed behouden zijn, maar ik denk dat je je dan later toch ten opzichte van God moet verantwoorden hoe je met Zijn Woord ben omgesprongen.
4a De Schriftplaatsen waar wij 'oikonomia' tegen komen zijn: Lucas 16 vers 2, 3, 4; 1 Korinthe 9 vers 17; Efeze 1 vers 10; 3 vers 2 en 9; Kolossensen 1 vers 25 en 1 Timotheüs 1 vers 4.
4b De uitdrukking 'onder voogden' (NBG; 'toezicht') is de vertaling van 'oikonomous'. Uit de vergelijking die Paulus in deze verzen maakt, leren we dat het Joodse volk onder toezicht stond, zolang het onmondig, dat is onder de wet was.