1 juli 2024
Psalm 145 -aflevering 4-
Over 'mijn God' gesproken

Loflied op de grootheid en goedheid van de HEERE

1 Een lofzang van David.
Mijn God en Koning, ik zal U roemen aleph
en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.
2 Iedere dag zal ik U loven beth
en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.
3 De HEERE is groot en zeer te prijzen, gimel
Zijn grootheid is niet te doorgronden.
4 Generatie op generatie zal Uw werken roemen, daleth
zij zullen Uw machtige daden verkondigen.
5 Ik zal spreken van de heerlijke glorie van Uw majesteit, he
en van Uw wonderlijke daden.
6 Zij zullen de kracht van Uw ontzagwekkende daden in herinnering roepen; waw
Uw grootheid, die zal ik vertellen.
7 Zij zullen de mond doen overvloeien van de gedachtenis aan Uw grote goedheid, zain
en vrolijk zingen van Uw gerechtigheid:

Over ‘mijn God’ gesproken -1-
Gerrit Komrij (1944-2012), voormalig ‘Dichter des Vaderlands, schreef precies 25 jaar geleden het essay: ‘Niet te geloven’. Hij deed dat in het kader van de Boekenweek met als motto: ‘Mijn God’.

In een interview werd hem gevraagd wie zíjn God is. "Ik heb geen God", antwoordde hij. "In mijn leven is niets wat de rol van God zou kunnen vervullen. Mensen verzinnen tegenwoordig hun eigen godsdienst, met een eigen God, om een leegte op te vullen. Mensen hebben alles, daarom gaan ze iets aan de gevoelskant doen en mystieke dingen zoeken. Gelovigen menen dat je iets mist als je niet gelooft. Mijn optiek is dat mensen die geloven een gebrek hebben. Het officiële geloof is er nooit op uit geweest mensen vrolijker te maken. Het is een verbodsgeloof, dat strenge regels voorschrijft waar mensen geestelijk van kromgroeien".

Rake opmerkingen en verwijten. Inderdaad is het zo dat materiële zaken de mens geen bevrediging schenken. Maar het is niet alleen maar de materiële verzadiging, die mensen drijft tot het zoeken naar mystieke ervaringen en dergelijke.

De Bijbel zegt, dat God het besef van de eeuwigheid in het hart van de mensen geplant heeft, in Prediker 3, vers 11.

Dit verklaart het feit dat de mens zoekend is en de geestelijke leegte op wil vullen, bijvoorbeeld door religie en geloof, etc. Ten diepste beseft elk mens, dat er meer is dan het leven hier en nu alleen. Dat besef dwingt hem te zoeken, steeds maar te zoeken.

Uit Komrij’s opmerkingen blijkt ook de verwarring omtrent het geloof. Hij noemt het een ‘verbodsgeloof’. En inderdaad, zodra geloven slechts uit regels bestaat, gaat het fout. De kerkgeschiedenis is er een triest voorbeeld van. Helaas is het geloof van het christendom door de eeuwen heen en ook in de tijd waarin wij leven een karikatuur van het Bijbelse geloof. En dat maakt het voor ‘buitenstaanders’ vaak zo moeilijk en onaantrekkelijk.

Het is daarom een keus voor de gelovige om te laten zien in Wie ze geloven, Wie hun God is. Niet een Rooms-Katholieke, Gereformeerde, Hervormde of Evangelische God, maar de God van de Bijbel. En wie de Bijbel, nota bene de persoonlijke woorden van God leest en bestudeert zal ontdekken, dat die God geen menselijke creatie is. Integendeel, Hij openbaart Zich als de Almachtige, Schepper van hemelen en aarde.

Wie oprecht zoekt naar God en Zijn woorden leest, zal Hem vinden!

Bovendien laat Hij in het Evangelie zien, dat Hij een God van liefde is. Hij heeft mensen lief en wil hen redden door Jezus Christus, Zijn Zoon, de Messias, de Redder van de wereld. Wie dat ontdekt, hoeft niet verder te zoeken. En wie Hem gelovig aanvaardt en zich aan Hem overgeeft, zal net als Thomas destijds bij zijn ontmoeting met de opgestane Heer, zeggen: “Mijn Heere en mijn God” (Joh. 20:28). Die wordt vervuld met vrede en vreugde.

En als dat geen zegen is.

https://www.youtube.com/watch?v=trbGTZEQKB8


28 juni 2024
Psalm 145 -aflevering 3-
Over een zingende God gesproken

Over de zingende God gesproken
Tijdens de voorbereiding van de vorige aflevering over de lofzang de tehillah van David en de Messias stuitte ik op de volgende gedachte. Wij stellen God op vele manieren voor. Soms stellen we ons Hem voor als een liefdevolle grootvaderfiguur, soms als een boze rechter, en soms als een koning, maar één beeld dat we ons zelden voorstellen is dat God zingt. Toch schetst de profeet Zefanja precies zo’n beeld in Zefanja 3:16-17 die ook in de dagen waarin wij leven voluit actueel zijn. Op die dag zullen ze tegen Jeruzalem zeggen: 'Wees niet bang, o Sion; laat uw handen niet slap worden. 17 De HEERE, uw God, is in uw midden; Hij is machtig om te redden. Hij zal zich met blijdschap over u verheugen; Hij zal je tot rust brengen met Zijn liefde; Hij zal zich over jou verheugen met gezang.’

Wat een buitengewoon beeld van God. Hier zien we dat God zo opgewonden is over Zijn volk dat Hij uitbarst in vreugdevol, zelfs luid zingen! Om het nog verbazingwekkender te maken, zingt Hij "over jou"!

Wij mogen en kunnen de Heere God aanbidden die behagen schept in degenen die Hem liefhebben. Hij is geen verre God, die onverschillig naar jouw en mijn lof of tehillah luistert. Hij verheugt zich in jouw liefde en overlaadt Zijn liefde met luid gezang over jou!

Stel je voor: terwijl wij lof zingen voor God, doet Hij mee en zingt Zijn liefde voor ons!

Geweldig en tegelijkertijd voor mij onvoorstelbaar, maar het is de HEERE God die het zegt, vanmorgen tegen jou en mij. Luister je? Tegen jou en mij: De HEERE, uw God, is in uw midden; Hij is machtig om te redden. Hij zal zich met blijdschap over u verheugen; Hij zal je tot rust brengen met Zijn liefde; Hij zal zich over jou verheugen met gezang.’

Dat lijkt mij voor vandaag genoeg, meer dan genoeg. Draag die woorden met je mee vandaag en alle dagen van je leven: Hij zal zich over jou verheugen met gezang.

Want als dat geen zegen is.

We draaien vandaag twee nummers. Het eerste loflied gaat over God en God alleen en het tweede nummer over de goedheid van de Heere God.

https://www.youtube.com/watch?v=1JFHmfMZBJk

https://www.youtube.com/watch?v=n0FBb6hnwTo



27 juni 2024
Psalm 145 -aflevering 2-
Over een tehillah, een lofzang gesproken

1 Een lofzang van David.
Mijn God en Koning, ik zal U roemen aleph
en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.
2 Iedere dag zal ik U loven beth
en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.
3 De HEERE is groot en zeer te prijzen, gimel
Zijn grootheid is niet te doorgronden.
4 Generatie op generatie zal Uw werken roemen, daleth
zij zullen Uw machtige daden verkondigen.
5 Ik zal spreken van de heerlijke glorie van Uw majesteit, he
en van Uw wonderlijke daden.
6 Zij zullen de kracht van Uw ontzagwekkende daden in herinnering roepen; waw
Uw grootheid, die zal ik vertellen.
7 Zij zullen de mond doen overvloeien van de gedachtenis aan Uw grote goedheid, zain
en vrolijk zingen van Uw gerechtigheid:

Over de lofzang gesproken
Deze psalm is “een lofzang van David”, wiens naam ‘de Geliefde betekend’, en daar mee worden we bij deze Psalm al direct bepaald bij de Geliefde met een hoofdletter, de Messias. Met die wetenschap horen we de Heere Jezus, Yeshua, zoals Zijn Hebreeuwse Naam luidt deze Psalm zingen. Andere psalmen werken geleidelijk naar een lofzang toe, maar deze psalm begint ermee. Het is de enige psalm die zo begint. Heel het boek Psalmen wordt door de Joden een boek van lofzangen genoemd, maar alleen deze psalm van de honderdvijftig psalmen wordt nadrukkelijk “een lofzang” genoemd.

In David horen we Christus als Mens en Messias, de Redder van de wereld, de lof van God bezingen (vgl. Ps 22:23). Misschien klinkt dat in je oren misschien op het eerste gezicht wat vreemd in de oren, maar in Psalm 22, die we vaak bij uitstek de Psalm van de lijdende Messias noemen, lezen we: in vers 23 Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen, in het midden van de gemeente zal ik U loven.

Hij noemt God “Mijn God, de Koning”, zoals er letterlijk staat (vers 1b van Psalm 145). Dat God nu de Koning is, betekent dat de HEERE naar Sion is teruggekeerd. Ik moet in dit verband denken aan de woorden uit Jesaja 52:7 Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede, die heil laat horen, die tegen Sion zegt: Uw God is Koning.

Psalm 145 is de Psalm die David geschreven is. David eindigt daarmee als het ware zijn leven dat vol met strijd zat tegen zijn vijanden in een lofzang op de Heere God, op de overwinningen die hij behaald heeft. Zien we hiermee niet de overwinning van de Messias op Zijn vijand en vijanden? Psalm 145 beschrijft een lofzang op het Koningschap van de Messias. Nogmaals de woorden uit Jesaja 52:7 Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt, die vrede laat horen, die een goede boodschap brengt van het goede, die heil laat horen, die tegen Sion zegt: Uw God is Koning.
David spreekt erover dat Hij Zijn God, de Koning, zal roemen en Zijn Naam zal loven, “voor eeuwig en altijd”

Het Hebreeuws kent zeven woorden voor lof:

Halal – beschrijft het aspect van uitbundige lof
Yadah – de handen uitstrekken in lofprijzing
Shabach – luide lof
Todah – dankzegging
Barak – knielend in lof
Zamar – God prijzen met muziekinstrumenten
Tehillah – loflied

In Psalm 145 wordt het laatste woord ‘tehillah’ gebruikt en beschrijft met name het zingende karakter dus van de lof. Het is altijd belangrijk om in het Hebreeuws naar de eerste keer te zoeken wanneer een bepaald woord gebruikt wordt, omdat dat veelal een bepaald aspect van het woord weergeeft.

Zo vinden we het woord ‘tehillah’ voor het eerst terug in Exodus 15, waar we lezen over de lofzang van Mozes, de middelaar van het oude- of eerste verband zoals we weleens zeggen. Mozes bezingt de lof van de HEERE God in Exodus 15 nota bene de overwinning van de HEERE God op de farao en zijn hele volk, de tegenstander van de HEERE God. Ik hoop zo dat je in deze geschiedenis een voorafschaduwing ziet van de strijd en overwinning van de HEERE God op Zijn tegenstander in de eindtijd… Lees het hoofdstuk maar eens door…

En dan horen we Mozes in vers 15 van Exodus zijn ‘Tehillah’ zingen: Wie is als U onder de goden, HEERE? Wie is als U, verheerlijkt in heiligheid, ontzagwekkend in lofzangen, U Die wonderen doet?

De HEERE God, deed wonderen in de tijd van Mozes. Hij deed er nota bene tien met als eind doel het grootste wonder: De verlossing van Zijn volk. En daarmee zien we een voorafschaduwing van de tijd waarin wij leven. Een tijd waarin Zijn volk opnieuw verdrukt woord door de Farao’s van deze tijd. De verdrukkingen en veroordelingen die de Farao;s van deze tijd over Israel uitstrooien. Maar zoals zijn volk in d tijd van Mozes verlost werd, zo zal het ook in de toekomst zijn. Christus, de Messias, de Redder van Zijn volk en van deze hele schepping zal alle Farao’s met zijn paard en wagens verslaan en de Middelaar van het Nieuwe Verbond zal Zijn lofzang zingen. Het loflied, de Tehillah van Mozes zal nog een keer gezongen worden. Luister maar naar de woorden uit het laatste bijbelboek het boek Openbaring hoofdstuk 15: En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met de zeven laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn. En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God. En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen! U Die wonderen doet?

En als dat geen zegen is.

We gaan een tehillah uit onze tijd draaien : Niemand is als U, er is niemand zoals U. Mag ik je uitnodigen vanmorgen deze lofzang, deze tehillah mee te zingen?

Niemand is als U,
niemand die mijn hart vervult zoals U;
ook al zoek ik heel mijn leven lang door,
er is niemand zoals U.


26 juni 2024
Psalm 145 -aflevering 1-
Over Psalm 145 gesproken

Psalm 145
Loflied op de grootheid en goedheid van de HEERE

1 Een lofzang van David.
Mijn God en Koning, ik zal U roemen aleph
en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd.
2 Iedere dag zal ik U loven beth
en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.
3 De HEERE is groot en zeer te prijzen, gimel
Zijn grootheid is niet te doorgronden.
4 Generatie op generatie zal Uw werken roemen, daleth
zij zullen Uw machtige daden verkondigen.
5 Ik zal spreken van de heerlijke glorie van Uw majesteit, he
en van Uw wonderlijke daden.
6 Zij zullen de kracht van Uw ontzagwekkende daden in herinnering roepen; waw
Uw grootheid, die zal ik vertellen.
7 Zij zullen de mond doen overvloeien van de gedachtenis aan Uw grote goedheid, zain
en vrolijk zingen van Uw gerechtigheid:
8 Genadig en barmhartig is de HEERE, cheth
geduldig en groot aan goedertierenheid.
9 De HEERE is voor allen goed, teth
Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken.
10 Al Uw werken zullen U loven, HEERE; jod
Uw gunstelingen zullen U danken.
11 Zij zullen de heerlijkheid van Uw Koninkrijk in herinnering roepen kaph
en van Uw macht spreken,
12 om de mensenkinderen Zijn machtige daden bekend te maken, lamed
de glorierijke heerlijkheid van Zijn Koninkrijk.
13 Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, mem
Uw heerschappij omvat alle generaties.
14 De HEERE ondersteunt allen die vallen, samech
Hij richt alle gebogenen op.
15 De ogen van allen wachten op U, ain
U geeft hun hun voedsel op zijn tijd.
16 U doet Uw hand open pe
en verzadigt al wat leeft, naar Uw welbehagen.
17 De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, tsade
goedertieren in al Zijn werken.
18 De HEERE is allen nabij die Hem aanroepen, koph
allen die Hem in waarheid aanroepen.
19 Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen, resj
Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.
20 De HEERE bewaart allen die Hem liefhebben, sjin
maar alle goddelozen vaagt Hij weg.
21 Mijn mond zal van de lof van de HEERE spreken, taw
alle vlees zal Zijn heilige Naam loven,
voor eeuwig en altijd.

Over Psalm 145 gesproken
Vandaag willen we in het kort een begin maken met Psalm 145. Een loflied -tehillim-  op de grootheid en goedheid van de HEERE. Dit is de laatste psalm die aan David wordt toegeschreven. Van begin tot eind legt hij de nadruk op het prijzen van JHWH. De Hebreeuwse titel voor deze psalm is tehillim (Lofprijzing).

Het Hebreeuwse woord voor ‘van’ in de uitdrukking "een psalm van David", heeft andere mogelijke betekenissen. Bijvoorbeeld, "Een psalm van David" zou een psalm over David kunnen betekenen (maar geschreven door iemand anders). Met dat gegeven in het achterhoofd, waarbij we kunnen denken over niemand anders dan de Messias Zelf, de meerdere David, willen we in de komende tijd over deze indrukwekkende Psalm nadenken.

Deze Psalm van David, dit gedicht volgt het acrostichonmodel waarbij elk vers begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Van A tot Z is dit een lofzang. Echter, een letter ontbreekt, en dat is de Hebreeuwse letter ‘Nun’, maar daarover later misschien meer

Veel geleerden denken dat deze psalm deze psalm geschreven is na de Babylonische ballingschap), hoewel dat niet zeker is.

De Psalm begint met de woorden: "Ik zal u, mijn God, de Koning, verheerlijken (Hebreeuws: rum)" (vs. 1a). Het woord rum (verheerlijking) betekent verheffen.

David spreekt over Jahweh niet alleen als God, maar ook als de Koning. De psalmen schrijven vaak het koningschap toe aan Jahweh.

Maar al vroeg in de geschiedenis van Israël reageerden de Israëlieten op het wangedrag van de zonen van de profeet Samuël door te zeggen: 'Zie, u bent oud en uw zonen wandelen niet in uw wegen; maak ons nu een koning om ons te oordelen zoals alle volken' (1 Samuël 8:5). Toen Samuël Jahweh om leiding vroeg, antwoordde Jahweh: "Luister naar de stem van het volk in alles wat zij u vertellen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, opdat Ik geen koning over hen zou zijn" (1 Samuël 8:7).

Samuël waarschuwde het volk dat een menselijke koning hen zou onderdrukken. "Maar het volk weigerde te luisteren naar de stem van Samuël; en zij zeiden: 'Nee; maar wij zullen een koning over ons hebben, opdat ook wij zullen zijn als alle volken, en opdat onze koning ons zal oordelen en voor ons uit zal uittrekken en onze strijd zal voeren" (1 Samuël 8:11-20). Saul werd hun eerste koning (1 Samuël 10-11).

Ik zal uw naam loven (Hebreeuws: barak) tot in alle eeuwigheid" (vv. 1b). Het woord barak (loven of zegenen) is nauw verwant aan berak (knielen) en berek (knieën). Wanneer de psalmist zegt dat hij Jahweh zal loven, suggereert het woord barak dat hij zal knielen als eerbetoon aan Jahweh als een demonstratie van eerbied en een uiting van lofprijzing.

Elke dag zal Ik U  loven . Ik zal uw naam verheerlijken (Hebreeuws: halal) tot in alle eeuwigheid" (vers 2).

En als dat geen zegen is.

Hier laten we het vandaag even bij. De volgende keer hopen we hier verder en dieper op in te gaan.

We gaan luisteren naar het lied ‘How great is our God’. Het lied bezingt de pracht van de koning, gekleed in majesteit Laat de hele aarde zich verheugen. De hele aarde verheugt zich

https://www.youtube.com/watch?v=XV4nOVmWW2A