We lezen
Exodus 30:11–34:35; 1 Koningen 18:1–39; 2 Korinthe 3:1–18
“Toen zei de Heere tegen Mozes: ‘Wanneer u een telling van de Israëlieten houdt [ki tisa] om ze te tellen, moet ieder de Heer een losprijs [kopher] betalen voor zijn leven op het moment dat hij wordt geteld. Dan zal er geen plaag over hen komen als u ze telt.“ (Exodus 30:11–12)
Inleiding
In de voorgaande parasha, parasha Tetzaveh, gaf God de Israëlieten de opdracht om olijfolie te brengen voor de menorah in de mishkan, de tabernakel. Hij gaf ook instructies om heilige kleding te maken voor de cohanim, de priesters. Het gedeelte eindigde met instructies voor het bouwen van het wierookaltaar, dat voor het gordijn stond dat de heilige plaats scheidde van het heilige der heiligen.
Deze week, in parasha ‘Ki Tisa’, wordt Mozes bevolen om een telling te houden van Bnei Yisrael, in gewoon Nederlands, de zonen van Israël. Maar om te voorkomen dat er een plaag over hen komt, moet elke man ouder dan 20 precies een halve sjekel zilver bijdragen als censusbelasting (een soort leges) aan het heiligdom.
Losprijs
In tegenstelling tot de vrijwillige gave, de terumah, die voor de bouw van de tabernakel moest worden gebracht, was de volkstellingsbelasting van een halve sjekel verplicht en moest deze door zowel rijk als arm worden bijgedragen.
Die halve sjekelbelasting was een verzoening of losprijs voor de ziel: “Ontvang het verzoeningsgeld [kippurim] van de Israëlieten en gebruik het voor de dienst van de tent van de samenkomst. Het zal een gedenkteken zijn voor de Israëlieten voor het aangezicht van de HEERE, om verzoening [kaphar] te doen voor uw leven.” (Exodus 30:16)
Dit kunnen we zien als de ultieme manifestatie van gelijkheid. Het laat zien dat elke ziel, ongeacht status, evenveel waard is, evenveel gevaar loopt en evenveel behoefte heeft aan losgeld. Wat een prachtig beeld van het verzoeningswerk van Yeshua, haMessiach, Jezus de Redder van alle mensen. Rijk of arm of van welke huidskleur ook. Alle mensen, alle zielen zijn voor Hem gelijk, ongeacht de status, we hebben allemaal evenveel behoefte aan de verlossing! In Romeinen 5:18 lezen we “Zoals dus door één overtreding de veroordeling gekomen is over alle mensen tot verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven.”
Terug naar Exodus. De losprijs is wellicht noodzakelijk omdat het houden van een volkstelling vaak in verband werd gebracht met de voorbereiding op oorlog – het vergieten van bloed. (2 Samuël 24:1-2)
Hoewel de volkstellingsbelasting een verzoening voor de ziel betekent, kan niemand zijn eigen eeuwige verlossing met zilver of goud kopen. De dichter van psalm 49 is daar heel duidelijk over in de verzen 7 en 8: “Niemand kan het leven van een ander verlossen of God een losprijs voor hen geven; de losprijs voor een leven is kostbaar, geen betaling is ooit genoeg.”
Alleen het bloedoffer van haMessiach, de Messias, kan eeuwige verzoening voor onze zielen bewerkstelligen: “Hij is niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing heeft verworven.” (Hebreeën 9:12)
Verborgen gerechtigheid in de Machatzit Shekel
De Hebreeuwse term voor de halve sjekel die als losgeld werd betaald tijdens de volkstelling wordt de ‘machatzit shekel’ genoemd.
Wanneer we de Hebreeuwse letters van machatzit onderzoeken om verborgen of diepere boodschappen in Gods Woord te ontdekken, ontdekken we dat machatzit verwijst naar Hem die Zijn leven gegeven heeft als losprijs voor ons allen. (1 Timotheus 2:11).
-
De eerste letter, de Mem en de vijfde letter, Tav , vormen het woord ‘met’, wat ‘dood’ betekent.
-
De tweede letter, de Chet en de vierde letter de Yud vormen het woord ‘chai, wat ‘levend’ of ‘leven’ betekent.
-
En dan de derde (!) en middelste letter, dat is de Tsadi. Deze letter wordt vaak uitgesproken als ‘tzaddi', wat rechtvaardigheid betekent.
Wanneer we dit allemaal eens op een rijtje zetten dan ‘zien’ we het volgende.
Rechtvaardigheid (tzedakah), staat in het midden, dus centraal in het woord leven (chai).
Het idee van een rechtvaardig leven, waarbij de letters van het woord dood (met) gescheiden worden, impliceert dat rechtvaardigheid ons van de dood verlost en tot het Leven brengt. Zonder rechtvaardigheid zijn dood en leven niet verenigbaar.
Bovendien sluit het woord ‘machatzit’ in dat God de voorspraak van een rechtvaardig persoon hoort ten behoeve van hen die gevangen zitten in zonde. “Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en doeltreffend.” (Jakobus 5:16)
In Parasha Ki Tisa pleit Mozes meerdere malen voor de Israëlieten, waarmee hij een oordeel over de zonde met het gouden kalf afwendt. De rechtvaardige betaling van de machatzit shekel verzoende of kocht de zielen van het Joodse volk vrij. Maar het was slechts tijdelijk en specifiek voor dat doel.
Het werkelijk Goede Nieuws is echter dat het rechtvaardige leven van Yeshua eeuwige verzoening heeft gebracht voor hen die Hem volgen. Hij is uit eindelijk de Rechtvaardige. Omdat Hij een volkomen rechtvaardig leven leidde, kon de dood Hem niet vasthouden toen Hij de prijs voor onze zonden betaalde op het kruis. Daarom heeft Hij ons genezen, ons van de dood (met) naar het leven (chai) gebracht. Paulus beschrijft dat zo in Kolossenzen 1:13 “Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.”
“Hij werd om onze overtredingen doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.” (Jesaja 53:5)
Bovendien worden wij in Hem rechtvaardig gemaakt.“Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.” (2 Korinthe 5:21)
Hoe geweldig is het Woord van God. Dat we zomaar op het onverwachts in deze parasha Ki Tisa, alleen maar in een woord een glimp van de Heere Jezus ontdekken die ons overgezet heeft van de dood in het Leven.
Inderdaad, we wisten het al, maar het wordt steeds weer bevestigd. Hebreeuws is niet zomaar een taal, maar de taal die van de Overkant naar ons toegekomen is. Het woord ‘Hebreeuws’ betekent letterlijk: komend van de overkant. Hebreeuws is de taal waarin God sprak en het geschiedde.
Wie zich verdiept in deze bijzonder diepzinnige en fijnzinnige taal, zal beamen dat deze taal Goddelijk is; dat de God van Israël Zelf verborgen in deze Taal aanwezig is, zelfs tot in de grammaticale spelregels toe.
Zo hebben we dat ook in dit Bijbelgedeelte mogen zien en ervaren. We mochten in deze parasha een ‘ontmoeting' hebben met Hem.
Als dat geen zegen is!