4 april 2024
Over rijkdom gesproken

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij  en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.

U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.

Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

 

Over rijkdom gesproken

In de afgelopen dagen hebben we stilgestaan bij de verzen 7 tot en met 9 van deze psalm waar we mochten lezen over het verbond met de Koning. In het bijzonder met betrekking tot het aspect van het zoonschap.

Vandaag maken we een overstap naar de verzen 10 tot en met 12 waar we lezen

Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.

Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

De koning, waar we in eerste instantie David voor lezen, maar in Profetisch perspectief natuurlijk de Heere Jezus Christus, de Gezalfde, hebben we hoen spreken alsmede de opstandige koningen uit de eerste verzen. De koningen en de rechters van de aarde, en laten we dat maar gewoon letterlijk nemen als koningen en rechters, worden door de koning gewaarschuwd verstandig te handelen en zich te laten onderwijzen en te luisteren naar de vermaning.

Welke vermaning vraag je je af? Nou, daar hoeven we niet naar te raden, want die komt er namelijk achter aan en is glashelder. De koningen en rechters van deze aarde wordt, ook in de tijd waarin wij nu leven, in 2024 aangeraden om de HEERE, en hier wordt de naam van de verbondsgod van Israel en niemand anders, te dienen met vrees en zich te verheugen met huiver en de Zoon te kussen. Drie heel concrete opdrachten.: Dien de HEERE met ontzag, breng juichend hulde en kus de zoon.

De vertaling van de laatste woorden heeft voor heel wat discussie gezorgd. Wat betekenen deze woorden eigenlijk. Maar inhoudelijk passen de woorden ‘kus de zoon’ zoals de meeste vertalingen luiden goed. De opstandige koningen waarvan we in de eerste verzen van de psalm lezen worden opgeroepen neer te knielen voor de koning en de voeten van de koning te kussen als teken van onderwerping.

De tijd komt dat de hele wereld zal moeten erkennen dat God de enige ware heerser is, die alles leidt en bestuurt. Hij heeft bepaald dat zijn Zoon vanuit Sion over de gehele wereld zal regeren. Dat zal pas gebeuren bij Jezus’ wederkomst.

Maar dan heeft de wereld als geheel de keuze om Hem te erkennen als Koning en zich aan Hem te onderwerpen of Hem te verwerpen. Een derde keus is er niet. Er is geen tussenweg.

Bij de eerste komt van Jezus werd Hij verworpen, zonder direct zichtbare gevolgen voor wie dit deden. Maar bij zijn tweede komst zal dat anders zijn. Dan zal verwerping niet zonder gevolgen blijven. Dan treedt Hij op met een ijzeren staf en worden zij stukgeslagen als aardewerk. En dan lezen we dat alle knie zich voor Hem zal neerbuigen.

Paulus voorzag deze situatie al wanneer we lezen in Filippensen 2 waar we voor het verbad van de tekst vanaf vers 5 het volgende lezen:


Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,

Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn,

maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.

En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.

Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,

En dan volgen de woorden het waar het mij in dit verband om gaat

opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,

en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

En ik wil vanmorgen benadrukken dat we dat heel letterlijk kunnen nemen. Elke knie, dus alle mensen, van alle mensen die op de aarde en die onder de aarde zijn en elke tong zal belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de

Inderdaad, dan zijn de laatste woorden uit deze Psalm toepasselijk en helemaal van toepassing:

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

Het Hebreeuwse woord voor ‘welgelukzalig’ heeft de letterlijke betekenis van ‘rijk gezegend’. Sommige rabbijnen vertalen het wel met ‘fortuinlijk’

Dit programma heeft de naam Brachot ba Boker gekregen. Zegeningen in de ochtend.
Inderdaad, je beschikt over een fortuin, je bent onnoemelijk rijk, rijk gezegend wanneer je tot Hem de toevlucht neemt. Dat is de conclusie van de dichter van Psalm 2. Als dat geen zegen is?

https://www.youtube.com/watch?v=ahw6HHQ04JY


3 april 2024
Over het geloof gesproken

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij  en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.

U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.

Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

Over het geloof gesproken
In de afgelopen dagen hebben we met elkaar nagedacht over de woorden van God de Vader dat Hij gezegd heeft tegen zijn zoons David, Jezus, Israel als volk en tegen de gelovigen uit de heidenen:

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.

We eindigde de voorgaande aflevering met de vraag die Jezus Zich stelt en waarvan we lezen in Lukas 18 vers 8:

Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?

En het typische is dat Jezus niet met een rechtstreeks antwoord komt, maar met drie situaties. Ik lees het aan je voor. Het eerste verhaal gaat over de Farizeeër en de tollenaar

En Hij sprak ook met het oog op sommigen die van zichzelf overtuigd waren dat zij rechtvaardig waren en alle anderen minachtten, deze gelijkenis:
Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër en de ander een tollenaar.
De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar.
Ik vast tweemaal per week. Ik geef tienden van alles wat ik bezit.
(...)
En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig.
Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

Lieve mensen, we kunnen de mooiste gebeden opzeggen, we kunnen de beste tradities volgen, we kunnen vasten en onze tienden geven, maar het zal allemaal te kort, te kort, te kort zijn. Want Vader is niet op zoek naar wat jij allemaal voor Hem doet, maar wat Hij in jou kan doen. Godsdienst is geen dienst die wij aan Hem doen, maar een dienst die Hij aan en in hou en mij wil bewerken.

De tollenaar bleek over de juiste houding te beschikken: Terug naar God en vragen om genade. Klein worden voor Vader, met een houding als een kind. Beste mensen, we hebben God niets, maar dan ook helemaal niet aan te bieden. Mij Vader heeft je alles, maar dan ook alles te bieden. Ons, jou en mij geloof is niks waard voor Vader, want het gaat niet om ons geloof, maar om Zijn geloof in Hem.

Dat is het eerste antwoord op de vraag van Jezus: Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?


Het tweede deel van het antwoord op de vraag van Jezus volgt in de volgende situatie: Jezus zegent de kinderen. We lezen verder in Lukas 18:

En zij brachten ook de jonge kinderen bij Hem, opdat Hij die zou aanraken. En toen de discipelen dat zagen, bestraften ze hen.
Jezus echter riep die kinderen tot Zich en zei: Laat de kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God.
Voorwaar zeg Ik u: Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal daarin beslist niet binnengaan.

Oei, oei, oei, wat kan religie de weg naar het hart van de Vader in de weg staan. De discipelen bestraften hen die de jonge kinderen bij Hem wilden brengen. Niet doen, niet doen, niet naar Jezus gaan hoor, stel je voor. Niet te dichtbij komen. Luisteren naar Hem is mooi zat en graag op een afstandje blijven staan en Hem zeker niet aanraken, want stel je voor dat religie in relatie verandert. Snap je wat ik bedoel te zeggen? Religie vindt de duivel en de kerk helemaal prima, maar relatie daar zien zijn helemaal niets in. Ze houden je weg bij Jezus. En laten we eerlijk zijn. Vaak staan we ook nog eens onszelf in de weg. Met al onze opgebouwde theorieën, schema’s, overtuigingen, leringen en wat al niet meer. En bevechten we elkaar met woorden binnen of buiten de eigen gemeente elkaar dat wij het toch wel bij het rechte eind hebben. Net zoals die tollenaar van zojuist: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen… We zeggen het nog net niet, maar in ons hart…

Jezus, vraagt echter helemaal niet naar jou en mij overtuigingen, theorieën, schema’s, leringen. Het is allemaal voor Hem helemaal niet interessant. God vraagt naar je hart. Naar het kind in je. Hoor je Hem, want Hij roept je. Vandaag en je hele leven lang elke dag weer tot je aller laatste adem tocht en zegt: Kom maar bij Mij Mijn kind, en laat je door niets verhinderen of afleiden. Worden als een kind…

Ik moet denken aan een verhaaltje dat ik eens hoorde en ik weet niet of het echt gebeurd is of niet. Maar dat doet er eigenlijk niet zoveel toe. Luister maar:

Een klein jochie en een klein meisje van een jaar of 5 – 6 schat ik liepen samen in het weiland naar huis. Om thuis te komen moesten zij over een bruggetje lopen waar een hele dikke koe op stond. Hij keek de kinderen diep in de ogen zoals alleen een koe je aan kan staren. De kinderen waren huiverig om over het bruggetje langs de koe te lopen die midden op het bruggetje stond. Waarom het meisje opperde. Weet je, we vragen de HEERE God of Hij ons wil helpen om het bruggetje over te open zonder dat de koe ons iets doet. En zowel het jongetje als het meisje vouwden hun handen, sloten de ogen en het meidje bad: Heere, zegen deze spijze, amen.
En in vertrouwen en zonder een zweem van angst liepen zij langs de koe over het bruggetje.

Weet je… als jij en ik niet worden als een kind. Pas als we met lege handen bij Hem komen, elke dag weer opnieuw wil en alleen dan kan Hij ze vervullen. Overvloedig. Neem dat maar van mij aan.

Dat is het tweede antwoord op de vraag van Jezus: Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?

Het derde deel van het antwoord op de vraag van Jezus volgt in de situatie dat een jonge rijke leiding gevende vent bij Jezus komt en Hem de vraag stelt.

Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? Jezus zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God.

U kent de geboden: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis afleggen, eer uw vader en uw moeder.

En hij zei: Al deze dingen heb ik in acht genomen vanaf mijn jeugd.

Maar toen Jezus dit hoorde, zei Hij tegen hem: Nog één ding ontbreekt u: Verkoop al wat u hebt en deel het uit onder de armen en u zult een schat hebben in de hemel. En kom dan en volg Mij.

Maar toen hij dit hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was erg rijk. Toen nu Jezus zag dat hij diep bedroefd was geworden, zei Hij: Hoe moeilijk kunnen zij die rijkdommen hebben, het Koninkrijk van God binnengaan.

Want het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.

Dit verhaal heeft denk ik een boodschap voor ons allemaal. Voor jou en mij. Als jou en mijn zogenaamde Godsdienst op nummer één staan in ons leven is dat voor de mensen om ons heen misschien prachtig en mooi, maar voor Vader is het niets en allemaal te kort. Al Gods geboden gehouden staat er van die jongere kerel. Ik ken je niet, maar ik en jij kunnen dat niet zeggen. Voorbeeldig christen zouden we zeggen. Maar voor Jezus en voor Vader is het allemaal te kort. Weet je waarom? De jongeman sloeg namelijk de plank totaal mis. Jezus stond namelijk niet op de eerste plaats. Maar al die andere dingen, hoe Godsdienstig of wat het dan ook mag zijn, stonden op de plaats waar Jezus hoort te staan.

Zegt Vader dat je niet rijk mag zijn? Onzin, je weet wel beter. Zegt Vader dat je niet in de Gemeente waar je komt bezig mag zijn? Onzin, je weet wel beter. Maar het is Jezus en Jezus alleen Die op de eerste plaats van jouw en mijn leven moet staan.

Daarom nog een keer de vraag van Jezus: Zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde of in jou of mij vinden? Hij en Hij alleen?

https://www.youtube.com/watch?v=nQWFzMvCfLE



2 april 2024

Over het zoonschap gesproken -4-

Psalm 2 

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij  en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.

U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.

Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

 

Over het zoonschap gesproken -4-
In de afgelopen keren hebben we met elkaar nagedacht over de woorden van God de Vader dat Hij gezegd heeft tegen zijn zoons David, Jezus, Israel als volk en tegen de gelovigen uit de heidenen:

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.

Deze keer wil ik stilstaan bij het aspect van het lijden wat onlosmakelijk verbonden is aan het aspect van het zoonschap.

Want wat heeft David geen strijd gevoerd en letterlijk geleden onder zijn vijanden en de omringende koningen. Je kunt zeggen dat bijna zijn hele leven in het teken stond van strijd. Een strijd die begint met Goliath, de onbesneden Filistijn (denk ook even aan de overdrachtelijke betekenis hiervan). En hoe vaak lezen we niet in de psalmen die hij schreef over strijd, moeite en verdriet. Nee, het zoonschap had nou niet bepaald in het leven van David in die zin iets om naar uit te kijken. Het leven van David liep bij wijze van spreken niet gladjes zouden wij zeggen. En toch zegt Vader over hem:

Ik heb David, de zoon van Isaï, gevonden, een man naar Mijn hart, die alles zal doen wat Ik wil.

Is het niet opvallend dat we wanneer we vragen naar het leven van David nagenoeg altijd de mensen, ook wij christenen hem in een adem noemen met het overspel dat hij pleegde met Batseba en haar man Uria ook nog eens vermoordde? Maar let op het contrast: God noemde David de man naar Zijn hart. Waar kijken wij naar in ons leven en waar kijkt Vader naar?

En wat heeft Jezus, de Zoon van God niet geleden. Hij heeft Zichzelf vernederd al bij Zijn komst naar deze aarde. De heerlijkheid van Vader verlaten en is gekomen naar een totaal vijandige wereld. Is gekomen naar Zijn kinderen die Hem niet erkenden maar uitriepen: Kruisig Hem! Wat een onbeschrijfelijk lijden heeft Hij niet meegemaakt. Zozeer zelfs dat Hij naar Vader uitriep: Vader, laat deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan. En dat, terwijl Vader nog maar even tevoren had gezegd: Dit is Mijn Geliefde Zoon in Wie Ik al mijn welbehagen heb.

Kan jij er met je verstand bij dat een Vader Zijn Zoon zo’n leven schenkt? Maar het wonder is natuurlijk dat Hij dat helemaal vrijwillig deed. ‘Zie hier ben ik. In de rol van het Boek is van Mij geschreven’.

En dan de derde zoon na David en Jezus, het volk Israel waarvan Vader zegt in Exodus 4:

Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.

En zien we op de geschiedenis van het volk Israel dan hoeven we daar als volk, niet bepaald jaloers op te zijn. Hoe Vader handelt met Zijn Zoon Israel. Wat een onbeschrijfelijke weg is Hij met Zijn volk gegaan. Alleen al als je let op de verschrikkelijk verdrukking in Egypte, de vreselijk lange reis door de verzengende hitte van de woestijn, de verbanning naar Babel. De verwoesting van de tempel en de laatste 2000 jaar de verbanning vanuit Zijn en hun land onder de hun vijandige wereld. Zoals David de strijd moest voeren tegen zijn vijanden van rondom, zoals Jezus uitgezonden werd in een vijandige wereld zo zien we ook de Zoon Israel uitgezonden in een vijandige wereld. Waarin zij moete verdriet, bloed, zweet en tranen moeten lijden. De verschrikkelijke geschiedenis rond de holocaust. Waarin de tegenstander van Vader alles op alles zette om de Zoon Israel te vernietigen en er nagenoeg geen sprake meer was van een volk Israel.

Door de woorden van de apostel Jacobus werd door de Vader dit lijden van Israel al aan de 12 stammen , die in de verstrooing zijn als voorzegd:

Wees verheugd! Of met andere woorden: Wees er blij mee en acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.

Wat een onbeschrijflijk lijden bij deze drie zonen van Vader.

En hoe zit het dan met de laatste zoon die we in de voorgaande uitzending noemde?
Met hen tot wie Vader zegt in 2 Korinthe 6 vers 18:

Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

Hoe zit het dan met ons, gelovigen in de 20ste eeuw? Is het werkelijk waar dat wij gaan van kracht tot kracht. Ik moet denken aan die duizenden en duizenden gelovigen die in onze dagen en de dagen die achter ons liggen, de dagen dat de brandstapels bijna nagenoeg dagelijks rookten, gelovigen aan de wilde dieren werden gevoerd. Wat een verschrikkelijke taferelen. Maar ook in de huidige dagen waarin christenen nog dagelijks onder regimes leven die bestuurd worden door de grote tegenstander. Aan hen die ook vandaag geslagen en gemarteld worden, in gevangenissen worden gegooid of zelfs gedood zullen worden. Vandaag anno 2024En hoe is dan in het zogenaamde vrije Westen? In ons Nederland van vandaag? Denk je dat de satan ons met rust laat opdat wij een gerust leven zouden hebben? Of gebruikt de satan vandaag in ons Westen een heel ander instrument om ons van God af te houden? Geloof je werkelijk in het vooruitgangsgeloof, dat het lijden, zoals dat bij de andere zonen van Vader plaatsvond aan de zonen van vandaag de dag voorbij gaat? Let op het volgende bijbelse principe uit Hebreeën:

De Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als zonen. Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt? Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen.

Bastaarden zijn geen wettige kinderen. De vraag die voor jou en voor mij vanmorgen voor ons ligt is of wij verdrukking ervaren. Of gebruikt de satan in ons zogenaamde vrije Westen een ander instrument om ons van God af te houden. Misschien is dat wel het instrument van de afleiding. Afleiding in allerlei zaken als het maar niet met Vader te maken heeft. We worden zo verschrikkelijk in beslag genomen door allerlei zaken, dag in dag uit, dat we aan Hem aan Vader, niet toekomen. Neem bijvoorbeeld de schermcultuur. Schermen, hebben we tegenwoordig groot en klein. Televisie, computer, laptop tot het kleine telefoontje aan toe. Even checken of er nog mail is, facebook, instagram, twitter, linkedin en noem maar op. Hoeveel tijd besteden we er wel niet aan. Wees eens eerlijk, besteed je net zoveel tijd aan het lezen van je bijbeltje als aan je schermtijd? Al die schermpjes zijn vluchtig. Wat nu waarheid is, is morgen oud nieuws. Maar Gods Woord houdt stand tot in eeuwigheid.

Ervaren wij nog verdrukking in de tijd waarin wij leven? Misschien maar een fractie van de verdrukking die de andere zonen van Vader ervoeren? Of zijn we zo op de golven van de wereld meegevoerd dat we dat niet meer ervaren. Let op, Vader zegt:

In de wereld zul je verdrukking hebben; maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen. (Johannes 16 vers 33).

Ik kan mij nog een voorval herinneren uit de jaren 80 van de vorige eeuw. Ons gezin kwam elke zondagmorgen bij elkaar samen met het gezin van mijn zwager en schoonzus. Het was de tijd dat het ijzeren gordijn nog maar net in Rusland gevallen was. In Rusland was er een enorme honger naar het Woord van God en Bijbels waren er maar nauwelijks. We hadden het plan opgevat om soms een aantal Bijbels naar Russische mensen te sturen. En we schreven daar altijd een klein briefje als bemoediging bij. We schreven dat wij met hen meeleefden en heb opdroegen in ons gebed vanwege de verdrukkingen en vervolgingen die destijds plaatvonden.

En het was een keer dat we een briefje terugontvingen waarin de mensen ons enorm bedankten voor de Bijbel die zij hadden mogen ontvangen en voor ons gebed, maar zij gaven heel nadrukkelijk aan ook voor ons te bidden. Te bidden voor alle verleidingen waaraan wij bloot staan in deze zogenaamde vrije Westerse wereld. Dat wij niet verleid zouden worden. En ik kan je verzekeren dat het sinds de jaren 80 het er in het Westen niet beter op is geworden.

De kerken lopen leeg. Elke dag verlaten bijna 300 mensen de kerk in ons land. Wanneer dit in dit tempo door gaat is berekend dat alle kerken in 2040 gesloten zijn. En weet je waarom? Afleiding. Wie heeft er tegenwoordig nog 30 minuten per dag tijd om zijn bijbeltje te lezen en tijd voor gebed? ’s Morgens komen we er vaak niet toe en ’s avonds vallen we moe in bed. Geen tijd… En zondags willen we graag geëntertaind worden, en de spreker krijgt 20 minuten de tijd voor zijn verhaal want de band beslaat een groot deel van de beschikbare tijd. En voor het Woord is maar weinig ruimte.

Somber verhaal denk je? Ja, ik denk het wel. En misschien vraag je je af: Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?

Als je jezelf deze vraag stelt, bevind je je in goed gezelschap, want ook Jezus stelde deze vraag. En Hij gaf ook het antwoord. Niet rechtstreeks, maar het antwoord is gegeven in drie verhalen. Verhalen van Jezus Zelf. Daar willen we morgen bij stil staan.

Ga met God en Hij zal met je zijn
jou nabij op al je wegen
met Zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

Ga met God en Hij zal met je zijn
bij gevaar, in bange tijden
over jou Zijn vleugels spreiden
Ga met God en Hij zal met je zijn

Ga met God en Hij zal met je zijn
tot wij weer elkaar ontmoeten
in Zijn naam elkaar begroeten
Ga met God en Hij zal met je zijn

We gaan luisteren naar het lied, uitgevoerd door Remco Hakkert.


Ik wens je een van God gezegende dag in Zijn aanwezigheid!


28 februari 2024
Over het zoonschap gesproken -3-

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Over het zoonschap gesproken -3-
Wie aan het bijbelse begrip 'zoonschap' denkt, wordt direct bepaald bij het Vaderschap van God. Immers, wil er sprake zijn van een zoon, dan moet er eerst een vader zijn. In dit geval is dit dan de hemelse Vader.

Is de afgelopen dagen hebben we stilgestaan bij het zoonschap van David het zoonschap van Jezus en het zoonschap van Israël.

En in Zijn brief aan de Galaten horen we Vader zeggen, dat ook gelovigen uit de heidenen 'zonen' van God mogen zijn. Of zoals Galaten 4:6 leert:

En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest Zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader.

Geweldig toch dat jij en ik een zoon van God genoemd mogen worden! Dat we eenzelfde titel mogen dragen als David, Jezus en Israël?

Maar ik weet niet hoe het met jou is, maar bij mij knelt het wel eens en komen de vragen naar boven want, hoe kan het dat een in nood verkerende zoon van God tot zijn hemelse Vader bidt en niet door Hem verhoord wordt?

Toch gebeurt dit dagelijks onder zowel jongere als oudere gelovigen. Kinderen met kanker, radeloze ouders van een drugsverslaafd kind en depressieve bejaarden. Zij bidden allemaal tot God om hulp. En toch sterven zij, verliezen hun kind of raken dieper in de put. Is dit dan een straf van God? Of is Hij gewoon een barbaarse Vader? Of werkt het toch allemaal anders?

Het begrip 'zoonschap' komt in Efeziërs en in de rest van de Bijbel niet zomaar uit de lucht vallen. De apostel Paulus gebruikt hier een veel voorkomende culturele instelling als beeld voor de realiteit van de verhouding tussen God en de gelovige.

Aan het zoonschap, als culturele instelling, waren in de tijd van de bijbel bepaalde kenmerken en regels verbonden.

Wanneer in de Grieks/Romeinse cultuur onder vooraanstaande mensen een kind van het mannelijk geslacht geboren werd, was dit nog niet gelijk een zoon. Een kind groeide de eerste jaren van zijn leven op in een buitenverblijf. Daar werd hij voorbereid op het leren dragen van de verantwoordelijkheden van het zoonschap.

Eén van de rechten die bij het zoonschap hoorde, was het erfgenaamschap over het bezit van de vader. Het dragen van het erfgenaamschap werd niet lichtvaardig opgevat. Een onbekwaam kind zou namelijk al het bezit in korte tijd te gronde kunnen richten. Daarom was het belangrijk om goed na te gaan of een kind in staat zou zijn om het erfgoed van zijn vader te beheren en hem hierin te bekwamen.

Dit gebeurde dus in een verblijf buiten het huis van de vader. De aanstaande zoon stond hier, zolang hij minderjarig was, onder voogdij en toezicht van een opvoeder. In het Grieks wordt hier een woord gebruikt dat ‘pedagoog betekend.

Deze opvoeder leerde het kind datgene wat hij moest leren om later een goed bestuurder van het huis te worden en zijn weg te vinden in de samenleving.

Op het moment dat het kind meerderjarig werd en bekwaam geacht om de verantwoordelijkheden van het zoonschap te ontvangen, werd hij als zoon bij zijn vader in huis opgenomen. Hier ging wel een procedure aan vooraf. Het zoonschap en de hieraan verbonden rechten en plichten, waaronder het erfgenaamschap, werden in een document beschreven. Dit document moest bekrachtigd worden doordat zeven aanwezige getuigen het besloten met hun zegel. Minimaal één van deze zeven getuigen moest bij het overlijden van de vader kunnen getuigen dat de aangestelde zoon daadwerkelijk recht had op de erfenis, wilde de zoon deze daadwerkelijk kunnen ontvangen.

We lezen dan deze verzegeling bijvoorbeeld in Efeze 1 vers 13:

In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het Evangelie van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, verzegeld met de Heilige Geest van de belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid.

Maar niet alleen natuurlijke (biologische) kinderen konden aangenomen worden tot zonen. Wanneer een vader kinderloos was, of zijn natuurlijk kind was onbekwaam tot het zoonschap, dan kon hij een 'vreemd' kind adopteren. Dit vreemde kind ontving dan volgens dezelfde procedure als het natuurlijke kind het zoonschap met dezelfde verantwoordelijkheden en rechten als het natuurlijke kind.

Maar daarbij veranderde voor hem wel veel meer. Hij liet zijn oude familie achter en trad toe tot een nieuw huishouden. Daarbij ontving hij tegelijkertijd een nieuwe naam, namelijk die van zijn adoptiefamilie. Bovendien kreeg hij nieuwe verantwoordelijkheden en rechten. Er was dus sprake van een totale omkeer.

In de Bijbel wordt de procedure tot het verkrijgen van het zoonschap gebruikt als beeld van toenadering van de gelovige tot God. Daarbij worden de gelovigen uit Israël als natuurlijke zonen aangemerkt en gelovigen uit de heidenen als adoptiekinderen.

Voor ons als gelovigen in deze tijd is het zo dat wij als vreemdelingen geadopteerd zijn in het zoonschap:

Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus (…) Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods" (Efe. 2:13 en 19).

Het zoonschap is voor de gelovigen uit de heidenen in veel opzichten hetzelfde als voor de gelovigen uit Israël. Wij hebben het zoonschap ook nog alleen in geestelijke en niet in letterlijke zin ontvangen. Dit blijkt onder meer uit het feit dat wij fysiek, dus met ons lichaam, nog niet bij Vader in de hemel zijn

Maar eenmaal zullen wij bij Hem zijn. Als onderpand hiervoor hebben wij in Christus de verzegeling met heilige geest der belofte ontvangen

Daar laten we het vandaag even bij. De volgende keer hopen wij hier verder over na te denken. Eenmaal zullen wij bij Hem zijn. Als dat geen zegen is…

We gaan luisteren naar het lied: Jezus, wij aanbidden u.

Jezus, wij verhogen U
Wij erkennen U als Heer
U bent hier, in ons midden Heer
En onze lofprijs geeft U eer

Als wij aanbidden, bouw Uw troon
Kom Heer Jezus en neem Uw plaats

https://www.youtube.com/watch?v=iKds5-vieC0

 


27 februari 2024

Over het zoonschap gesproken -2-

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Over het zoonschap gesproken -2-

Gisteren hebben we met elkaar stilgestaan bij het zoonschap van David en Jezus, Yeshua en eindigden we met de woorden die we in Exodus 4 lezen:

Toen ging Mozes weg en keerde terug naar zijn schoonvader Jether. En hij zei tegen hem: Laat mij toch gaan om terug te keren naar mijn broeders, die in Egypte zijn, om te zien of zij nog leven. En Jethro zei tegen Mozes: Ga in vrede.

Ook zei de HEERE tegen Mozes in Midian: Ga, keer terug naar Egypte, want al de mannen die u naar het leven stonden, zijn gestorven.

Toen nam Mozes zijn vrouw en zijn zonen, liet hen op een ezel rijden en keerde terug naar het land Egypte. En Mozes nam de staf van God in zijn hand.

De HEERE zei tegen Mozes: Nu u naar Egypte gaat terugkeren, zie erop toe dat u al de wonderen waartoe Ik u in staat gesteld heb, Ikzelf echter zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.

Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.

Blijkbaar zijn er dus overeenkomsten tussen het leven van Yeshua, David en Israel. De overeenkomsten tussen het leven van David en de Heere Jezus liggen nogal voor de hand. Hoeveel teksten zijn er niet, en ik denk bijvoorbeeld aan Psalm 22 die de Heere Jezus Zelf citeert en op Zichzelf betrekt? Denk bijvoorbeeld maar eens aan Psalm 22, waar we David maar ook Jezus horen zeggen:

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten

En wat te denken van de woorden uit dezelfde Psalm 22:

Allen die mij zien bespotten mij;
zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd en zeggen:

Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden!
Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.

Terwijl wij lezen in Mattheus 27 waar we toeschouwer zijn bij Zijn kruisiging:

En de voorbijgangers lasterden Hem, schudden hun hoofd, en zeiden: U Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf.
Als U de Zoon van God bent, kom dan van het kruis af! En evenzo spotten ook de overpriesters, samen met de schriftgeleerden en de oudsten en de Farizeeën, en zij zeiden:
Anderen heeft Hij verlost, Zichzelf kan Hij niet verlossen. Als Hij de Koning van Israël is, laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen Hem geloven.
Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, [Letterlijk: als Hij Hem wil]. want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.

Zie je de parallellen? Tussen David en Jezus?

Dan keren we nu weer terug naar Exodus waar we lazen:

Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.

Hier wordt Israel dus de eerst geboren Zoon van de HEERE, de verbondsgod genoemd. Maar aan het einde van Hosea wordt een ander beeld gebruikt. In hoofdstuk 11:1 lezen we de woorden:

Toen Israël een kind was, heb ik het liefgehad, en uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen.’

In Psalm 2 lezen we dat het besluit over de Zoon van God vaststaat:

‘Hij zal hem de einden der aarde tot zijn bezit geven.’

Als Zoon is Israël erfgenaam en zal de toekomstige grote koning David, de Geliefde, Yeshua, de Joodse Jezus, eens vanuit Jeruzalem over de gehele aarde regeren!

In het beeld Vader-Zoon zien we ook dat Israël aan zijn roeping ongehoorzaam is, zijn roeping misloopt en uiteindelijk in de diaspora terechtkomt.

Israël werd als Gods zoon uit Egypte geroepen [Exodus 4:22-23] om God te dienen en uiteindelijk Gods koninkrijk in het beloofde land op te richten. Deze missie mislukte tot het moment waarop deze profetie weer opnieuw rond de geboorte van de Jezus te horen was.

In Mattheüs 1:13-18 lezen we over de vlucht van Jozef, Maria en het kind Jezus naar Egypte, waarbij we in Mattheüs de woorden uit Exodus en Hosea opnieuw horen:

‘Opdat vervuld zou worden hetgeen de Heere door de profeet gesproken heeft toen Hij zeide: Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen.’

Hier zien we dat God bij de geboorte van de Messias na vier eeuwen stilte de draad met Zijn volk opneemt. Zoals Mozes twaalf verspieders uitzond om het land te verkennen, zo zien we dat de Here Jezus twaalf apostelen uitzendt om de boodschap van het koninkrijk te verkondigen.

We weten dat uiteindelijk ook dit plan anders liep en dat Israël de Koning verworpen heeft, waarmee het beloofde koninkrijk van Israël afgenomen werd. De Koning der Joden werd gekruisigd, waarna hun Koning uit hun ogen verdween, maar niet voor altijd!

Bij Zijn wederkomst zal het Joodse volk de Joodse Koning in al Zijn schoonheid zien::

‘Uw ogen zullen de Koning in zijn schoonheid aanschouwen’

profeteert Jesaja in 33:17. Dan zal de Heere Zijn zoon opnieuw roepen, niet alleen uit Egypte, maar uit alle delen van de wereld. Het Joodse volk zal naar zijn eigen land terugkeren, waarbij ook hun Messias zal wederkeren. Dan zullen ze hun Koning aanvaarden en zal Gods Zoon alsnog koning in Jeruzalem worden en vanuit Jeruzalem over de gehele aarde regeren.

We zien in onze tijd dat deze profetie wordt vervuld. Met duizenden en duizenden komen de Joden thuis. Dit jaar worden er zelfs 250.000 Joden vanuit alle windstreken in Israel verwacht.

Door de toename van het antisemitisme zien we steeds meer Joden terugkeren naar hun land. De politieke spanningen nemen wereldwijd toe. De dreiging naar Israël wordt ook met de dag sterker. Hoeveel landen en volkeren zetten Israel door hun dramatische revoluties niet de voet dwars of zeggen openlijk dat bovenaan hun verlanglijstje de totale vernietiging van Israel bovenaan?

Maar Israël wordt met Gods Zoon vergeleken en zal eens het ‘Hoofd der volkeren’ zijn. Israël is en blijft de geliefde van God, Zijn oogappel. En bij Zijn wederkomst zal aan alle volken duidelijk worden hoeveel Hij, door alle eeuwen heen, van Zijn volk Israël gehouden heeft!

Er zou over het zoonschap van Israel natuurlijk nog veel en veel meer te zeggen zijn, maar in het kader van dit programma wil ik vanmorgen stoppen met de woorden uit Spreuken 3 uit de Staten Vertaling

Want de HEERE kastijdt dengene dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon in denwelken hij een welbehagen heeft.

Wanneer we een klein beetje op de hoogte zijn van de geschiedenis van het volk Israel, alleen als de laatste 2000 jaar, dan weten we van het onvoorstelbare leed dat dit volk, dat Hij Zijn eerstgeboren Zoon noemt, geleden heeft en op sterven na dood geweest is in 1945. Maar tegelijkertijd, na drie jaar, in 1948, is Israel als het ware uit het graf en uit het stof is opgestaan en tot nieuw leven gekomen

En ik durf je vanmorgen te zeggen dat de woorden die op de berg van verheerlijking door Vader tot Zijn Zoon Jezus richtte ook voluit van toepassing zijn op Zijn volk, Zijn Zoon Israel, de strijder God:

Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!

Israel zal tot een zegen van de volken zijn. Als dat geen zegen is…

 

https://www.youtube.com/watch?v=kzqrWae5lK4


26 februari 2024

Over het zoonschap gesproken

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Over het zoonschap gesproken -1-

Vandaag willen we weer verder nadenken over de reactie van de Heere God.

In deze woorden horen we van de belofte die in eerste instantie door de God van het verbond. JHWH aan David was gegeven. Naast de belofte van een eeuwig koningschap zei God tegen David: ‘Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon’.

Nu ik deze woorden zo lees en tot mij door laat dringen is dat eigenlijk wat. Kijk, wij kennen het Nieuwe of het Tweede Testament, maar David stond daar in zijn tijd nog voor en kende dat nog helemaal niet.

En hier staat klip en klaar dat David de schrijver van deze psalm hier zegt:

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon

David getuigt hier zonder al te veel omhaal van woorden dat de HEERE tot hem heeft gezegd: Je bent Mijn Zoon. David was de Zoon van God. Weet je, misschien is dat heel dom van mij maar ik heb mij dat nooit zo op deze manier gerealiseerd.

In deze woorden las ik altijd al de vervulling van deze woorden. Maar David, die herders jongen van vlees en bloed werd door de God van hemel en aarde Zijn Zoon genoemd.

En natuurlijk, wij staan er achter en weten dat met de Zoon vooral ook Jezus, Jeshua, gedoeld wordt. De meerdere David. De meerdere Geliefde zoals de naam David betekend.

Ik weet niet hoe jij er in staat, maar Jezus was en is Zoon van God. Want de Vader getuigd daarvan Zelf vanuit de hemel. Tot driemaal toe klinkt het tijdens de omwandeling van Jezus klip en klaar uit de hemel dat Hij de Zoon is van de Vader.

We lezen in Mattheus 2 wanneer Jezus naar Egypte moest vluchten voor Herodus:

En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de profeet [in Hosea 11 vers 1]: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

En in Mattheus 3 zijn wij aanwezig bij Zijn doop wanneer we een machtige stem uit de hemel horen getuigen over Jezus:

En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!

En de derde keer zijn we aanwezig vlak voor Zijn dood op de berg, die ook wel de berg der verheerlijking genoemd wordt en waar we lezen:

En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes, zijn broer, met Zich mee en bracht hen op een hoge berg, alleen hen. 
En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.
En zie, aan hen verschenen Mozes en Elia, die met Hem spraken.
Petrus antwoordde en zei tegen Jezus: Heere, het is goed dat wij hier zijn; laten wij, als U wilt, hier drie tenten maken, voor U een, voor Mozes een, en een voor Elia.
Terwijl hij nog sprak, zie, een lichtende wolk overschaduwde hen; en zie, een stem uit de wolk zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!

Driemaal lezen we in het Woord dat Vader Jezus Zijn Zoon noemt. En nu is het zo dat het een bijbel principe is dat in den mond van twee of drie getuigen alle woord zal bestaan. Jezus is de Zoon van Vader God. Geen twijfel over mogelijk dus.

Zo zien we dus dat zowel David als Jezus, de Messias, door Vader Zoon worden genoemd, maar dat ook echt zijn. Maar wat te denken van de woorden die we in Exodus 4 lezen?

Toen ging Mozes weg en keerde terug naar zijn schoonvader Jether. En hij zei tegen hem: Laat mij toch gaan om terug te keren naar mijn broeders, die in Egypte zijn, om te zien of zij nog leven. En Jethro zei tegen Mozes: Ga in vrede.
Ook zei de HEERE tegen Mozes in Midian: Ga, keer terug naar Egypte, want al de mannen die u naar het leven stonden, zijn gestorven.
Toen nam Mozes zijn vrouw en zijn zonen, liet hen op een ezel rijden en keerde terug naar het land Egypte. En Mozes nam de staf van God in zijn hand.
De HEERE zei tegen Mozes: Nu u naar Egypte gaat terugkeren, zie erop toe dat u al de wonderen waartoe Ik u in staat gesteld heb, Ikzelf echter zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.
Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.

Omwille van de context heb ik de eerste verzen gelezen, maar het gaat mij natuurlijk om het laatst gelezen vers: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israel.

Zo zien we maar weer de veelzijdigheid en de veelkleurigheid van het Woord van God. Morgen hoop ik met je na te denken over het zoonschap van Israel.

https://www.youtube.com/watch?v=lfsUL9q6yXU&app=desktop

 


23 februari 2024
Over de Koning van Sion gesproken

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Over de Koning van Sion gesproken

Vandaag willen we weer verder nadenken over de reactie van de Heere God, Adonai, zoals we die lezen in de verzen 4 tot en met 7

Gisteren hebben we stilgestaan bij het lachen van Hem die in de hemel woont, en het bespotten van de koningen en vorsten van de aarde die samenspannen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde.

We hoorden dat God vaak ironie gebruikt om Zijn vijanden te vernederen. Lezen we in Psalm 1 over ‘de zetel van de spotters’; in Psalm 2 lezen we Gods reactie: ‘Hij, Die in de hemel zetelt, zal lachen en hen bespotten’. Geen gelach als gevolg van vrolijkheid, maar als gevolg van Zijn heilige toorn.

De koningen van de aarden worden door Hem die in de hemel woont niet serieus genomen. Hij lacht er om en de HEERE zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Mochten de koningen en de vorsten van deze aarde denken en handelen dat zij Zijn heerschappij over deze aarde van zich af kunnen werpen of aan kunnen tasten, dan hebben zij het bij het kortste eind. Want de reactie daarop van de HEERE is:

Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen’ (vs 4).

Maar de spot verandert in toorn: God zal zijn oordelen uitvoeren. De daden van de koningen roepen Gods toorn op en Hij zal hen schrik aanjagen. Hij straft hen nog niet direct, maar Hij noemt de bijzondere status van de koning van Jeruzalem. Kort en krachtig klinkt het:

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

De woorden ‘Mijn Koning’ laten aan duidelijkheid niets, maar dan ook helemaal niets te wensen over. De vijanden, de koningen en de vorsten die denken dat zij daar niets mee te maken hebben, die, zoals de psalm zegt de banden van zich werpen, zullen ervaren wat Gods toorn inhoudt.

De Verenigde Staten kunnen een plan maken voor een twee staten oplossing met betrekking tot Israel en de Palestijnen, maar het is niet het plan van de HEERE God. De Verenigde Naties kunnen het plan hebben om Jeruzalem te verdelen tussen Joden en Arabieren, maar God heeft een ander plan.

Sion is de plaats waar de grote Koning, Zijn Gezalfde. De Koning van Israel en de Koning van deze wereld Zijn troon zal vestigen. Punt uit zou ik zeggen. De Koning zal wonen in Zijn burcht. Zoals we van David lezen, en ik zou je willen uitnodigen deze volgende woorden niet alleen in historisch perspectief te lezen maar ook in profetisch perspectief, in dat dat nog komen gaat in dat wat voor de deur staat. Ik lees 2 Samuel 5 vers 9:

David nam echter de vesting Sion, dat is de stad van David, in.

David zei namelijk op die dag: Ieder die de Jebusieten wil verslaan, moet de watergang zien te bereiken. En wat die kreupelen en die blinden betreft, David haat ze met heel zijn ziel. Letterlijk: de gehatenen van de ziel van David.

Zo ging David in de vesting wonen en hij noemde die: Stad van David. David bouwde rondom een muur, vanaf de Millo naar de binnenzijde.

David nam gaandeweg toe in aanzien, want de HEERE, de God van de legermachten, was met hem.

Kijk, zo zit het nu echt, zo is de werkelijkheid. Wij leven in deze dagen in verwarrende tijden. De wereld lijkt totaal op de kop te staan. Van Amerika tot hier in het westen aan toe. Demonstraties die soms vreselijk uit de hand lopen zijn aan de orde van de dag. De mensheid is in totale verwarring.

Wij kijken vandaag de dag in de verwarring die wij zien tegen de achterkant van Gods borduurwerk aan. En het lijkt een grote verwarring, een grote wirwar. Maar de voorkant van het borduurwerk ziet er heel anders uit, want de meerdere David, de Geliefde is onderweg om Zijn vestiging Sion, dat is de stad van David in te nemen.

We gaan luisteren naar het lied Kroont Hem met gouden kroon.

Kroon Hem met gouden kroon,
het Lam op zijne troon!
Hoor, hoe het Hemels loflied al
verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak! Mijn ziel en zing
van Hem, die voor U stierf,
en prijs Hem in all'eeuwigheên,
Die 't heil voor u verwierf

Kroon Hem, der liefde Heer!
Aanschouw Hem, hoe Hij leed.
Zijn wonden tonen 't gans heelal
wat Hij voor 't mensdom deed.
De Eng'len om Gods troon;
All' overheid en macht,
zij buigen dienend zich ter neer
voor zulke wond're pracht

Kroon Hem, de Vredevorst!
Wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee;
't klink' over berg en dal
Als alles voor Hem buigt,
en vrede heerst alom,
wordt d' aarde weer een paradijs.
Kom, Here Jezus, Kom!


22 februari 2024
Over het lachen van Hem Die inde hemel woont gesproken

 

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Over het lachen van Hem Die in de hemel woont gesproken

Vandaag willen we weer verder nadenken over de reactie van de Heere God, Adonai, zoals we die lezen in de verzen 4 tot en met 7. Ik lees ze nog een keer voor:

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Ik wil heel even kort stilstaan bij het lachen van, zoals het in de tekst staat, ‘Hem die in de hemel woont’. Want wat houdt dit lachen nu eigenlijk in. Heeft het te maken met humor? Of met plezier zoals wij lachen? Of is er mogelijk sprake van een andere achtergrond?

We lezen in de Bijbel slechts maar een paar keer dat de Heere lacht. In Psalm 37 vers 12 en 13 lezen we:

De goddeloze bedenkt snode plannen tegen de rechtvaardige,
hij knarsetandt over hem.

De Heere lacht hem uit,
want Hij ziet dat zijn dag komt.

In dit gedeelte is dus van een vergelijkbare situatie sprake als waarover Psalm 2 verhaalt.

 

Beide situaties spreken van een lachen van God over zij die zonder God zijn, god-lozen en niets met Hem te maken willen hebben. De band met Hem willen verscheuren. Geen band met Hem willen hebben.

En in Psalm 59 lezen we ook over het lachen van God

Zie, hun (daarmee worden de heidenvolken bedoeld) mond vloeit over;
zwaarden komen van hun lippen.
Want, denken zij, wie hoort het?

Maar U, HEERE, U lacht om hen,
U bespot alle heidenvolken.

We gaan weer terug naar Psalm 2.

Ik heb het al eerder gezegd, In deze woorden herkennen we de situatie en de tijd waarin wij leven. De krant kan er als het ware naast gelegd worden.

Want achter de haat tegen het volk van Israël, ligt de haat tegen de God van Israël. En dat onthult de kern van antisemitisme: het is ‘anti-Sjem’. Sjem is Hebreeuws voor ‘Naam’. Zo spreken Joden veelal over God als ha-Sjem, de Naam.

Het is dus de strijd tegen de Naam waarin God Zijn wezen openbaart en die Hij over Jeruzalem heeft uitgeroepen (Dan. 9:18).

Het is opmerkelijk dat de torenbouwers van Babel niet alleen de top van hun toren tot in de hemel wilden laten reiken, maar zich in Babel ook een naam wilden maken waaronder zij zich konden verenigen.

Maar tegenover de mens, die zich vanaf de aarde tot de hemel wil verheffen, daalt God vanuit de hemel neer om in één klap hun arrogante ambitie ongedaan te maken. God spot met Zijn vijanden.

Vroeg de Farao niet: “Wie is de HEERE, naar Wiens stem ik zou moeten luisteren …?” (Exod. 5:2). Gods antwoord is helder: “… juist hierom heb Ik u laten bestaan, om Mijn kracht aan u te tonen, zodat Mijn Naam bekendgemaakt zal worden op heel de aarde” (Exod. 9:15-16).

Het klinkt misschien vreemd, maar God gebruikt vaak ironie om Zijn vijanden te vernederen. Lezen we in Psalm 1 over ‘de zetel van de spotters’; in Psalm 2 lezen we Gods reactie: ‘Hij, Die in de hemel zetelt, zal lachen en hen bespotten’. Geen gelach als gevolg van vrolijkheid, maar als gevolg van Zijn heilige toorn.

En zo lezen we het in andere bewoordingen ook in Psalm 2:

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Als ik deze woorden op mij in laat werken, dan benauwd het mij aan de ene kant enorm. Als ik denk aan die talloze mensen die niets, maar dan ook niets met Hem de maken willen hebben. Of aan mijn vrienden die ik heb en geen band met God hebben en soms letterlijk zeggen: Waar is God dan? Of soms letterlijk zeggen: ‘Wie hoort het.’ Het doet me pijn en verdriet.

Aan de andere kant realiseer ik mij vanmorgen de genade die ik heb mogen ontvangen, dat de Heere God, terwijl ik Hem helemaal niet zocht, mij opgezocht heeft waardoor ik, om met psalm 2 te spreken een band met Hem kreeg. Een onlosmakelijke band. Een letterlijke bloed band. Door het bloed van het Kruis. Ken jij dat ook? Als dat geen zegen is… Zomaar een zegen in de ochtend.

Door Uw genade, Vader,
Mogen wij hier binnengaan.
Niet door rechtvaardige daden,
Maar door het bloed van het Lam.

U roept ons in Uw nabijheid
En dankzij Uw Zoon.
Dankzij het bloed dat ons vrijpleit,
Komen wij voor Uw troon.

Nooit konden wij zonder zonde
Voor u staan.
Maar in Uw Zoon zijn wij schoon.
Door het bloed van het Lam.

Door Uw genade, Vader,
Mogen wij het binnengaan.
Niet door rechtvaardige daden,
Maar door het bloed van het Lam.

https://www.youtube.com/watch?v=8pfDH9IU2sU

 


21 februari 2024
Psalm 2 -3-: Over de reactie van de Heere God gesproken

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Over de reactie van de Heere God gesproken -

Gisteren hebben we met elkaar stilgestaan bij de eerste drie verzen van de psalm die spreken over een internationale samenzwering van de volken tegen de Heere en Zijn Gezalfde.

Vandaag willen we nadenken over de reactie daarop van de Heere God, Adonai, zoals we die lezen in de verzen 4 tot en met 7. Ik lees ze nog een keer voor:

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

In de voorgaande verzen gisteren hebben we onze aandacht gericht op de gebeurtenissen op aarde, maar in dit gedeelte en vandaag richt de dichter zijn aandacht op wat in de hemel plaatsvindt.

Inderdaad, ook in de dagen die wij vandaag de-dag beleven met al of niet terechte samenzweringstheorieën, demonstraties over van alles en nog wat in binnen- en buitenland kan het je soms wel eens benauwen. Ook de situatie in het Midden- brengt een enorme spanning te weeg door de houding van de omringende landen en de Verenigde Naties.

… die in de hemel woont, lacht en bespot hen.

Er is Iemand met een hoofdletter, die in de hemel zit of zetelt zoals de Hebreeuwse tekst zegt, en een positie van macht inneemt, namelijk de HEERE. Hij ziet en weet wat er gebeurt. Ook in de soms verwarrende dagen waarin wij ons bevinden. In de dagen waarin wij soms denken wat waarheid is en wat niet. Bij Hem loopt niets uit de hand, het loopt alles volgens zijn plan. Hij staat er letterlijk boven.

Want het zitten of zetelen zoals er in het Hebreeuws staat, duidt op een koninklijke positie. Daarom heeft de Nieuwe Bijbel Vertaling dit ook vertaald met het woord ‘troont’. Psalm 11 vers 4 zegt het heel duidelijk dat Hij in Zijn heilig paleis woont en in de hemel troont en ziet vanuit de hemel naar de mensen. We lezen daar:

De HEERE is in Zijn heilig paleis,
de troon van de HEERE staat in de hemel;
Zijn ogen doorzien,
Zijn blikken - Letterlijk: oogleden. beproeven de mensenkinderen.

Psalm 14 vers 2 spreekt eveneens over het feit dat de HEERE in de hemel niets ontgaat van het doen en laten van de mensen, als we lezen:

De HEERE heeft uit de hemel neergezien
op de mensenkinderen,
om te zien of er iemand verstandig was,
iemand die God zocht.

En in Psalm 33 lezen we:

De HEERE schouwt uit de hemel
en ziet alle mensenkinderen.
Vanuit Zijn verheven woonplaats aanschouwt Hij
alle bewoners van de aarde.

Wat is dat een geweldige troost en bemoediging dat we weten dat de HEERE God Die hemel en aarde gemaakt heeft niets ontgaat wat hier op deze aarde plaatsvindt. Ook in onze dagen niet wanneer we letten op het

woeden de heidenvolken
en het bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde zich opstellen
en de vorsten samen spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

En zij beramen plannen om Hun banden te verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Met andere woorden Zich los willen maken van de HEERE

Dit vers vanmorgen laat ons duidelijk weten Wie er boven elke situatie hier op aarde staat. Dat er Hem niets, maar dan ook werkelijk niets ontgaat. Dat Hem niets, maar dan ook werkelijk niets uit de hand loopt. Maar dat alles, maar dan ook alles medewerkt ten goede.

Wij denken misschien soms dat het met dit wereld gebeuren helemaal uit de hand loopt. Zeker ook in de dagen die wij nu met elkaar beleven. Maar dan kijken we om ons heen. Maar we worden als Zijn kinderen niet opgeroepen om om ons heen te kijken maar om omhoog te kijken.

Zo is het op het niveau van het wereldgebeuren, maar zo is het ook in ons persoonlijk leven. In jou en mijn leven. Er kunnen soms situaties zijn die ons verschrikkelijk beangstigen. Een verschrikkelijk dodelijke ziekte die ineens in je leven komt. Of een baan die je verliest en een zaak waar je jarenlang hard voor gewerkt hebt, en die je zomaar ineens verliest. Of een kind van je dat helemaal de verkeerde kant op gaat. Laten we maar heel eerlijk zijn, soms zijn we gewoon bang en maken we ons ook als oprechte christenen anno 2024 zorgen. Ook als kind van God hoeven we ons niet groter voor te doen dan we zijn. Of de schijn op te houden dat het allemaal geweldig met ons gaat. Soms is het leven ook hard en moeilijk en bijna letterlijk ondraaglijk.

Maar weet je, er is sprake van een maar, want dan zien we op de omstandigheden. Want dan wil ik je de woorden van zojuist in herinnering roepen: Wat is dat een geweldige troost en bemoediging dat we weten dat de HEERE God Die hemel en aarde gemaakt heeft niets ontgaat wat hier niet alleen op deze aarde, maar ook in jou hele kleine persoonlijke leventje plaatsvindt. Hij ziet je. Hij kent je. Door en door. Beter dan je jezelf kent. Want Hij heeft je nota bene Zelf gemaakt.

In dit verband wil ik als bemoediging eindigen met de woorden uit Romeinen 8. En als we goed luisteren horen we daarin de woorden van Psalm 2, maar eveneens de dagen die wij vandaag beleven daarin doorklinken. Het zijn over bekende woorden, maar ik wil je vanmorgen uitnodigen om de woorden met extra aandacht te beluisteren of lees ze nog eens door voor jezelf.

Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.

Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft,

in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.

Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.

En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.

Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?

Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding Letterlijk: geduld, volharding, uithoudingsvermogen, standvastigheid.

En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons (!) met onuitsprekelijke verzuchtingen.

En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit.

En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.

We sluiten af met het volgende oude lied wat nog niets aan kracht heeft ingeboet:

Nooit kan 't geloof te veel verwachten,
des Heilands woorden zijn gewis.
't Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is.

Wat zou ooit zijne macht beperken?
't Heelal staat onder zijn gebied.
En wat zijn liefde wil bewerken,
ontzegt hem zijn vermogen niet.

Die hoop moet al ons leed verzachten.
Komt, reisgenoten, ’t hoofd omhoog.
Voor hen die 't heil des Heren wachten,
zijn bergen vlak en zeeën droog.

O zaligheid niet af te meten,
o vreugd, die alle smart verbant.
Daar is de vreemd'lingschap vergeten
en wij, wij zijn in 't vaderland.


20 februari 2024
Psalm 2 -2-: Over de wereld gesproken

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij  en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.

U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.

Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

 

Over de wereld gesproken
Nadat we gisteren stilgestaan hebben bij invulling en verwijzingen van Psalm 2 in het Nieuwe Testament, willen we vandaag een begin maken met de meer inhoudelijk kant van de psalm.

Vandaag willen we stilstaan bij de eerste drie verzen van de Psalm.

Deze psalm beschrijft een tijd waarin de Heere, de Messias regeert (‘de Heer en zijn gezalfde’ lezen we al in het tweede vers) en vooral de reactie van de wereld daarop. ‘Christus’ is Grieks voor gezalfde, terwijl Messias hetzelfde betekent in het Hebreeuws.

In de Schrift is de gezalfde de koning of de hogepriester; in dit geval de Koning die namens God regeert. Maar we hebben het Nieuwe Testament nodig om te begrijpen dat het hier gaat over het toekomstige vrederijk en niet over een willekeurige koning in het Oude Testament.

In de psalm lezen we een situatie waarin alle volken zich verenigen in een strijd tegen God en de Messias. Zij hebben besloten dat zij niet door God en zijn Zoon geregeerd willen worden.

Daarmee is deze psalm dus niet zomaar een verhaal uit de geschiedenis, maar is de psalm in de dagen die ij nu beleven uiterst actueel. Je zou als het ware de krant er naast kunnen leggen.

David, de schrijver van de psalm volgens Handelingen 4:25-26 zag bij wijze van spreken niet alleen al de verwerping van Jeshua, Jezus de Messias eeuwen later, waar van we lezen in de brieven van de apostelen, maar hij voorzag als profeet ook al de dagen waarin wij nu, anno 2024 leven.

Psalm 2 bestaat uit vier gedeelten. In elk deel is er sprake van een andere spreker. Het eerste deel, verzen 1 t/m 4, beschrijft de situatie en laat “de wereld” spreken. In de volgende verzen (4 t/m 7) spreekt God. Verzen 7 t/m 9 laten de Koning zelf aan het woord. Tot slot volgt in verzen 10 t/m 12 een oproep van David en daarmee ook van me ‘meerdere David’ aan “de wereld” om verstandig te zijn.

Vandaag willen we stilstaan bij de eerste drie verzen van de psalm waarin de wereld aan het woord is:

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Als we deze verzen lezen zouden we in onze hedendaagse bewoordingen spreken van ‘een internationale samenzwering’. De min of meer retorische vraag waarmee de psalm begint, plaatst ons al direct in het midden van de actualiteit van vandaag de dag. Waarom woeden de volken, de gojim, en de natiën, je zou in onze dagen kunnen zeggen de Verenigde Naties, op iets dat te vergeefs is? Of zoals de Hebreeuwse tekst zegt, leegheid is? Het ‘murmelen’ van de volken en naties, zoals de Hebreeuwse tekst zegt, is ijdel, leeg en zal leiden tot niets. Want wanneer we letten op de verrichtingen van de volken en van de naties, of Verenigde Naties en niet te vergeten de Europesche Unie, maar ook ons land en volk, dan gaat er bijna geen dag meer voorbij of zij richten hun pijlen en verordeningen op het volk van God, het hedendaagse Israel, dat ook wel de zoon van God wordt genoemd. Maar laat het voor ons duidelijk zijn en dat wordt ook bevestigd in de woorden van dit eerste vers al: Al die veroordelingen zijn totaal leeg, ijdel en leiden tot helemaal niets.

De profeet Habakuk zag ook de dagen al waarin wij leven. Hoe actueel is het Woord van God. We leven in een bijzondere profetische tijd wanneer we lezen in Habakuk 2 vers 13:

Zie, is het niet van de HEERE van de legermachten
dat volken zich inspannen voor het vuur
en natiën zich voor niets afmatten?

Want de aarde zal vol worden
met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE,
zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Amen, zou ik zeggen. Al het gedoe van de volken zal verstommen, ‘want’ zegt de tekst:

…de aarde zal vol worden
met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE,
zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Tsja, de volken matten zich in onze dagen af, maar het zal allemaal voor niets blijken te zijn. Maar voor Israel geldt het tegenovergestelde. Luister maar mee wat de Heere God door de mond van Jesaja profeteert:

Want de dagen van Mijn volk zullen zijn als de dagen van een boom,
en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van- Letterlijk: verslijten. het werk van hun handen.

Zij zullen zich niet voor niets vermoeien
of kinderen baren voor iets verschrikkelijks,
want zij zijn het nageslacht van de gezegenden door de HEERE,

en hun nakomelingen met hen.
En het zal geschieden dat voordat zij roepen, Ík zal antwoorden,
terwijl zij nog spreken, Ík zal horen.

Er is nog veel meer over deze eerste drie verzen van deze uiterst actuele psalm te zeggen en we willen dit niet laten liggen maar willen morgen hier verder met elkaar over nadenken.

We willen eindigen met een lied wat de periode bezing waar de profeet Habakuk over spreekt als hij zegt:

Want de aarde zal vol worden
met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE,
zoals het water de bodem van de zee bedekt.

We luisteren naar het lied: Wanneer de aarde is vol van de heerlijkheid van de HEERE.

De tekst van het lied is als volgt:

Wereldrijken vallen om
Maar God de Heer zit op zijn troon
Jezus regeert
De Zoon ontvangt de heerschappij
Voor eeuwig duurt zijn Koninkrijk
Jezus regeert
Wij verklaren dat uw Koninkrijk komt
Wij verklaren U bent Koning en Heer
De aarde is vol van Uw glorie
De hemel verkondigt Uw eer
De volken zijn vol van verwond'ring
Heilig bent U Heer, Heilig bent U Heer
God van glorie, God van macht
Zend uw waarheid en uw kracht
Schijn met uw licht
Laat uw glorie stromen Heer
Zoals het water van de zee
Schijn met uw licht
Wij verklaren dat uw Koninkrijk komt
Wij verklaren U bent Koning en Heer
De aarde is vol van Uw glorie
De hemel verkondigt Uw eer
De volken zijn vol van verwond'ring
Heilig bent U Heer, Heilig bent U Heer
Heilig, heilig, is de Heer Almachtig

Gateway Worship - De aarde is vol van Uw glorie - YouTube

 


19 februari 2024
Psalm 2 -1-: Over de Messias gesproken

Het Rijk van de Messías

Waarom woeden de heidenvolken
en bedenken de volken wat zonder inhoud is?

De koningen van de aarde stellen zich op
en de vorsten spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde:

Laten wij Hun banden verscheuren
en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen,
de Heere zal hen bespotten.

Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn,
in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen.

Ik heb Mijn Koning toch gezalfd
over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,

Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij  en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.

U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Nu dan, koningen, handel verstandig.
Laat u onderwijzen, rechters van de aarde.

Dien de HEERE met vreze,
verheug u met huiver.

Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt,
wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt.

Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!

Over de Messias gesproken
In de komende periode wil ik met u nadenken over de zogenoemde Messiaanse psalm. Want als Jezus of zoals de Israeliet zegt Jeshua,  de beloofde Messias is, hoe is zijn komst dan voorzegt in het eerste testament? Het woord ‘Messias’, dat ‘gezalfde’ betekent, wordt in het eerste testament hoofdzakelijk gebruikt als aanduiding van de gezalfde koning.

Als eerste koning is Saul gezalfd en daarna gebeurt dat bij David en diens zoon Salomo (1Sam.9 vers 16 en 1 Koningen 1). De namen van deze twee koningen, David en Salomo, zijn verbonden geraakt met latere messiaanse verwachtingen zoals we die bij profeten als Jesaja en Micha vóór de ballingschap en Zacharia ná de ballingschap tegenkomen.

In het Nieuwe of tweede Testament lezen we dat Jezus de verwachte Messias is. De Messias wordt daar Christus (Grieks voor gezalfde) genoemd. Wat zijn messiaanse psalmen?

In het algemeen kan gezegd worden dat psalmen messiaans zijn vanwege voorzeggingen, maar ook vanwege overeenkomsten met het leven, lijden, sterven van Jezus en de overwinning daarna. In het laatste geval vervult de Messias wat de psalmdichter eerst heeft meegemaakt. ‘Vervulling’ is meermalen het herhalen op een intensere wijze wat voorheen heeft plaatsgevonden.

Psalm 2 wordt samen met Psalm 110 het meest geciteerd in het Nieuwe Testament en toegepast op Jezus, de Christus, de Gezalfde, de Messias als de vervulling van de woorden uit de psalmen.

Psalm 2 vers 1 en 2 worden bijvoorbeeld door Petrus aangehaald wanneer zij losgelaten worden na een stevige verhoring door het Sanhedrin. We lezen daarvan in Handelingen 4:

En nadat zij losgelaten waren, gingen zij naar hun eigen mensen en berichtten alles wat de overpriesters en de oudsten tegen hen gezegd hadden.
En toen zij dat gehoord hadden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en zeiden: Heere! U bent de God Die de hemel en de aarde en de zee gemaakt hebt, en alle dingen die erin zijn,
en Die bij monde van David, Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat inhoudsloos is?
De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde.
Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen,
om alles te doen wat Uw hand en Uw raadsbesluit van tevoren bepaald had dat er gebeuren zou.
Nu dan, Heere, sla acht op hun bedreigingen en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw Woord te spreken,
doordat U Uw hand uitstrekt tot genezing en er tekenen en wonderen gebeuren door de Naam van Uw heilig Kind Jezus.
En toen zij gebeden hadden, werd de plaats waar zij bijeenwaren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord van God met vrijmoedigheid.

In deze verzen zien we dat Psalm 2 door Petrus met alle vrijmoedigheid toegepast wordt op Herodes en Pontius Pilatus en de heidenen en de volken van Israel.

En misschien ligt hier wel een les in voor de tijd waarin wij leven. Zijn er in de tijd waarin wij leven ook geen de tegenwoordige Herodes en Pontius Pilatus. De letterlijke betekenis van Herodes is ‘heldenzoon’ maar de Heere Jezus noemde hem ‘de vos’. Deze uitdrukking tekent zijn sluwheid. Zijn medestander in het kwaad was Pontius Pilatus. Hij, doe hoewel hij zij n handen in onschuld waste, de beslissing nam om Jezus te laten kruisigen, hem doodde.

We gaan weer terug naar Psalm 2 waar we in vers 7 lezen:

‘U bent mijn zoon’

In Hebreeën 1 vers 5 wordt Psalm 2 vers 7 aangehaald. We lezen daar:

Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?

En in Hebreeën 5 vers 5 lezen we:

Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer gegeven om Hogepriester te worden, maar Hij Die tot Hem heeft gesproken: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.

En in vers 9 van psalm 2 lezen we:

U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

In het boek van de Openbaring van Jezus Christus komen we een paar keer een aanhaling van dit vers tegen. De vrouw in de woestijn baart een zoon die alle heidenen hoeden zal met een ijzeren staf. We lezen dat in Openbaring 12 vers 5:

En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf.

En in Openbaring 19 vers 15 lezen we over de overwinning van Christus, de Messias op de valse profeet:

En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf.

Tsja, als we om ons heen kijken dan lijkt het er op dat wij christenen van deze tijd het onderspit delven. Dat we aan de verliezende hand zijn. Maar niets is minder waar. Want in dit verband lezen we in Openbaring 2

En wie overwint en wie Mijn werken tot het einde toe in acht neemt, hem zal Ik macht geven over de heidenvolken.

Dit vers is een rechtstreekse aanhaling uit psalm 2 vers 8:

Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden der aarde als Uw bezit.

Met deze eerste inleidende woorden op de Messiaanse Psalm 2, die dus spreekt van de Messias willen we vanmorgen eindigen. We eindigen met het lied uit Opwekking 799 met de titel ‘In eeuwigheid’

De middag kleurde zwart
De hemel treurde zacht
Gods Zoon werd aan het kruis geslagen
Hij werd voor ons vervloekt
Vergoot voor ons zijn bloed
Zo heeft Hij onze straf gedragen

Hij gaf één laatste schreeuw
De hemel keek en zweeg
Gods Zoon werd naar het graf gedragen
Een oorlog in het graf
De dood werd overmand
Op eigen grond voorgoed verslagen

Opeens bewoog de grond
De steen werd weggerold
Volmaakte liefde won zelfs van het graf
Nee, dood, jij heerst niet meer
De Opgestane Heer
Heeft al je macht gebroken

Want Jezus leeft in eeuwigheid
Verrezen Heer, in heerlijkheid
Verheven en verheerlijkt
Jezus, Hij leeft!
Jezus, Hij leeft!

Jezus leeft in eeuwigheid
Verrezen Heer, in heerlijkheid
Verheven en verheerlijkt
Jezus, Hij leeft!

Als dat geen zegen is…

Luister hier naar het lied.