We lezen
Exodus 18:1–20:23; Jesaja 6:1–7:6; 9: 5–6; 1 Johannes 5:1–11
“Jetro, de priester van Midian en de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat God voor Mozes en voor zijn volk Israël gedaan had, en hoe de HEERE Israël uit Egypte had geleid.” (Exodus 18:1)
Inleiding
In de Torah-studie van vorige week, Beshalach, leidde God Israël uit Egypte en spleet de Rode Zee om hen te redden van Farao en de Egyptenaren. God voorzag in de behoeften van Zijn volk in de woestijn door manna uit de hemel te laten regenen en water uit een rots te laten komen.
Deze week, in Parasha Jitro, komt Jitro (Jetro), de schoonvader van Mozes, samen met Mozes' vrouw en twee zonen uit Midian om hem te ontmoeten in het kamp van de Israëlieten. Ze hebben gehoord over alle grote wonderen die God had verricht om Zijn volk te bevrijden.
Mozes leert hoe te delegeren
“Toen de schoonvader van Mozes zag wat hij allemaal voor het volk deed, zei hij: ‘Wat is dit voor een ding dat u voor het volk doet? Waarom zit u alleen, terwijl het hele volk voor u staat, van de morgen tot de avond?’” (Exodus 18:14)
Jitro verheugde zich samen met Mozes over alles wat God voor hen had gedaan. Maar de volgende dag, toen Jitro zag dat Mozes urenlang over het volk oordeelde, maakte hij zich zorgen over de druk die Mozes voelde.
Mozes' schoonvader gaf hem het verstandige advies om andere mannen aan te stellen voor leiderschapsposities, zodat zij de last konden dragen. Anders zou Mozes zichzelf uitputten.
Ook voor ons is het verstandig wanneer wij ons werk, hoe veeleisend ook, niet zoveel tijd in beslag neemt dat ons welzijn en onze relaties eronder lijden. Een juiste balans in ons leven is belangrijk.
Mozes kiest oudsten
Het Woord van God vertelt ons over de kenmerken van geestelijk leiders leiders: “En u zult uit heel het volk bekwame mannen uitkiezen, mannen die God vrezen, mannen van waarheid, die de hebzucht haten; en u zult zulke mensen over hen aanstellen als leiders over duizenden, leiders over honderden, leiders over vijftig en leiders over tien.” (Exodus 18:21)
Het leven is niet ontworpen om een "snelle sprint" te zijn. Het is een marathon. Als we tot het einde willen volhouden (zoals Jethro Mozes adviseerde), zullen we er rekening mee moeten houden onszelf niet te overbelasten.
Een wijs man, de schrijver van de Spreuken houdt het ons allemaal voor: “Mat u niet af om rijk te worden, gebruik daarvoor uw inzicht niet. Laat u uw ogen erover vliegen, dan is het er niet meer, want het vliegt direct weg, als een arend die naar de hemel vliegt.” (Spreuken 23:4)
Gelukkig luisterde Mozes naar zijn schoonvader, wat Mozes' prachtige karaktereigenschap van nederigheid onthult . Het is verstandig om de raadgevingen van anderen, vooral van degenen die de Heere God kennen, te overwegen.
De stem van de Heere God
“Geef deze instructies aan de familie van Jakob; maak het bekend aan de nakomelingen van Israël … ‘Als u Mij nu gehoorzaamt en Mijn verbond houdt, zult u Mijn persoonlijke schat (segulah) zijn uit alle volken op aarde; want de hele aarde behoort Mij toe.”(Exodus 19:3, 5)
In deze parasha kamperen de Israëlieten tegenover de berg Sinaï en beklimt Mozes de berg om God te ontmoeten.
Op de berg geeft de Heere Mozes de opdracht om het “huis van Jacob” en de ‘kinderen van Israël” te vertellen dat Hij een speciale belofte aan het volk doet: zij zullen Zijn eigen speciale natie zijn – een koninkrijk van priesters (mamlechet cohanim) en een heilige natie (v'goy kadosh).
Als het volk van Israël naar Gods stem luistert en het verbond met Hem houdt, dan zal God hen omarmen als Zijn speciale schat. In het Hebreeuws is het gebruikte woord ‘segulah’, wat afkomstig is van het woord ’sagol’ , wat ‘paars’betekent — de kleur van het koningschap.
“Hij heeft ons gemaakt tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader. Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.” (Openbaring 1:6)
Het volk Israël stemt ermee in Gods geboden te onderhouden en Hem te gehoorzamen: “Toen antwoordde het hele volk eendrachtig en zeiden: ‘Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.’” (Exodus 19:8)
Mozes wijdt het volk van Israël en bereidt hen voor om God te ontmoeten en de wet te ontvangen op de berg Sinaï. Dit was het hele doel van de uittocht uit Egypte: dat Israël Gods Thora (instructie) zou ontvangen.“Wanneer u het volk uit Egypte hebt geleid, zult u God dienen op deze berg.” (Exodus 3:12)
Ontmoeting met God aan de voet van de berg
Op de derde dag (!) stonden de Israëlieten aan de voet van de berg en ontmoetten God toen Hij neerdaalde met donder, bliksem, dikke wolken en het luide geluid van de shofar (ramshoorn).
De hele berg was bedekt met rook, omdat God met vuur kwam, zoals geschreven staat:”De Heere is een verterend vuur.” (Deuteronomium 4:24)
Het was zo'n angstaanjagend gezicht dat het volk beefde en tegen Mozes zei: "Spreekt ú met ons, dan zullen wij luisteren, maar laat God niet met ons spreken, anders sterven wij. (Exodus 20:19)
Gelukkig zijn wij niet bij zo’n berg van duisternis, vuur en oorverdovend, angstaanjagend lawaai aangekomen, maar hebben wij, wanneer wij tot het geloof gekomen zijn te maken met een barmhartig, genadig en liefdevolle God. “Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. (Efeze 1: 4-10)
Wet en genade
Ook al leven wij onder de genade, waarin de wetten van God in onze harten geschreven staan, de geboden van God, geschreven met Zijn eigen vinger op stenen tafelen, zijn eeuwig en waar voor alle mensen.
Yeshua heeft ons niet vrijgemaakt van zonde zodat we een wetteloos leven kunnen leiden. De apostel Paulus is daar heel duidelijk over in Romeinen 6: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven? Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding. Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem. Want wat Zijn sterven betreft, is Hij eens en voor altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere. Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid, maar stel uzelf ter beschikking aan God, als mensen die uit de doden levend geworden zijn. En laat uw leden wapens van gerechtigheid zijn voor God. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.”
Stel, u hebt een jongen of meisje in de lagere school leeftijd, dat de vreugde en het zonnetje van uw leven is. En stel, dat dit lieve kind op gruwelijke wijze wordt vermoord. Onnoemlijk veel verdriet natuurlijk. Maar welke houding zou u aannemen ten opzichte van de schuldige, de wrede moordenaar? Wordt het wraak, gerechtigheid of genade?
Als u alle beschikbare middelen te baat zou nemen om de misdadiger te doden, zou dat wraak betekenen. Als u zich tevreden zou stellen met rustig af te wachten of de rechter hem zal overtuigen van zijn schuld en hem zal terechtstellen, zou er sprake zijn van gerechtigheid. Maar als u de moordenaar zijn misdaad zou vergeven, hem bovendien zou uitnodigen bij u te komen wonen en hem zou aannemen als uw zoon... dat zou werkelijk genade zijn.
Vrije gift
Misschien vindt u het geen reëel voorbeeld. Laten we dan een ander geval nemen. Veronderstel, dat u gezondigd hebt tegen God. En dat u vanwege die zonde zou worden veroordeeld op grond van Gods Wet. Als God dit vonnis zou uitvoeren, zou u geen beklag kunnen indienen, want u ontving precies wat u verdiende. Maar wat zou u ervan denken als God Zijn eniggeboren Zoon zond om in uw plaats te sterven en de straf te ondergaan die u door uw zonden had verdiend? En wat zou u ervan denken als God u eeuwig leven aanbood als een vrije gift, indien u Zijn Zoon als uw zondedrager zou willen erkennen? En wat zou u er dan van denken, als God u aanbood u tot Zijn zoon te maken en u bij Zich te nemen in Zijn huis, in de hemel, om eeuwig bij Hem te wonen? Hoe zou u dat noemen? Er is maar één woord om zo'n reactie te kwalificeren en dat woord is: genade.
En dat is nu precies wat God doet. God bewijst een onbegrensde gunst aan goddeloze zondaars die geloven in Zijn Zoon, Jezus Christus, Yeshua haMessiach.
Gods genade
Om goed te begrijpen wat er bedoeld wordt met ´de genade van God´ wil ik vijf eenvoudige stellingen geven:
-
Genade is Gods onverdiende gunst voor zondaars, die het tegenovergestelde verdienen.
-
Gods genade biedt eeuwige zaligheid aan als een vrije gift voor ieder die zijn geloof vestigt op Zijn Zoon.
-
God kan op deze wijze genade betonen aan zondaars, doordat de Zijn Zoon voor hen stierf aan het kruis van Golgotha.
-
Genade kan niet worden verdiend of gekocht, zelfs niet gedeeltelijk.
-
Gods genade is onbegrensd, oneindig.
Dit is de God die onze liefde en toewijding meer dan waard is, en niemand anders!